Generator
Huishoudelijk gebruik
Electriciteit
Root server » TechTalk » Electriciteit » Generatoren » Huishoudelijk gebruik

Kleine generatoren voor huishoudelijk gebruik worden meer en meer verkocht. Maar wat zijn de verschillende types en hoe worden ze aangesloten?

Generatoren voor huishoudelijk gebruik


Uitschakelplan voor België
Dankzij de onkunde van onze nationale politiekers is er een produkt dat zeer goed verkoopt de laatste tijd: de stroomaggregaten. Omdat er te weinig draaiende electriciteitscentrales zijn, kan de behoefte niet altijd voldaan worden. Bepaalde zones zullen uitgeschakeld moeten worden zodat het volledig land niet zonder stroom komt te staan. Het zijn niet de zonnepanelen en de windmolens die de stroom zullen leveren op de koude winterdagen als iedereen een extra verwarming inschakelt.

Waar ik werk gebruikt men grote generatoren die 250kW kunnen leveren. Met een dergelijk vermogen kan je een hondertal huizen van stroom voorzien, of een grote landbouwonderneming, of een gemiddeld schip.

Voor een huishoudelijk gebruik is een vermogen van 2000W voldoende. De stroomonderbrekingen zouden in theorie slechts 3 uur duren. Zo'n kleine generator is goedkoper en levert monophasé, die gemakkelijker gebruikt kan worden. Zwaardere groepen leveren doorgaans triphasé.

Kleine ondernemingen (winkels, horeca,...) opteren liever voor een grotere stroomgroep die ervoor kan zorgen dat de economische aktiviteit niet stilvalt. De koelcellen moeten stroom krijgen, maar ook de winkel mag niet zonder stroom vallen.

Diesel of benzine?

De kleine generatoren gebruiken een viertakt benzinemotor die gemakkelijker te starten is maar die wat meer onderhoud vraagt (reinigen van de bougies). Dit is vergelijkbaar met het onderhoud van een grasmaaier. Zwaardere groepen hebben een dieselmotor die een hoger rendement haalt, maar die moeilijker te starten is (deze gebruiken een electrische starter, en voor echt grote groepen zelfs een persluchtstarter). Dieselmotoren kunnen gevoed worden met rode brandstof (mazout voor huisverwarming waarop minder belastingen betaald moeten worden).

Installatie (aansluiting in de woning)

Het is gemakkelijk als er maar een schakelaar omgezet moet worden om het huis te voeden met de generator. Deze installatie moet echter door een electricien uitgevoerd worden. Ook moet het verbruik beperkt worden: geen electrische verwarming (boiler, stoomstrijkijzer, enz). Ook een koffiezet verbruikt eigenlijk te veel voor een kleine generator.

Normaal is 2000W voldoende voor een huis, als de grote gebruikers natuurlijk uitgeschakeld worden. De centrale verwarming (op gas) kan echter probleemloos door de generator gevoed worden. Het beste is te werken met een relais die alle grote gebruikers buiten dienst stelt als het huis door de generator gevoed wordt.


Een generator voor triphasé.
Alle generatoren leveren ook monophasé,
maar niet allemaal hebben ze de noodzakelijke aansluitingen

In ieder geval moet u een beroep doen op een electricien als u een deel van de electrische installatie van het huis zou veranderen. U komt gegarandeerd in de problemen als u stroom op het net zou steken tijdens een stroomonderbreking!

Zonnepanelen werken niet tijdens een stroomonderbreking, zelfs al is er voldoende zon. De omvormer is ontworpen om te synchroniseren op het net en is niet voorzien voor eilandbedrijf (niet gekoppeld aan het electriciteitsnet). Zelfs al draait de generator (en is er dus een lokaal electriciteitsnet), toch kan de zonnepaneel niet gebruikt worden omdat de stroomafname onvoldooende stabiel is.

Bij de stroomonderbreking moet de generator buiten gezet worden (produktie van schadelijke gassen). Het beste is op voorhand een vaste, veilige plaats te voorzien, waar de generator constant kan blijven draaien (beschut van de regen). Een generator produceert ook heelwat warmte.

Generatoren met “inverter” technologie

Deze generatoren zijn goed bekend bij campeerders omdat ze minder lawaai produceren. Het rendement is ook hoger bij deellast. De generator bestaat uit een kleine benzinemotor en een alternator zoals de klassieke stroomgroep, maar de wisselspanning wordt gelijkgericht en dan direct naar een omvormer gevoerd, die er weer wisselspanning van maakt. Het betreft voornamelijk kleine generatoren met monophasé uitgang (maximum 2000W). Het voordeel is het lagere verbruik bij deellast omdat de motor geen constante toerental moet hebben. Bij deellast gaat de motor langzamer draaien en verbruikt minder. Deze generatoren zijn niet in staat om motoren te voeden (boormachine enz).

Dergelijke generatoren worden in een volledig gesloten behuizing geleverd (zie foto), in tegenstelling met klassieke generatoren die in een metalen frame zitten.

