TechTalk
Je bent aan het verbouwen, en er komt een nieuwe televisie aan de muur.
De DVD recorder staat echter een paar meters verder.
Welke kabels moet ik trekken om beide te verbinden?

Distributie

Kabeldistributie bestaat al sinds de jaren '70. Door de kabel worden zowel televisieprogramma's als radioprogramma's verdeeld. Tegenwoordig is internet en digitale televisie bijgekomen. Een kenmerk van de kabel is dat alle programma's simultaan door dezelfde kabel lopen. De tuner in de televisie maakt de uiteindelijke keuze welke programma op het scherm getoont wordt.

Vanzelfsprekend moet er een distributiekabel toekomen bij ieder toestel: televisie natuurlijk, maar ook hifi-rack (radio-ontvangst), DVD recorder, digibox, digicorder. Trek eventueel een distributiekabel door tot in de keuken. Gebruik kabels van goede kwaliteit, op de splitsing gebruik je een distributieversterker. Digitale programma's vergen een betere signaalkwaliteit dan analoge programma's.

Beeld (analoog)

de verschillende aansluitingen

video-uitsplitsing

VGA en DVI aansluitingen

De tijd is voorbij dat je de televisie en de video met een scart-kabel verbond. Het aantal verschillende kabels is sterk toegenomen. Een kenmerk van deze (en de volgende) kabels is dat er slechts één programma door de kabel gestuurd kan worden.
Composiet video
Het klassieke videosignaal bestaat nog altijd. Het wordt meestal samen met audio doorgestuurd via een scart-kabel, maar losse video-kabels bestaan er ook (worden vooral gebruikt bij projectoren: bij dergelijke toestellen is er geen plaats over om een redelijk grote scart-aansluiting in te bouwen).

Indien je met een plasma- of LCD-scherm werkt, trek dan een scart-kabel van de bron tot aan het scherm. Ben je van plan om met een projector te werken, trek dan een enkele video-kabel (opgelet: er wordt geen audio-signaal door de videokabel gestuurd!).

Y/C of S-video
Deze norm is ontstaan samen met de S-video en liet een betere beeldkwaliteit toe. Deze videonorm wordt bijna nooit meer gebruikt. Het trekken van een specifieke S-video kabel is in het algemeen niet meer nodig. Zoals bij het videosignaal (composiet) moet je aparte audiokabels voorzien. Soms wordt Y/C via een scart-kabel gestuurd. Als de bron of de ontvanger slecht ingesteld staan, dan heb je zwart/wit beeld (het kleursignaal werd ofwel niet uitgestuurd, ofwel niet ontvangen)

Zoals je uit de afbeelding rechts kan zien is S-video een tussenvorm tussen composiet en YPbPr component. Het chroma-signaal (kleur) wordt door één geleider gestuurd.

RGB-Component
Verwar component niet met composiet (video)! Bij component worden de primaire kleuren (RGB: rood-groen-blauw) apart doorgestuurd. Component werd vroeger vaak door een scart-kabel gestuurd. De bronnen van component-signalen zijn vooral computerspelletjes. Component-signalen worden uiterst zuiver doorgestuurd van de bron tot aan de ontvanger omdat er geen storing is van de verschillende beeldcomponenten. Meestal wordt de beeldsynchronisatie samen met het groen-kanaal doorgestuurd ("sync on green").

Deze originele component-vorm heeft tal van nadelen: bijzonder moeilijk om de helderheid, contrast en kleursaturatie in te stellen (het RGB component-signaal is is feite het signaal dat naar de beeldbuis gaat, nadat alle verwerking is gebeurd), signaalfouten of looptijdverschillen produceren zeer opvallende patronen in het beeld. Het gebruik van RGB-component bleef daarom beperkt tot games.

YPbPr-Component
Dit is de meest toegepaste vorm van component-signaal. In plaats van de drie kleuren door te sturen, stuurt men de luminantie (Y) en de kleurverschilsignalen (Pb en Pr) apart door. In feite is YPbPr is verdere evolutie van het Y/C signaal dat ook luminantie (Y) en chrominantie (C) apart verstuurde.

Men gebruikt soms de benamingen YUV of Y B-Y R-Y: dit zijn andere benamingen voor nagenoeg hetzelfde signaal. Component-signaal wordt best doorgestuurd via 3 videokabels. Men gebruikt een groene tulpstekker (cinch) voor het Y signaal, en blauw en rood voor beide kleurverschisignalen.

Technisch gezien is het YPbPr-Component signaal het signaal dat de beste kwaliteit geeft omdat het zeer dicht staat bij hetgeen in de televisie zelf gebeurt: men moet het signaal niet omzetten naar YPbPr-component, het is het standaard signaal dat in de televisie zelf gebruikt wordt. Bijregelen van helderheid, contrast en kleursaturatie gebeurt probleemloos.

Indien de bron een component-uitgang heeft, kan je best een component-kabel trekken naar de televisie. Nieuwe DVD recorders worden vaak uitgerust met een YPbPr-component uitgang vanwege de hoge signaalkwaliteit. Je moet voorbereid zijn op de toekomst. Indien je systeem nog geen component kan gebruiken, dan kan je één van de drie geleiders gebruiken voor gewone video-signalen.

VGA en DVI
Dit zijn twee formaten die hoofdzakelijk gebruikt worden bij computers. Het analoog video-signaal wordt over 5 geleiders gestuurd: RGB + V-sync en H-sync. Indien je de televisie of projector ook computerbeelden wilt laten weergeven, dan moet je een VGA-kabel trekken vanaf de plaats waar de computer opgesteld staat naar het weergaveapparaat.

