| Asynchrone motoren hebben een draaiveld nodig. Bij een monofasig net kan dit draaiveld opgewekt worden met een spleetpool (frager wikkeling) |
-
De wikkeling die voor de faseverschuiving zorgt bestaat uit koper. De zelfinductie van deze wikkeling produceert een naijlend magnetisch veld. Als het hoofdveld zwakker wordt, dan probeert de hulpwikkeling het veld te behouden, waardoor men een draaiend veld bekomt. De rotor is doorgaans een kooianker zoals in de meeste asynchrone motoren. Sommige motoren hebben een ingebouwde magneetstaaf om de motorsnelheid op te krikken tot een synchrone werking (aandrijving van wandklokken en platenspelers). De koperen wikkeling (Frager wikkeling) kan men vergelijken met de secundaire wikkeling van een transfo. De wikkeling is in kortsluiting maar er loopt gelukkig maar een deel van het veld door de wikkeling. De verliezen zijn echter hoog en het rendement van de motor is laag. De wikkeling van de rotor van een inductiemotor (asynchrone motor) is ook in kortsluiting, maar als de motor draait is er geen kortsluiting meer.
Het principe van de spleetpool wordt ook toegepast bij wisselstroomrelais om het trillen van het anker tegen te gaan. Door de ring van Frager wordt het magnetisch veld nooit nul en bljft het anker tegen de kern plakken. Een inductiemotor heeft altijd een slip ten opzichte van de netfrekwentie. De hoeveelheid slip hangt af van het type kooianker en de belasting. Bij de spleetpoolmotor kan de slip onder belasting zeer hoog worden (tot 40%) omdat het draaiveld diffuus is. De motor heeft dan ook een laag rendement die niet boven de 20% komt. De draairichting van de motor ligt vast (van hoofdpool naar spleetpool). De motor wordt nog steeds gebruikt voor kleine vermogens vanwege zijn eenvoud. |
Publicités - Reklame


