Een tweede pagina over de Royal Navy Section Belge. In feite had dit de eerste pagina moeten zijn, want het boek is vroeger uitgegeven, maar is nu moeilijker te verkrijgen. De eerste pagina over de Royal Navy Section Belge (tweede boek) is hier te vinden.
Dit boek bevat de verhalen van de belgen die tijdens de oorlog gewerkt hebben voor de Royal Navy. Het algemeen beeld is van minder belang, alle aandacht gaat naar de verhalen van de mensen.
Bepaalde wapenfeiten komen dus niet aan bod in dit boek, zoals bijvoorbeeld de landing in Dieppe (Operation Jubilee), waar ook belgen aan deelgenomen hebben. Dit was een bloedige landing en er waren nauwelijks overlevenden.
Het boek is chronologisch gestructureerd. Veel mensen zijn voor de bezetter gevlucht aan het begin van de oorlog, dat zijn zowel militairen, maar ook veel burgers (vissers). Eenmaal in Engeland worden de mensen eigenlijk gedwongen om zich in te schrijven in het leger, want anders hebben ze niets te eten. De vissersboten zijn bijvoorbeeld in beslag genomen zodat de vissers niet anders kunnen dan zich aan te melden bij de Royal Navy.
In de casernes waar er een militaire opleiding gegeven wordt worden de belgen meestal samen gehouden, maar later zullen de manschappen op verschillende boten werken naargelang wat er nodig is: telegrafisten, koks,...
Bij een legerbasis hoort ook de dagelijkse loop rond de gebouwen. Van MTLG en PhEF was er toen nog geen sprake maar aan fitness werd er wel gedaan.
Niet alle belgen bij de Royal Navy zijn vissers of zijn afkomstig van de Zeemacht. In een hangmat kruipen blijkt niet zo gemakkelijk te gaan...
Er zijn opleidingscentra op verschillende plaatsen, deze krijgen vaak de naam van een schip om het militair karakter van het kamp nog te versterken, zoals HMS Royal Arthur.
De belgen van de Royal Navy Section Belge waren vooral gecaserneerd in Skegness. Dit was een vroegere vakantiekolonie.
Er kon post gestuurd worden naar de familie, maar enkel als die ook in Groot Britanië verbleef, wat niet vaak het geval was.
De opleidingen worden gecombineerd met militaire drill.
Twee corvetten werden grotendeels bemand door de belgen, namelijk de Godetia en de Buttercup. Dit waren korvetten die gebruikt werden als escorteschepen voor de transatlantische convooien. Het leven was niet gemakkelijk aan boord, het was te warm in de zomer, te koud in de winter en vooral zeer gevaarlijk. De snelheid van het convooi werd beperkt door de trage goederenschepen en er waren vaak duikboten in de buurt.
De belgen werden ook ingezet op de MMS, de Motor Mine Sweepers om de doorgang naar de verschillende havens de vrijwaren. De duitsers dropten mijnen in de inhammen 's nachts, en overdag werden de mijnen tot ontploffing gebracht door de belgen.
Maar als de bemanning terug aan land was, was er tijd voor een voetbalmatch.
Toen België bevrijd werd, werden de twee korvetten terug gegeven aan Groot Brittanië en België concentreerde zich op het mijnenvrij maken (en houden) van de Westerschelde. De haven van Antwerpen was toen zeer belangrijk voor de militaire operaties: er waren immers geen andere zeehavens beschikbaar dicht bij het front.
De asdic was de toen gebruikte naam voor de sonar. Daarmee werden de duikboten gelocaliseerd. Het probleem was echter dat de korvetten over de duikboten moesten varen om de diepteladingen overboord te gooien. Tijdens deze fase kon de duikboot niet meer gedetecteerd worden.
In vergelijking met de snelle en wendbare korvetten waren de mine sweepers eerder lompe en primitieve boten die in grote aantallen gemaakt werden. Op het einde van de oorlog werden alle schepen in Antwerpen gebruikt. Dit was niet naar de zin van de bemanning die meestal van de kust afkomstig was. Het waren immers vooral de kustbewoners die naar Groot Brittanië gevlucht waren.
Na de oorlog kon het belgisch leger beschikken over meer dan 30 mijnenvegers, die in alle belgische havens opgesteld waren: Lombardsijde, Oostende, Zeebrugge en Antwerpen. En zo is de specialiteit van de Belgische Marine het mijnenvegen en jagen geworden.
Tijdens de oorlog werd de belgische nationale feestdag in Groot Brittanië gevierd, hier op 21 juli 1943, ongeveer 11 maanden voor de landing in Normandië.
|