Mijnenjagers
Eerste magnetische mijnen
TechTalk
Root server » TechTalk » Marinebasis Zebrugge » Eerste magnetische mijnen

Eerste gebruik van magnetische mijnen

De duitsers hebben voor het eerst magnetische mijnen gebruikt aan het begin van de tweede wereldoorlog. Hier ook hadden de duitsers een militaire voorsprong aan het begin van de oorlog.

Tot nu toe waren de mijnen contactmijnen, die enkel konden ontploffen bij een botsing tussen mijn en schip. De mijnen waren uitgerust met een soort antennes, in feite dunne loden staven met daarin een glazen buis gevuld met een zuur. Bij de botsing plooide de antenne, de glazen buis brak en het zuur vormde een electrisch circuit die de mijn tot ontploffing bracht.

Magnetische mijnen detecteren de schepen op afstand en de schade wordt veroorzaakt door de drukgolf. Zo'n mijn kan een schip op meer dan 10 meter detecteren: dit is een ideaal bereik omdat de ontploffing van een mijn op een verdere afstand weinig schade kan aanrichten. De mijnen worden onder water gehouden door een kabel die verbonden is aan een betonblok op de bodem.

Veel schepen gingen verloren in het begin van de oorlog ten gevolge van de magnetische mijnen. Het gebeurde niet zelden dat een schip de volledige atlantische oceaan veilig had overgestoken, om dan tot zinken te worden gebracht dicht bij de kust van Engeland. Men moest dringend een oplossing vinden.

Beveiliging tegen magnetische mijnen

Gelukkig voor de geallieerden kwam er een magnetische mijn terecht in een estuarium niet ver van een militaire basis in Engeland. De militairen die de mijn onschadelijk moesten maken moesten al hun metaal achterwege laten. De mijn werd gedemonteerd met koperen werktuigen.

Deze mijnen waren enkel gevoelig voor het vertikaal component van het magnetisch veld. In onze streken is dit het sterkste component van het aards magnetisme. Door deze beperking konden eenvoudige maatregelen genomen worden om de schepen te beveiligen:

  • “Deperming”
    Er wordt een wikkeling rond het schip gelegd en er wordt een sterke gelijkstroom door de wikkeling gestuurd (duizenden ampères). Deze stroom magnetiseerde het schip in omgekeerde richting dan het aards magnetisme en kon dus de magnetische signatuur van het schip sterk verminderen.

    Deze beveiliging bleef maanden aktief, totdat de magnetisatie verminderde en uiteindelijk verdween: de operatie moest dan opnieuw uitgevoerd worden.

  • “Degaussing”
    Hier wordt de wikkeling permanent aangelegd en men stuurt een stroom door de wikkeling van zodra het schip in mijngevaarlijk gebied komt. De stroom die in de wikkeling gestuurd wordt is veel minder dan bij deperming, maar moet wel constant aanwezig zijn.

    Dit systeem is meer doeltreffend en wordt gebruikt om grotere schepen te beveiligen.

Het waren vooral de kleine militaire schepen die deperming ondergingen: vaak was er geen apparatuur aan boord om een constante gelijkstroom te produceren.

Ook burgerschepen kregen een degaussing coil, zoals de Queen Elisabeth en de Queen Mary die tijdens de oorlog gebruikt werden om troepen te vervoeren. De degaussing coil werd rond het schip aangelegd en is zichtbaar op bepaalde foto's uit die tijd.

De eerste foto toont ons een militair schip waarbij de coil goed zichtbaar is. De tweede foto is die van een militair schip met stalen romp die door een bom geraakt werd. Hier ook is de coil goed zichtbaar. Vanwege de grote hoeveelheid staal moeten er meerdere wikkelingen gelegd worden om een voldoende effekt te bekomen.

