| De regeltransformator is een speciale soort transformator waarbij de uitgangspanning instelbaar is. Ze bestaan in monofasige en driefasige uitvoering. |
-
De voornaamste kenmerk van een regeltransfo is de beweegbare koolborstel die een deel van de spanning aftapt van de wikkeling. De transformator is gebouwd als een ringkerntransfo met zichtbare wikkelingen. De laklaag van de wikkeling is op een klein gebied verwijderd zodat het koper blank komt te staan en de stroom afgetapt kan worden. Het vermogen dat de regelbare autotransformator kan leveren wordt meestal beperkt door de maximale stroom die door de koolborstel mag lopen en door de werkspanning. De dubbele autotransformator die getoond wordt is geschikt voor 230V met een maximale stroomsterkte van 7A. De transformator kan dus 1.6kVA per fase leveren.
Monofasige transformatorenNaast de borstel (die de fase-uitgang vormt) is er ook een gemeenschappelijke neutre aansluiting (ingang en uitgang) en een fase-ingang.Regeltransformatoren kunnen extra aansluitingen hebben om een lagere of hogere spanning af te tappen. De ingangspanning van de transformator in dit voorbeeld is 230V, en de uitgang gaat van 0 tot 250V.
Monophasé of triphaséEr bestaan monofasige en driefasige regelransformatoren. De driefasige regeltransfo hoeft niet noodzakelijk uitgerust te worden met drie wikkelingen, met twee wikkelingen kan men ook een driefasige spanning overbrengen, maar met een beperkter vermogen. De borstels worden simultaan bediend zodat men dezelfde spanning op de fasen bekomt. De regeltransfo die hier getoond wordt heeft een motorbediening.De autotransformator rechts kan zowel monofasig aangesloten worden en levert dan tweemaal 1.6kVA of driefasig aangesloten worden (driehoekschakeling) waarbij de transfo 3kVA levert. Een driefasige regeltransfo met twee spoelen heeft een gemeenschappelijke fase (ingang en uitgang).
Driehoek of sterschakelingIndien men een derde wikkeling wenst, dan moet men overgaan naar sterschakeling, want de andere schakelingen zijn technisch niet mogelijk. De enige combinaties die mogelijk zijn zijn een driehoekaansluiting met twee transfo's of een steraansluiting (met neutre) met drie transfo's.Bij een driehoekaansluiting kan de neutre niet meer gebruikt worden na de transfo want de drie fasespanningen ten opzichte van de neutre zijn niet meer gelijk (de spanningen zijn nog steeds gelijk ten opzichte van elkaar). In geval van een steraansluiting zonder neutre moet de belasting op de drie uitgangen perfect gelijk zijn om een overspanning over een transfo te vermijden. Het is aangeraden altijd een aansluiting met neutre te gebruiken zodat de drie spanningen over de regeltransfo's gelijk zijn.
GebruikDe koolborstels van hoog-vermogen regeltransformatoren hebben een koelplaat om de warmte af te voeren (zie tweede foto). De koolborstels hebben de hoogste weerstand en warmen dus het meest op.De regeltransformatoren worden meestal gebruikt om een veranderlijke wisselspanning te leveren aan apparaten die getest moeten worden (laboratoriumtoepassingen). Een transformator wijzigt de golfvorm niet en is daarom uitermate geschikt voor deze toepassing. De regeltransformatoren worden gebruikt voor gemiddelde vermogens (tot een paar kVA). Voor grotere vermogens gebruikt men een inductiespanningsregelaar die een zeer nauwkeurige instelling van de uitgangspanning mogelijk maakt. Voor nog grotere vermogens (electriciteitsverdeling) gebruikt men regeltransformatoren met lastschakelaar om de wikkelverhouding te wijzigen terwijl de transfo in werking is. Voor andere toepassingen in de industrie zoals de motorsturing geeft men tegenwoordig de voorkeur aan frekwentieregelaars die zowel de spanning als de frekwentie aanpassen. Het rendement wordt daardoor beter, zeker als de motor op een lager toerental moet werken. De frekwentieregelaars zijn meestal lichter en hebben meer mogelijkheden. De regelbare transformatoren hebben een beter rendement dan de regelbare weerstanden (rheostaten) die vroeger gebruikt werden voor de verlichting van theaterzalen en dergelijke. De transformatoren produceren geen storingen op de lijn zoals triacs.
In geval van nood kan je zelf een variac maken. Dit is enkel mogelijk voor een lage spanning (een paar volts) zodat de secundaire wikkeling slechts één laag vormt en er maar een zeer lage spanning is tussen opeenvolgende wikkelingen. Hier gebruikt de ontwerper een metalen wieltje om contact te maken. Zorg dat het wieltje wat bol is, zodat er slechts één of twee wikkelingen verbonden worden met de loper. | ||||
Publicités - Reklame