Er bestaan toestellen die het VGA-signaal omzetten naar gewone video. Deze toestellen zijn enkel aangeraden als noodoplossing, maar niet bij een vaste opstelling. Het VGA-signaal heeft namelijk een resolutie dat 4 maal hoger ligt dan het video-signaal, en de downsampling (van VGA naar video) zorgt ervoor dat het beeld slecht wordt, met teksten die bijna niet meer te lezen zijn.

Het VGA-signaal is altijd analoog (zelfs al is het afkomstig van een computer!). Bij aansluiting van een VGA-signaal op een LCD-scherm kan je soms moiré patronen zien omdat het scherm niet synchroon loopt met de bitrate van het VGA signaal. Zelfs de automatische instelling is niet altijd in staat dit patroon volledig weg te werken. Een DVI-aansluiting heeft dit probleem niet, omdat het kloksignaal eveneens doorgestuurd wordt (daarvoor moet je wel uitsluitend werken met het DVI-signaal: een verloopplug VGA-DVI laat het kloksignaal niet door). DVI bestaat zowel in analoge of in digitale uitvoering. De verbindingskabels zijn in principe geschikt voor beide signalen (DVI-I), maar de bron en ontvanger moeten natuurlijk met hetzelfde formaat werken.

DFP (Digital Flat Panel)
De DFP aansluiting is nooit echt doorgebroken. Het werd bij de eerste plasma-schermen gebruikt als signaalverbinding tussen de receiver/voeding en het panel zelf. Het is een zuivere digitale verbinding.

Digitaal (HDMI)

video-uitsplitsing HDMI wordt de norm van de toekomst, en zelfs als je bron deze norm niet ondersteunt, toch moet je een dergelijke kabel trekken, zodat je paraat bent als de oude video of DVD recorder vervangen moet worden. Bij HDMI worden alle signalen gedigitaliseerd en samen doorgestuurd. Een HDMI-aansluiting zal je daarom nooit op een video vinden (omdat de video enkel met analoge signalen werkt). De HDMI-kabel is vergelijkbaar met een scart-kabel: alle signalen worden door één kabel verstuurd. De ontwerpers zijn echter vergeten automatische omschakeling te voorzien (zoals bij scart wel mogelijk is). Als je de Blu-ray DVD player start, dan moet je manueel nog de HDMI-ingang op de televisie kiezen (oeps, foutje).

HDMI is nog in volle evolutie, waardoor het mogelijk is dat een plasma- of LCD-scherm niet wilt werken met een bepaalde recorder. Soms heb je beeld maar geen geluid. Het is al iets, maar daarvoor heb je geen duizenden euro's betaald. Is de fout afkomstig van de recorder-fabrikant of van de displayfabrikant? De norm zelf is zeer complex en onduidelijk, waardoor iedereen kan zeggen dat hij de waarheid in pacht heeft.

Update:
Na een jaar is het nog altijd even erg gesteld met de HDMI-norm. Nog altijd kunnen toestellen van merk A niet werken met apparaten van merk B. Als het vandaag wèl werkt, is het nog niet zeker dat het morgen nog zal werken. Software-updates, je weet wel. HD-digicorders krijgen automatisch updates, DVD recorders moeten regelmatig een nieuwe softwareversie krijgen om de laatste DVD's te kunnen afspelen. Met HDMI hebben we de meest vreemde klachten: "mijn toestel werkt goed, behalve vanaf 8 uur 's avonds". De HDMI-problemen worden veroorzaakt door de HDCP (High bandwidth Digital Content Protection). Als een toestel (bijvoorbeeld een DVD speler) "denkt" dat het andere toestel gekraakt is (om illegale copies te maken), dan weigert de bron het signaal door te geven. Zo kan het gebeuren dat je configuratie die jarenlang perfekt gewerkt heeft plots niet meer werkt.

En vergeet niet netwerkkabels te trekken, hoewel men meer en meer naar draadloos gaat (WiFi). Soms is de draadloze verbinding zo slecht (storingen van de buren of van andere lokale toestellen) dat het streamen niet mogelijk is (hoge bandbreedte).

Audio

Audio wordt ofwel samen met het beeld verstuurd (via scart, antenne of HDMI), maar het kan ook afzonderlijk verstuurd worden (composiet, Y/C, component). Het audio-signaal wordt meestal analoog verzonden, waarbij je twee signaalgeleiders moet voorzien (links en rechts), maar het kan ook digitaal verstuurd worden (via één kabel: je kan daarvoor gewone video-kabel gebruiken). Als het geluid digitaal verstuurd wordt, wordt eventueel ook surround-informatie doorgegeven door dezelfde kabel: het is aan de ontvanger (bijvoorbeeld een surround receiver) om het surround-signaal te verwerken.

Trek audio-kabels van de bron (digicorder, dvd-recorder) naar de ontvangers (televisie, receiver). Projectoren voor vaste opstelling hebben meestal geen audio-ingang.

Vergeet ook niet de luidsprekerkabels te trekken: van de receiver of versterker naar de boxen. Bij gebruik van complete geluidssystemen (Bose) voorstaat het niet één paar kabels te trekken: deze systemen vergen aangepaste bekabeling (meer info in de winkel van Verfaillie Bauwens in Knokke)

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's