Onderhoud stroomgroep
Test en onderhoud diesel en alternator gedeelte
Genset onderhoud
Het onderhoud en de regelmatige testen van een generator zijn belangrijk, zodat de generator effektief kan starten en zijn nominaal vermogen kan leveren als dit noodzakelijk is.

Indien je in de handleiding van je stroomgroep leest dat de alternator regelmatig getornd moet worden, dan zit je eigelijk op de verkeerde internet site. Het zijn de enorm grote stroomgroepen die in electriciteitscentrales gebruikt worden die getornd moeten worden om te vermijden dat de rotor zou doorzakken onder zijn eigen gewicht.

Batterijlading


Test van de kerstboom v˛˛r het starten.
Alles in orde, we kunnen starten!

De generator in werking: hij levert 400V lijnspanning (de spanning tussen twee fasen) en de frekwentie is juist boven 50Hz (nullast bedrijf). De alternator kan 120A leveren.

De generator dateert van augustus 1987 en kan in theorie gekoppeld worden aan andere generatoren om gezamelijk een hoger vermogen te leveren (parallelbedrijf). In de praktijk wordt dit niet vaak gedaan voor losse stroomgroepen.

Batterij

Stroomgroepen gebruiken doorgaans startbatterijen zoals die gebruikt worden in vrachtwagens. De spanning gaat van 12V tot 48V voor de grotere groepen. Loodbatterijen hebben een beperkte levensduur, en zelfs goed onderhouden gaan ze maar een 5-tal jaar mee.

De batterij moet niet constant geladen worden, dit kan zelfs averechts werken. Met een nauwkeurige voltmeter moet de spanning gecontroleerd worden. Die moet ten alle tijde boven de 12.V volt zitten (voor een 12V batterij). Eventueel bijladen als dit nodig blijkt. Indien de stroomgroep meerdere batterijen van 12V heeft, dan kunnen ze individuel geladen worden met een 12V lader. De batterijen moeten zelfs niet losgekoppeld worden als de lader volkomen ge´soleerd is.

Voorbeeld van een stroomgroep met 2 batterijen van 12V. Bij het laden van de bovenste batterij kan er een kortsluiting van de onderste batterij ontstaan via de behuizing van de lader (of via de neutre van de electriciteitsnet) ••• en de behuizing van de stroomgroep •••. De minpool van de lader ••• is namelijk vaak verbonden met de neutre (PE) •••. Het beste is een ge´soleerde lader te gebruiken (plastieken behuizing) en te controleren dat de uitgang van de lader niet aangesloten is op de neutre. De kortsluiting is in het roze aangeduid •••. Als je niet zeker bent, batterijen loskoppelen!

Het is zeer moeilijk om de betrouwbaarheid van een startbatterij te bepalen. De ontlaadtesten geven slecht een indicatie omdat de belasting te laag is. Bij het starten moet de batterij immers een zeer sterke stroom leveren.

Onderhoud

Je moet je niet baseren op de uurteller om het onderhoud van de stroomgroep te plannen. Olie wordt even snel slecht als de groep veel of weinig draait. Het is bij het starten dat de frictie maximaal is. Als de diesel nooit zijn werkingstemperatuur bereikt, dan kan de olie slecht worden door vocht in de olie, maar als de generator vaak op zijn maximale belasting werkt, dan komt er meer roet in de olie.

Vervang de olie ÚÚnmaal per jaar (eventueel ook de oliefilter vervangen). Een noodgenerator (die niet vaak gestart wordt, maar snel vermogen moet leveren) moet vaker onderhouden worden dan een werfgenerator die regelmatig gebruikt wordt op deellast. Je moet een onderhoud plannen om de 100 werkuren voor een noodgenerator en om de 500 werkuren voor een werfgenerator.

De luchtfilter kan meestal gewassen worden, maar na twee of drie beurten zal die toch vervangen moeten worden. Door een verstopte filter haalt de motor zijn nominaal vermogen niet meer en produceert ie meer roet, zelfs op gemiddelde belastingen.

Testprocedure

Eenmaal per maand moet de groep getest worden. Eerst moet de generator enkele minuten in vrijloop draaien, en dan mag de belasting aangesloten en opgevoerd worden (liefst meer dan 30%).

De motor moet belast worden zodat die zijn normale werkingstemperatuur kan bereiken. De olie moet warm genoeg kunnen worden zodat water kan verdampen. Als er brandstof verbrand wordt, dan ontstaat er ook waterdamp, en die kan een film op de olie vormen, waardoor de smering gebrekkig wordt.

De werking onder belasting zorgt er ook voor dat al het roet uit de motor en de turbo weggeblazen wordt. Als de motor op lage belasting draait, dan kan zich roet afzetten, waardoor het nominaal vermogen niet meer gehaald kan worden.

Na de belasting moet de motor een paar minuten onbelast kunnen draaien om af te koelen.

Bij onbelast draaien, deellast en vollast moet de rotatiesnelheid van de motor redelijk constant blijven zodat de uitgangsfrekwentie binnen de perken blijft (55 - 50Hz onbelast - vollast). Ook de spanning moet binnen de grenzen blijven (220-240V). Dit geld natuurlijk voor algemene stroomgroepen die niet gekoppeld moeten worden.

Oliedruk
Na het starten is de oliedruk hoog (aanduider op 2/3 van de schaal) om te zakken als de olie zijn werkingstemperatuur bereikt heeft (1/3 van de schaal). De oliedruk mag niet onder 1/4 van de schaal komen: dit is een teken dat de smering onvoldoende is. De oliedruk zakt lichtjes als de olietemperatuur stijgt.

Olietemperatuur
De olietemperatuur hangt af van het vermogen die geleverd moet worden. Indien de stroomgroep altijd onbelast draait, dan zal de nominale olietemperatuur nooit bereikt worden. De olietemperatuur kan schomelen naargelang de belasting: het is de olie die voor de koeling van de turbo moet zorgen, en die werkt enkel als de motor belast wordt.

In tengenstelling met automobielmotoren heeft de motor van een stroomgroep geen oliekoeler. Soms is er een oliekoeler aanwezig aan de ingang van de turbo.

Watertemperatuur
Er zit een thermostaat op de watercirculatie zodat de motor snel zijn bedrijfstemperatuur kan bereiken (ongeveer 80░C). De temperatuur moet redelijk stabiel blijven ongeacht de belastingsveranderingen. Indien het water maar traag op temperatuur komt, dan kan het zijn dat de thermostaat te vroeg open gaat of water lekt. De radiator koelt dan het water, terwijl het water nog niet warm genoeg is.

Batterijspanning
Als de stroomgroep in werking is moet de batterijspanning snel naar 14.0 Ó 14.5V gaan, een aanduiding dat het laadcircuit correct werkt. De batterijspanning mag zeker niet rond de 12V blijven hangen, dit is een teken dat de batterij niet bijgeladen wordt. Omdat de stroomgroep zelf stroom opneemt, gaat de batterij zijn lading verder verliezen. In noodgeval kan er een externe lader gebruikt worden om de batterij op peil te houden als de auto-alternator de batterij niet laadt.

Indien de stroomgroep een stroomindicator heeft, dan moet die maximaal uitslaan in positieve zin na het starten, en dan een lage positieve waarde aannemen na een paar minuten.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's