Server » Verwarming » Technische informatie » Thermische traagheid
De thermische traagheid van een huis
Wat kan je ermee doen?
Inertie
Een huis heeft een zekere thermische traagheid, die ervoor zorgt dat een koud huis niet snel opgewarmd kan worden. Is dit eigenlijk een probleem? Wat kan je er aan doen?

Mythe!

Het is een mythe dat je beter de verwarmingsinstallatie continu zou laten draaien!

Van zodra je de brander een uur kan uitschakelen begin de besparing te lopen. Het is niet waar dat de besparing ongedaan gemaakt wordt omdat je dan meer moet verwarmen om de ruimte weer op temperatuur te brengen. Als je een 30-tal minuten voordien de verwarming opnieuw inschakelt (en die niet extra zwaar laat werken om snel op temperatuur te komen) dan verbruik je nauwelijks meer tijdens de opwarmingsfase dan tijdens de normale werking.

Als je thuis komt en de verwarming moet nog ingeschakeld worden, dan zal je inderdaad koud hebben en geneigd zijn de temperatuur wat hoger te zetten.
Als je thuis komt en de verwarming draait al een 30-tal minuten, dan zal je lekker warm hebben (omdat je van een koude omgeving komt), zelfs al is de gevraagde temperatuur nog niet bereikt.

Grote gebouwen zoals scholen en kantoorgebouwen hebben een hoge thermische traagheid en zal het afkoelen en opwarmen veel trager gebeuren. Men zal pas een winst boeken als men de verwarming minstens 4 uur uitgeschakeld kan laten.

Vriesweer

Bij vriesweer is het aangeraden de verwarming vroeger in te schakelen (n uur in plaats van 30 minuten) zodat de ruimtes niet te koud aanvoelen als je aankomt. De brander laat je niet te zwaar werken (keteltemperatuur langzaam opvoeren) zodat het energieverbruik niet oploopt tijdens de opstartfase. Het is ook aangeraden de installatie continu op laag vermogen te laten werken zodat waterleidingen niet bevriezen. Het is aangeraden om de temperatuur in de leefruimtes boven 10 te houden zelfs als er niemand aanwezig is (beneden 10 12 kan er namelijk condensatie op de muren en ramen optreden).

Thermische traagheid van het water

Water heeft een hoge soortelijke temperatuur: je hebt redelijk veel energie nodig om het water warm te krijgen. Er zitten honderden liters water in de leidingen van een centrale verwarming, dat zijn iedere keer twee of drie volle baden dat je moet opwarmen! De eerste 10 minuten dat de brander werkt na een lange stilstand, is het om het water op te warmen. Deze energie mag je niet dagelijks verliezen: gedurende de laatste 15 minuten van een cyclus mag de brander niet meer aanslaan. Je vertrekt bijvoorbeeld dagelijks om 7u30. Vanaf 7u15 moet de brander niet meer aanslaan. Je laat gewoon de circulateur normaal werken zodat de warmte die in de ketel opgeslagen is vrijgegeven kan worden. Je zal niet merken dat de brander niet meer aanslaat, want het water in de radiateurs is nog warm. De leefruimtes zelf zijn reeds voldoende warm, zodat je niet merkt dat er minder warmte aangevoerd wordt.

In oude gietijzeren radiatoren zit er vaak een 10-tal liters water en in de ketel een 100-tal liters. Dit betekent dat er meer dan 200 liter water opgewarmd moet worden voordat een centrale verwarming warmte begint te geven. In moderne stalen radiatoren zit er hoogstens een paar liter water.


De muren van een huis bestaan uit buitenmuren, een isolatielaag en binnenmuren.
Hoe dikker de binnenmuren, hoe hoger de thermische traagheid van het huis.
Thermische traagheid van de muren

Een huis wordt gebouwd met buitenmuren, dan een isolatielaag, en dan de binnenmuren. In de binnenmuren wordt er veel warmte opgeslagen. De thermische massa van die binnenmuren zorgt ervoor dat de ruimte relatief traag opwarmt en traag afkoelt. Als je een pas verwarmde ruimte betreed, dan merk je dat de ruimte "koud" aanvoelt. Mensen die vrijdag avond naar een winterverblijf trekken hebben altijd koud de eerste nacht als ze de verwarming aanzetten als ze toekomen (zelfs al meet de thermometer 20). Het is beter de verwarming een paar uurtjes voordien te laten aanslaan, zodat de muren de warmte kunnen "opslorpen".

