Werking generator
Voorbeeld van een regelaar
Regelaar
Dit zijn de aansluitingen en instellingen van een standaard regelaar. Nieuwere regelaars hebben vaak meer funkties die in normale toepassingen niet gebruikt worden, en ook extra beveiligingen.

Voorbeeld regelaar

Electrische aansluitingen

Hier hebben we een typische regelaar die je misschien kan tegenkomen. We bekijken eerst de aansluitingen (wijzerszin)

    Een andere regelmodule wordt hier besproken
    met de correcte instellingen voor parallelbedrijf

  • SENSING INPUT Een meetingang die de netspanning meet (lijnspanning). Omdat de regelaar geschikt is voor meerdere soorten alternatoren die verschillende spanningen kunnen leveren, zijn er twee ingangen (slechts één wordt gebruikt: ofwel de 500V ingang (400 tot 800V), ofwel de 250V ingang (200 tot 400V)).

  • REMOTE VOLT ADJUST Er is de mogelijkheid om een externe potentiometer aan te sluiten om de spanning bij te regelen op het bedieningspaneel zelf. Vaak is het een multiturn potentiometer.

  • PARALLELING CURRENT TRANSFORMER Dan een aansluiting voor een stroomtransfo. Deze is enkel nodig als de generator in parallelbedrijf moet werken. De module meet de fase tussen spanning en stroom. Zo kan de regelaar het blindvermogen beperken. Alle generatoren moeten dezelfde stroomtransfo gebruiken, anders wordt het bepalen van de vermogensverhoudingen moeilijk.

  • POWER INPUT Deze regelaar werkt met een aparte stroomvoorziening (PMG of AUX). Er zijn 4 ingangen (UH1/UH2 en WH1/WH2), maar bij PMG worden er slechts drie gebruikt (UH1, VH1, WH1).

    Indien de alternator geen aparte stroomvoorziening heeft, dan moeten de drie fasen van de generator aangesloten worden (eventueel via een driefasige transfo zodat de voedingsspanning tussen 100 en 200V ligt)

  • FIELD POWER En uiteindelijk de bekrachtigingsuitgang.
Sommige regelmodules hebben ook een relais-uitgang om de contacteur die de generator met de belasting koppelt te bedienen. De contacteur wordt ingeschakeld als de frekwentie en de spanning binnen de grenzen zijn en wordt weer uitgeschakeld als de waarden buiten de limieten vallen.

Instellingen

De instellingen moet u enkel wijzigen als de stroomgroep niet naar behoren werkt:
  • UNDER FREQUENCY De onderfrekwentie waarbij de regelaar de bekrachtiging stillegt, de uitgangsspanning zakt dan weg en de motorbelasting valt dan ook weg. Hier regel je niet de effektieve frekwentie (dit gebeurt mechanisch op de motor zelf)!

  • <f ADJUST Frekwentie waarbij de bekrachtiging verminderd wordt zodat de motor minder belast wordt. Dit is ook geen frekwentieregeling. Zie ook V/Hz lager.

  • VOLTAGE ADJUST We hebben ook een spanningsregeling, dit is een fijne instelling of een ruwe instelling als er een externe potentiometer gebruikt wordt (instelling van de limieten).

  • GAIN Stabiliteitsregeling: dynamisch gedrag van de regelaar, dus hoe strak de spanningsregeling gebeurt bij belastingsvariaties. Een te hoge instelling maakt het systeem instabiel (spanning varieert constant of oscilleert), bij een te lage instelling vangt de regelaar de belastingsvariaties niet goed op. Er wordt aangeraden de potentiometer zo ver naar rechts te draaien totdat er oscillaties in de uitgangsspanning ontstaan, en dan de regelaar wat terugdraaien.

  • DROOP De droop geeft aan hoeveel de spanning mag zakken tussen nullast en vollast, deze instelling is nodig bij parallelbedrijf, maar je kan hier ook de waarde aanpassen bij eilandbedrijf. Een kleine droop zal er voor zorgen dat de regelaar stabieler werkt. Dit is een statische regeling, vandaar de naam STATISME dat je op sommige regelaars kan aantreffen.

  • I SENSING Deze regeling dient om de stroommeting (gevoeligheid van de regelaar) aan te passen aan de gebruikte stroomtransfo. De funktie van die regeling is identiek aan de spanningsregeling. Enkel effektief als er een stroomtransfo aangesloten is. Als de instelling verkeerd is wordt het vermogen slecht verdeeld over de stroomgeneratoren. Het is de bedoeling dat iedere generator een vermogen levert dat proportioneel is aan het nominaal vermogen van de generator. De verhouding wordt ingesteld met deze regeling.
De <f ADJUST instelling wordt soms aangevuld met een V/Hz aanduiding (volt per hertz). Als het toerental van de motor zakt, dan stelt de regelaar de uitgangsspanning in op een lagere waarde (deze instelling regelt de helling van de funktie, dus hoeveel volts per hertz). Daardoor kan de motorbelasting verminderd worden, waardoor het toerental opnieuw kan stijgen. Zo wordt een afschakeling wegens te laag toerental vermeden. Deze instelling werkt voor de meeste soorten belastingen (gemengde belastingen). Als het toerental onder de UNDER FREQUENCY komt, dan wordt de bekrachtiging volledig uitgeschakeld.

Een zeer belangrijke instelling is de maximale exciterstroom (bekrachtigingsstroom). Bij een tweetraps alternator krijgt de exciter van de bekrachtigingsalternator bijvoorbeeld 2A onder 50V (100W). De bekrachtigingsalternator geeft op zijn beurt een vermogen van 5kW (20A, 250V), wat dan ook zijn maximaal vermogen is. Zou men een hogere exciterstroom gebruiken, dan kan de alternator defekt gaan, meestal door oververhitting van de draaiende diodebrug.

De maximale bekrachtigingstroom staat in de specificaties. Daarmee wordt het electrisch vermogen van de alternator bepaald. Deze instelling die afkankelijk is van de alternator wordt vaak ingesteld af fabriek met een vaste weerstand. Tegenwoordig wordt deze waarde in de electronische module geprogrammeerd. Bij een module die bij een alternator hoort kan deze waarde niet meer gewijzigd worden, wel als het een vervang-module betreft.

Deze veel voorkomende regelaar wordt niet meer gefabriceerd (er is een compatibele vervanger).

Sommige regelaars hebben bijkomende mogelijkheden zoals verschillende beveiligingen (onder spanning, over spanning,...), enz. De regelaar zelf kan enkel ingrijpen door de exciterstroom te verminderen. Sommige regelaars hebben een droog contact (foutconditie) die gebruikt wordt om de motor stil te leggen bij zware fouten (overspanning door defekt aan de regelaar, overtoeren,...)

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's