De controle of een schip voldoende beveiligd is gebeurt door het varen over een "range": dat zijn een reeks magnetometers die op de bodem van een baai geplaatst worden. Het signaal wordt doorgestuurd naar een meetstation. Bij het overvaren van een schip wordt er een grafiek getekend: de magnetische signatuur van het schip. Met deze signatuur kan men de veilige diepte van het schip berekenen: een magnetische mijn die op een grotere afstand gelegen is kan het schip niet met zekerheid detecteren.

Vernietiging van magnetische mijnen

Er zijn verschillende methodes om de magnetische mijnen tot ontploffing te brengen, bijvoorbeeld door een vliegtuig die juist boven water vliegt en een sterk magnetisch veld produceerd door een grote winding (foto 3). De mijnen van toen waren niet in staat het verschil te maken tussen een vliegtuig en een schip. De mijn explodeerde bij de doorgang van het vliegtuig (zonder gevaar voor het vliegtuig).

Bij een andere methode gebruikte men twee houten schepen (zodat hun eigen magnetisch veld beperkt was). Tussen de schepen was er een lus getrokken, waarin een strerke stroom gestuurd werd. De schepen varen heen- en weer om zo een groot gebied te bestrijken. Alle mijnen die in het gebied lagen ontploften.

Moderne magnetische mijnen

De huidige mijnen zijn in staat om na te gaan welk soort schip aan het overvaren is. Ze kunnen ook ingesteld worden om te ontploffen bij de doorgang van bijvoorbeeld het derde schip, of als de tonnenmaat binnen bepaalde waarden ligt, de mogelijkheiden zijn zeer uitgebreid.

De mijnen kijken ook niet meer enkel naar het vertikaal veld, maar analyseren eveneens het horizontaal veld. Moderne mijnen reageren niet meer op de absolute sterkte van het magnetisch veld, maar op het gradient (plotse verandering van het magnetisch veld, zowel positief als negatief). Dergelijke mijnen zijn veel meer betrouwbaar.

De beveiliging van het schip moet daarop berekend zijn, en men moet meer doen dan enkel het vertikaal magnetisch veld te corrigeren. Er moeten lussen bijgeplaatst worden om het magnetisch veld in lengterichting te onderdrukken (L coils) en in transversale richting (stuurboord-bakboord), dit zijn de A-coils (A van Aft). Bepaalde machines die een sterke storing veroorzaken zoals motoren en ankerlier hebben een lokale beveiliging.

De zeemijnen werden ondertussen verder verbeterd en men heeft extra detectiemogelijkheiden bijgevoegd, bijvoorbeeld om het geluid van de motor of van de propeller op te vangen. Dit systeem is niet in staat om het schip nauwkeurig te localiseren, maar wordt enkel gebruikt als bevestiging, zodat de mijn ongevoelig wordt voor overvliegende mijnenbestrijdingsvliegtuigen.

Men kan ook schepen detecteren door de drukgolf die door het schip veroorzaakt wordt. Een schip dat vaart produceert golven aan de oppervlakte, maar deze golven zijn ook aanwezig onder water. De drukgolf hangt af van de snelheid van het schip en kan onderdrukt worden door traag te varen. Mijnenbestrijdingsvaartuigen moeten noodzakelijkerwijze traag varen om mijnen op te sporen.

Huidig gebruik van zeemijnen

Zeemijnen worden tegenwoordig nog veelvuldig gebruikt in lokale conflicten. Het is een zeer goedkoop wapen: er is geen specifieke apparatuur nodig om zeemijnen te fabriceren en men kan met zeer weinig middelen alle vaarroutes platleggen. De zeemijnen kunnen met een bootje gelegd worden of gelanceerd worden vanaf kleine vliegtuigen.

De gebruikte technologie is rudimentair in vergelijking met bijvoorbeeld torpedo's. Gevoelige detectoren zijn niet nodig: het is het aantal mijnen dat belangrijker is dan de performantie. Het is de dreiging die speelt, de mogelijkheid dat een schip door een mijn getroffen wordt.

Met zeemijnen kan men op een snelle manier de toegang tot een volledig haven versperren. Het vernietigen van de mijnen vraagt veel meer middelen dan het leggen van de mijnen.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's