Ruimtes die slechts sporadisch gebruikt worden hebben alle baat bij zeer dunne binnenmuren te hebben. Voor een zolderkamer die een uurtje per dag gebruikt wordt als speelkamer moet je geen dikke binnenmuren voorzien! Een goede isolatie, en dan houten platen is ideaal. Een tuinhuisje dat als hobbykamer ingericht wordt moet dikke buitenmuren hebben, goede isolatie en bijvoorbeeld gipsplaten van binnen.

Lucht heeft bijna geen thermische massa, met een hete lucht blazer kan je 100 vierkante meter opwarmen in 1 minuut (zo'n blazerke van 2000W verhoogt de temperatuur met 10C en blaast 100 liter lucht per seconde). De luchttemperatuur zakt echter direct weer door contact met de koude muren en voorwerpen in de kamer. Omdat hout een heel kleine thermische massa heeft, zal de ruimte snel warm aanvoelen. Piepschuim, met een verwaarloosbare thermische massa voelt direct warm aan, terwijl een metalen staaf koud aanvoelt. Hoe meer spullen er in de te verwarmen kamer zitten, hoe trager dat de ruimte zal opwarmen.

Nog een ander voorbeeld van de lage thermische massa van lucht: een lege diepvries gaat naar -18 in 30 minuten, maar je kan slechts 10 kg voedingswaren per 24 uur invriezen.

Koudegevoel
Ongeveer de helft van de warmteverliezen van een mens gebeuren door straling. Het gevoel van "koude" blijft dus bestaan, zelfs al is het huis opgewarmd tot 18 omdat de muren nog koud aanvoelen. Na het uitschakelen van de verwarming blijft het huis nog aangenaam warm omdat de muren hun warmte langzaam afgeven. Met deze fenomenen moet men rekening houden bij het opstellen van een verwarmingscyclus en de verwarming vroeger in- en uitschakelen.

Bij zeer grote gebouwen zoals scholen die een tijd niet gebruikt worden (week-end of kerstverlof) gaat het opwarmen veel moeizamer de maandag of de eerste schooldag na het kerstverlof, amdat de muren eerst opgewarmd moeten worden om het koudegevoel te beperken. De maandag of de eerste dag na een onderbreking is het daarom interessant de verwarming een paar uur vroeger in te schakelen. Je moet dan de verwarming niet nodeloos hoger zetten (omdat iedereen koud heeft), omdat de temperatuur bereikt is, en ook omdat de muren de warmte opgenomen hebben.

Als je als schooldirectrice na de lessen in de gebouwen loopt, dan merkt je dat de gebouwen nog warm zijn, zelfs een uur nadat de lessen gedaan zijn: je kan dus zeker de verwarming een 10-tal minuten voor het einde van de lessen uitschakelen: niemand zal het merken.

-

-

Klassieke ruimtethermostaat

Klassieke electronische ruimtethermostaten


Hoe werkt een klassieke electronische thermostaat?

Je kan 3 temperatuurniveau's instellen: Eco (10) bij afwezigheid, normaal (18) dag en nacht en extra warmte (20) 's avonds. Je kan een weekprogramma instellen waarbij je per 10 minuten een temperatuurniveau kan instellen (maximaal 6 niveauwisselingen zijn mogelijk per dag). Twee funktieknoppen bieden de mogelijkheid manueel te werken (vakantiedag) of om de temperatuur tijdelijk te wijzigen.

Een dergelijke electronische thermostaat is zelf-lerend en zal de verwarming uitschakelen vr het bereiken van de gewenste temperatuur. Rond de gewenste temperatuur zal de thermostaat in alternerende modus werken om temperatuuroscillaties te vermijden. Zo'n thermostaat is goed om de temperatuur van n ruimte in te stellen (directe electrische verwarming).

Minpunten:

  • Regelt de temperatuur van n enkele ruimte, de andere kamers moeten geregeld worden met bijvoorbeeld thermostatische kranen. Delen van het huis worden opgewarmd terwijl er niemand aanwezig is.

  • Het dag- en weekprogramma is beperkt in het aantal stappen en temperatuurniveau's

  • De keteltemperatuur is vast ingesteld en niet afhankelijk van de warmtevraag. Als er weinig warmte nodig is, dan is het niet nodig dat het water tot 60 opgewarmd wordt, en bij vriesweer is de ingestelde keteltemperatuur misschien te laag.

  • De restwarmte wordt niet gebruikt op het einde van een verwarmingscyclus.
Het is echter wel zo dat er meer en meer funkties in de slimme thermostaat ingebouwd worden. Vaak is de ruimtethermostaat in staat de watertemperatuur bij te stellen naargelang de vraag.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's