Verschillen
monophasé, biphasé, diphasé, triphasé
Electriciteit

Naast monophasé en triphasé bestaat er ook bi- en diphasé
-

-


Biphasé


Diphasé

Monophasé
Monophasé is eenvoudig uit te leggen: twee stroomgeleiders die wisselspanning voeren. Monophasé wordt gebruikt voor kleine en gemiddelde verbruikers.

Je hebt altijd twee geleiders nodig om stroom te voeren; In het begin van de electrificatie heeft men een korte tijd één enkele geleider gebruikt, de retourleiding was dan de aarde maar dit voldeed enkel voor zeer lage stromen (telegrafie)

Biphasé
Biphasé heeft drie geleiders nodig: een "+", een "-" en een neutraal. De spanning op de "+" is tegengesteld aan de spanning op de "-": als de spanning op de plus maximaal is (bijvoorbeeld +168V) dan is de spanning op de minleiding minimaal (dus -168V). Als de spanning op de "+" nul volt is, dan is ook de spanning op de "-" nul volt. Er is een faseverschil tussen de twee geleiders van 180°. We hebben natuurlijk hier te maken met een wisselspanning, de spanning op één geleider blijft dus niet altijd positief of negatief maar wisselt 50 keer per seconde om.

Men kan gemakkelijk biphasé maken vanaf monophasé door een transfo met middenaftakking aan het secundair te gebruiken (zie afbeelding).

Biphasé wordt in de Verenigde Staten gebruikt (waar het split phase genoemd wordt) om zowel 120 als 240V ter beschikking te stellen aan de gebruikers, namelijk 120V tussen "+" en neutre (en tussen "-" en neutre), en 240V tussen "+" en "-".

Aan het begin van de electrificatie, toen er nog met gelijkspanning geëxperimenteerd werd, waren bepaalde netten “sort of” biphasé: +110V, 0V, en -110V (gelijkspanning). De bedoeling was hier ook om twee spanningen te hebben, 110V voor de kleine verbruikers (verlichting) en 220V voor de grotere gebruikers (motoren). In tegenstelling met wisselspanning kon gelijkspanning niet getransformeerd worden.

Diphasé
Diphasé heeft ook drie geleiders nodig, maar hier is het faseverschil 90° (kwadratuur). Diphasé werd gebruikt in het begin van de electrificatie om draaistroom te voorzien voor motoren. Diphasé werd snel verdrongen door triphasé die talrijke voordelen heeft. Het vermogen werd overgebracht door 4 geleiders (twee gescheiden kringen) of drie geleiders met gemeenschappelijke neutre.

De figuur toont ons hoe een difasige spanning gemaakt wordt: met wikkelingen die 90° verschoven zijn ten opzichte van elkaar. Soms gebruikt men slechts drie sleepringen (één is gemeenschappelijk aan beide windingen).

Het identificatieplaatje van een oude difasige motor

Een asynchrone motor heeft een draaiveld nodig en moet dus gevoed worden met triphasé of diphasé. Met het monofasig net kan men diphasé produceren door een condensator in serie te plaatsen op één van de fasen. Daardoor loopt de stroom ongeveer 90° voor op de stroom door de hoofdwikkeling (dit lukt zelfs in beperkte mate voor echte driefasige motoren: zie Steinmetz aansluiting). De schakeling met condensator is enkel geschikt voor motoren met een beperkt vermogen (tot een paar kW). Voor hogere vermogens (waarbij men eigenlijk aangewezen is op het driefasig electriciteitsnet) moet men een Scott transformator gebruiken.

Difasige motoren hebben een lager rendement en worden best vervangen door echte driefasige motoren.

Een resolver levert een difasige spanning als mate voor de hoekverdraaing in de industrie, de luchtvaart en alle sectoren waar een hoge betrouwbaarheid noodzakelijk is.

Triphasé
En natuurlijk hebben we triphasé die oorspronkelijk bedoeld was om motoren aan te drijven, maar door de voordelen ten opzichte van monophasé is triphasé de norm geworden voor electriciteitsdistributie. Meer informatie over triphasé is hier te vinden.

Hexaphasé
Het zesfasig net wordt op een volgende bladzijde besproken. Dit net wordt bijvoorbeeld lokaal aangelegd om gelijkspanning te maken. Om men gelijkspanning maakt (hoog vermogen) wordt hier uitgelegd.

Gelijkspanning
Gelijkspanning wordt nog altijd op grote schaal gebruikt, namelijk om electriciteit over lange afstanden te vervoeren. Vroeger werden er motor-generatorcombinaties gebuikt, nu past men vermogenselectronica toe.

Er zijn heelwat processen die gelijkspanning nodig hebben: electronische toestellen, laadstations voor electrische auto's, de sturing van motoren met een frekwentieregelaars (VFD of variable frequency drive), radio- en televisiezenders, radartorens,...

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's

-