Marine Zeebrugge
Ranging in Haringvliet
Noordzee
Root server » TechTalk » Marinebasis Zebrugge » Ranging in Haringvliet

De ranging van de Belgische en Nederlandse mijnenjagers gebeurt in Haringvliet. Na de Deltawerken in Nederland is dit een van de zee afgesloten monding (het is eigenlijk de monding van de Maas, maar het water kan wegstromen via Rotterdam). Het is brak water, er zijn geen getijden en nauwelijks golven, wat de streek ideaal maakt voor een ranging. Het schip moet namelijk zo stabiel mogelijk varen om een nauwkeurige meting te kunnen uitvoeren.

mijnenvegers en mijnenjagers

Mijnenvegers zijn schepen die de mijnen wegvegen. Dit kan bijvoorbeeld door een zware kabel tussen twee schepen te slepen. De verankering van de mijn wordt daardoor verbroken en de mijnen komen aan de oppervlakte, waar ze dan vernietigd kunnen worden. Mijnen kunnen ook tot ontploffing gebracht worden door achter het schip een zware generator te slepen die het geluid en de magnetische signatuur van een schip nabootst (de mijnenvegers zelf zijn zo goed als onzichtbaar voor de mijn).

De mijnenvegers zijn effektief om een groot gebied te bestrijken, maar hebben als nadeel dat ze eerst over de mijnen moeten varen. Ze moeten dus heel weinig magnetisch zijn (deze schepen hebben meestal ook geen bewapening en de scheepshuid is uit hout of polyester gemaakt). Tegenwoordig gebruikt men mijnenjagers die het gebied met sonars opsporen. De mijnen worden gedetecteerd voor het schip, zodat de kans op explosie van de mijn onder het schip minimaal is. De mijnen worden immers gevoeliger en gevoeliger, en een mijnenveger is niet onzichtbaar genoeg meer voor de laatste generatie mijnen.

De ranging is het bepalen hoe "onzichtbaar" een mijnenjager is voor de verschillende types mijnen. De ranging in Haringvliet is enkel voorzien voor het controleren van mijnenjagers van het type CMT —Chasseur de mines tripartite— (Alkmaar-klasse in Nederland, Aster in België en Eridan in Frankrijk). Mijnen kunnen geactiveerd worden door verschillende detectoren.

Soorten detectoren op mijnen

De accoustische detectoren kunnen een schip van zeer ver horen aankomen (geluid kan zich gemakkelijk verplaatsen in het water). Een probleem is dat de mijn de positie van het schip moeilijk kan bepalen. Grote schepen die kilometers verder varen maken evenveel lawaai als een klein schip dat dichtbij is. Electronica is nodig om een verdere analyse te maken. Met de analyse van de schroefgeluiden kan het systeem bepalen hoe groot het schip is, en dus ook ongeveer hoe ver die aan het varen is. Als een luidruchtig schip dichtbij aan het varen is kan de gevoelige electronica totaal overstuurd worden.

De magnetische detectoren kunnen een schip maar op een paar tientallen meter localiseren. In principe is dit het beste detectiesysteem, omdat mijnen maar effektief zijn tegen schepen op een relatief korte afstand.

Mijnen met druksensoren reageren op de drukgolven die een schip produceert (een drukgolf is ook goed zichtbaar aan de oppervlakte). Voor mijnenvegers moeten er geen specifieke maatregelen genomen worden omdat tijdens opdrachten de schepen zeer traag varen (dit is nodig om het gebied af te tasten met de sonar).

Contactmijnen worden nog steeds gebruikt, maar met een vernuftige verbetering. Twee contactmijnen worden met elkaar verbonden door een stevige kabel. Als er een schip tussen de twee mijnen vaart, dan trekt het schip aan de kabel en worden de mijnen richting schip gesleurd. De dubbele explosie kan een groot schip tot zinken brengen. Dergelijke mijnen worden ingezet om doorgangen (naar havens, vaarroutes, enz) te blokkeren.

