Inductiespanningsregelaar
Regelbare transformator traploos instelbaar
Electriciteit
Root server » TechTalk » Electriciteit » Wisselspanning » Transformator » Inductiespanningsregelaar

De inductiespanningsregelaar is een regelbare transformator die de uitgangsspanning met ±15% traploos kan bijregelen.
-

-


Induktiespanningsregelaar

De inductiespanningsregelaar is één van de mogelijke transformatoren om de uitgangsspanning bij te regelen. Om een fijne regeling mogelijk te maken gebruikt men een draaitransformator die nog het meest lijkt op een asynchrone motor met gewikkeld anker. De rotor kan hier echter niet vrij draaien en in plaats van glijcontacten te gebruiken heeft men een vaste verbinding met soepele kabels (de rotor draait nooit meer dan 180° in iedere richting).

De primaire wikkeling vormt de stator en de rotor is het secundair. Door de positie van de rotor te wijzigen produceert men een spanning in fase of in tegenfase. Deze spanning wordt opgeteld bij de netspanning en zo bekomt men een hogere of lagere spanning.

Primair en secundair kunnen schakeltechnisch omgewisseld worden, dit verandert niets aan de werking van de regelaar (stator wordt secundair en rotor primair).

De spanningsverandering is beperkt tot een percentage van de netspanning, bijvoorbeeld ±15%. De inductieregelaar moet daarom slechts bekerend zijn voor een vermogen van 15% van het maximaal vermogen.

In een praktische realisatie zal men de secundaire wikkeling aansluiten op de laagspanningskant van de hoofdtransformator die in ster gewikkeld is. De draaitransformator vervangt de lastschakelaar.

In tegenstelling met een normale transfo heeft de draaitransformator een luchtspleet. Een voordeel hiervan is dat de maximale stroom beperkt is. Dit is eveneens het geval met alternatoren die een kortsluitstroom hebben die 3× à 5× de nominale stroom bedraagt.

Induktieregelaars voor het driefasig net veroorzaken een faseverschuiving bij het veranderen van de spanning. Als dit niet gewenst is (omdat de mogelijkheid bestaat dat de secundaire netten van verschillende regeltransfo's samengekoppeld worden) gebruikt men een dubbele regelaar waarbij de faseverschuiving van de ene transfo gecompenseerd wordt door de faseverschuiving van de andere transfo.

Voor de electriciteitsdistributie gebruikt men echter liever regeltransfos met lastschakelaars die relatief goedkoper zijn bij hoge vermogens. Dankzij het ontbreken van een luchtspleet is het rendement ook hoger.

Induktiespanningsrelegaars zijn meestal gemaakt voor triphasé, maar ze bestaan ook in monophasé uitvoering.

De uitgangsspanning hangt af van de ingangsspanning, waarbij men de spanning op de secundaire wikkeling bijtelt. De spanning op het secundair kan zowel in fase als in tegenfase zijn.

De formule is enkel van toepassing als primair en secundair eenzelfde aantal wikkelingen hebben. In de praktijk zal het secundair maar 15% van het anatal wikkelingen hebben, waardoor het regelbereik beperkt is tot ± 15%, maar dit is geen bezwaar voor de toepassing.

De primaire wikkeling kan zowel de rotor als de stator zijn, in dit voorbeeld is dat de stator. De draaddikte van de secundaire wikkeling kan identiek zijn aan de draaddikte van de primaire wikkeling, maar het aantal wikkelingen is beperkt aan secundaire kant.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's

-