Automatische starter

Een automatische starter is normaal niet nodig voor particulier gebruik. Het maakt de installatie duur (niet enkel de veranderingen aan het electriciteitsnet thuis, maar ook de generator is duurder). Het kan wel gebruikt worden bij installaties die niet zonder stroom mogen zitten (kippen- en varkenskweekers: de batterijen mogen nooit zonder verluchting zitten omdat de dieren binnen een paar minuten zouden stikken wegens zuurstoftekort).

Bij hospitalen, computercentra, fabrieken waar de productie niet mag stilvallen, combineert men een noodaggregaat met een UPS. De UPS levert stroom aan de diensten die niet zonder stroom mogen vallen, terwijl de noodgenerator opgestart wordt. Na een minuut kan de generator de stroomvoorziening van het volledig bedrijf overnemen.

Monofasig of driefasig?

In feite hebt u weinig keuze: tot en met 2kW zijn alle generatoren monofasig. Er zijn namelijk geen driefasige verbruikers die minder dan 2kW nodig hebben.

Een monofasig net (zelfs al is die zwaar genoeg uitgevoerd) kan geen driefasige motoren aandrijven omdat de draaistroom ontbreekt. Een monofasig net kan eventueel gebruikt worden om een driefasige verwarming van stroom te voorzien, waarbij er dan één, twee of drie verwarmingselementen aangesloten worden (in parallel).

Vanaf een bepaald vermogen zal je enkel nog driefasige generatoren aantreffen. Ze beschikken over een driefasige aansluiting en vaak ook over drie monofasige aansluitingen. De driefasige aansluiting kan al dan niet gebruikt worden in combinatie met de monofasige aansluitingen voorzover de totale belasting niet overschreden wordt. De monofasige aansluitingen zijn soms niet aanwezig (besparing), maar er bestaan aanpassingskabels die van een trifasé aansluiting drie monofasé aansluitingen maken.

Om het maximaal vermogen uit de generator te halen moeten de drie aansluitingen evenveel belast worden, iedere uitgang kan bijvoorbeeld 20A leveren. Gebruikt men slechts één aansluiting, dan kan de generator 4.4kW leveren, gebruikt men ze alle drie, dan wordt dat 13.2kW.

De funktie-aanduiding van de generator heeft geen wettelijke waarde. Generatoren voor op reis (meestal met inverter-technologie) hebben weinig vermogensreserve en kunnen geen zware motoren starten (zelfs al kunnen ze voldoende stroom leveren). Generatoren voor op de werf hebben wel de nodige reserve.

Kilowatts of kilovars?


Met een dimmer wordt er slechts gedurende een deel van de periode stroom verbruikt.
De energie die een generator kan leveren wordt uitgedrukt in kW. Het vermogen dat door een gloeilamp opgenomen wordt, wordt uitgedrukt in watt. Een versterker kan zoveel watt leveren,...

Maar een aantal verbruikers zijn geen "gemakkelijke eters": ze vragen veel ampères, maar ze braken die dan terug uit op het net bij de volgende halve periode. Het zijn vooral transformatoren, motoren en spoelen (ballast bij TL lamp) die lastig doen. Ze verbruiken meer ampères dan wat berekend wordt uit hun verbruik (vermogen).

Indien de thermische motor van de generator berekend moet zijn voor het te leveren vermogen (met een zekere reserve), moeten de wikkelingen in de alternator en de kabels voorzien zijn op de stroom. Daarom hebben generatoren een indicatie van het vermogen in kW (hetgeen de verbrandingsmotor kan leveren) en een indikatie in kVA (hetgeen de wikkelingen kunnen leveren).

Vaak is de verhouding van een generator kW:kVA 1:1.25, maar aan gebruikerskant hangt dit af van de belasting: TL-verlichting heebt bijvoorbeeld een heel slechte verhouding (wegens de ballasten), maar dat kan gecompenseerd worden in bepaalde armaturen.

Een monofasige generator die berekend is voor 2kW heeft een zekering van 10A en kan in de praktijk 2.3kVA leveren, en dan springt de ingebouwde zekering.

Aanloopstroom en crest factor

Motoren verbruiken meer dan hun nominaal vermogen bij het starten. Sommige motoren trekken tot 3.5 meer vermogen uit het net bij het starten (dit hangt af van het type motor en de belasting). Generatoren voor werfgebruik zijn voorzien om dergelijke motoren te starten, maar dat is zeker niet het geval voor kleine mobiele generatoren in inverter-technologie.

Ook dimmers vormen een moeilijke belasting voor de stroomaggregaten omdat ze een slechte crest factor hebben (bij iedere periode nemen ze maar korstondig stroom af van de generator). Het is daarom belangrijk reserve-vermogen over te hebben. De generator moet in feite berekend zijn op het volle vermogen, en niet op het gedimd vermogen.

Een waterpomp of een ventilator in een loods die continu moet draaien hebben een generator nodig die effektief 30 à 50% meer vermogen kan leveren dan het wattage op de motoren. Bij werven telt men het gebruik van alle apparatuur samen en gebruikt men een vermenigvuldigingsfaktor van 1.2 (met deze formule houdt men rekening met de aanloopstroom van de motoren en met het feit dat ze niet constant op vol vermogen gebruikt worden).

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's