| Asynchrone motoren hebben een draaiveld nodig. Men kan een driefasige motor op het monofasig electriciteitsnet aansluiten met een Steinmetz schakeling. |
-
Het is in theorie niet mogelijk een driefasige motor aan te sluiten op een monofasig net (en ontstaat geen draaiveld). De meeste motoren die op monophasé werken (behalve universele motoren) moeten een hulpschakeling hebben (bijvoorbeeld een spleetpool of een condensator) om een draaiveld op te wekken.
Een driefasige motor blijft draaien als één van de fases onderbroken wordt, zij het met een laag vermogen en koppel (en een veel hogere stroomopname waardoor de motor beschadigd kan geraken). De motoren zijn beveiligd met een contacteur die de drie fases onderbreekt om dergelijke toestanden te vermijden. Men kan een driefasige motor laten draaien op een monofasige spanning, maar het is een noodoplossing die niet geschikt is voor hogere vermogens. Deze schakeling wordt soms Steinmetz aansluiting genoemd. Het vermogen dat de motor kan leveren is ongeveer 30 à 50% lager, maar vooral het koppel is lager. Vaak kan de motor enkel starten in onbelaste toestand, zoals bijvoorbeeld het geval is met een vast opgestelde slijpmachine. Deze oplossing kan gebruikt worden als het een specifieke motor betreft waarvoor er geen vervanging is, of als het een recuperatiemotor betreft die men op een goedkope manier wilt gebruiken. Om de motor te laten draaien moet men een draaiveld produceren, dit zal gebeuren met een condensator die een faseverschuiving veroorzaakt. De minimale condensatorwaarde bedraagt μF = W / 14.5 (bij 230V). Een motor van 500W heeft dus een condensator nodig van minstens 35μF. Bij een lagere waarde wordt het koppel nog lager, terwijl met een hogere waarde de stroom te hoog kan oplopen in de condensator-wikkeling. Om een geschikte waarde te bekomen aan de hand van condensatoren van een kleinere waarde worden ze in parallel geschakeld en telt men de capaciteiten op. Men moet condensatoren gebruiken die geschikt zijn voor continu-gebruik (metaalfilmcondensatoren en zeker geen bipolaire elko's). De werkspanning moet het dubbel zijn van de netspanning. De condensator moet niet-gepolariseerd zijn. Deze condensatoren zien er uit als een plastieken cylinder met de twee aansluitingen aan één kant. Door de schakelaar te verzetten kan men de rotatierichting van de motor veranderen (enkel bij stilstaande motor!) De schakelaar heeft geen tussenstand (condensator niet verbonden.
Indien de oplossing niet werkt moet men een omvormer gebruiken (frekwentieregelaar). Dit is niet zo'n dure oplossing en heeft als voordeel dat bij de meeste omvormers de frekwentie ingesteld kan worden, waardoor men de motor sneller of trager kan laten draaien. Monofasige frekwentieomvormers die een driefasige motor kunnen sturen kosten ongeveer 150€, het vermogen is echter beperkt tot ongeveer 2kW. Dit is een voorbeeld van een vaste condensator voor een asynchrone driefasige motor gevoed vanuit het monofasig net. Met een condensatorwaarde van 10µF kan men een motor van 150W voeden. Om te kunnen weerstaan aan de uitslingeringen is een werkspanning van 330V wisselspanning aangewezen (netspanning van 230V). Monofasige asynchrone motoren hebben eveneens een condensator nodig, maar de faserverschuiving is doorgaans kleiner (90° = bifasige spanning). De waarde van de condensator staat aangeduid op het typeplaatje van de motor. |
Publicités - Reklame
Het is in theorie niet mogelijk een driefasige motor aan te sluiten op een monofasig net (en ontstaat geen draaiveld). De meeste motoren die op monophasé werken (behalve universele motoren) moeten een hulpschakeling hebben (bijvoorbeeld een spleetpool of een condensator) om een draaiveld op te wekken.