Vaak worden er meerdere types sensoren samen gebruikt om valse triggering te vermijden of om enkel te reageren op één bepaalde type schip. Mijnen die op de bodem verankerd zijn kunnen loskomen van hun anker bij het detecteren van verre scheepsgeluiden, om dat op een paar meter onder de wateroppervlakte te gaan drijven (op hun positie vastgehouden door de kabel naar het anker). De explosie kan gebeuren door een magnetische sensor. Mijnen die op de bodem liggen zijn moeilijker te detecteren.

De ranging in Haringvliet is voornamelijk een controle dat het schip veilig genoeg is. Het bestaat uit magnetische en accoustische detectoren die op de bodem van de Haringvliet liggen. De detectoren registreren de signatuur van het schip als die over de sensoren passert.

Als de schip niet veilig genoeg is worden de parameters van de degaussing (om het schip magnetisch onzichtbaar te maken) aangepast, of worden er speciale maatregelen genomen tijdens de mijnenjacht (bijvoorbeeld bepaalde pompen en motoren niet gebruiken omdat ze teveel lawaai maken).

Uiteindelijk wordt de veilige diepte van het schip berekend (bijvoorbeeld 8.50m): mijnen die dieper verankerd zijn dan 8.50m kunnen de magnetische storing van het schip niet meer detecteren.

Foto's rechts:
Voor de ranging worden alle spullen die magnetisch zouden zijn (en die verboden zijn tijdens de mijnenjacht) van het schip gehaald. Dit zijn bijvoorbeeld drankblikjes (worden vervangen door PET flessen en cartons), voeding in blik, maar ook hifi installaties en persoonlijke fitness apparaten. Dit is nodig zodat men een nauwkeurige meting van het scheepsmagnetisme kan doen. Men maakt ook van de gelegenheid gebruik om de vuilbakken buiten te zetten!

De foto's zijn genomen 's morgens vroeg voor de ranging. Men probeert de accoustische ranging vroeg in de voormiddag te doen, als er geen pleziervaartuigen rondvaren: de verschillende scheepsgeluiden van de plezierboten kunnen een nauwkeurige meting onmogelijk maken.

Ranging in Duitsland

Een nauwkeurige analyse van de magnetische storing van het schip kan echter enkel in Duitsland gebeuren (nabij Lübeck). Het schip wordt in een enorme kooi gevaren en dan vastgezet met zware kabels. Het is nu mogelijk het aards magnetisme volledig te onderdrukken of om bepaalde plaatsen te simuleren. Men kan ook de voortstuwingsmotoren op verschillende snelheden laten draaien. De metingen gebeuren hier ook door een reeks magnetometers op de bodem van de baai.

Als het uitwendig magnetisch veld onderdrukt wordt, dan blijft er enkel nog het eigen magnetisch veld van het schip over (remanent magnetisme). In Haringvliet kan enkel het globaal magnetisch veld van het schip gemeten worden.

Het remanent magnetisme van een schip ontstaat tijdens werken aan het schip: als metalen opgewarmd en afgekoeld worden bewaren ze het magnetisch veld: het zijn zwakke magneten geworden. Dit permanent veld wordt onderdrukt door een omgekeerd veld te produceren door een berekende stroom in bepaalde compensatielussen te sturen. Verschillende werken kunnen een dergelijk veld opbouwen: lassen, boren, slijpen, veranderen van de uitrusting aan boord, enz. Dit veld kan daardoor in de tijd veranderen. Een regelmatige controle is daarom noodzakelijk, zeker na een groot onderhoud.

Het geinduceerd magnetisme ontstaat doordat de metalen delen van het schip meer permeabel zijn dat lucht of water. De veldlijnen van het aards magnetisme worden naar het schip getrokken, en dit geeft een verstoring van het magnetisch veld in de buurt van het schip. Dit veld hangt dus af van het aards magnetisme, die gemeten moet worden om een correctie uit te voeren. De correctie hangt af van de sterkte van het magnetisch veld ter plaatse, maar ook van de inclinatie van het veld, die afhangt van de positie van het schip. Ook het het rollen en stampen van het schip speelt een rol. De magnetometer die in de mast gemonteerd staat meet het magnetisch veld volgens de drie dimensies.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's