|
De construktie van harde schijven is niet veel veranderd in de loop der jaren. Je hebt een aantal magnetische plateaus die de informatie dragen. De informatie wordt in concentrische sporen geschreven. De leeskop zit op het einde van een arm dat de volledige oppervlakte van de plaat bestrijkt.
|
Algemene constructie
De kop
Dit probleem werd opgelost door de kop boven de schijfoppervlakte te laten vliegen. Door de ceramische kophouder een welbepaalde vorm te geven kon men de kop boven de draaiende schijf laten zweven. De intense luchtverplaatsing dat door de draaiende schijf wordt veroorzaakt zorgt ervoor dat de kop juist boven de schijfoppervlakte zweeft. Als je goed naar de foto's kijkt zal je merken dat de kophouder ingesneden is. Lucht stroomt door deze sleuf en tilt de kop op. Er zit zelfs een ingebouwde correctiemechanisme in: als de kop te hoog zou vliegen, dan lekt er meer lucht langs de zijkanten. Als de kop te laag zou vliegen, dan wordt de lucht meer samengedrukt en duwt dan de kop sterker naar boven.
Om het verschil in luchtsnelheid (en dus opwaartse lift) te compenseren wordt de as van het koppenmechanisme wat scheef gemonteerd, zodat de veer harder op de kop duwt aan de buitenkant en minder aan de binnenkant. |
Opname en weergave
De eerste koppen waren vergelijkbaar met een electromagneet die de magnetische laag op die plaats volgens de ene of de andere richting magnetiseerde. Bij weergave werd er in de kop een zwak signaal geproduceerd dat dan verder versterkt en verwerkt kon worden. De opname op disk gebeurde longitudinaal, zoals bij een bandrecorder. De magnetische zones kunnen niet onbeperkt klein gemaakt worden, anders kan het magnetisme verdwijnen.
Door een asymmetrische constructie van de kop te gebruiken kon men perpendiculair opnemen (in de diepte). De zones zitten nu vertikaal in plaats van horizontaal en hebben dezelfde minimale oppervlakte. Door perpendiculair op te nemen kan men de capaciteit opvoeren, zonder dat de magnetische zones te klein worden. De drager is nu een speciale magnetisch geleidende laag. De "retourleiding" gebeurt via een brede deel van de kop en dit heeft een wiswerking op de magnetische laag (vanwege de codering: zie lager). Deze delen zullen direct ook beschreven worden door het smalle deel van de kop: het "wissen" via het brede deel is geen minpunt. ![]() Al snel kwam men tot de conclusie dat één kop niet ideaal was voor zowel opname als weergave. Hifi decks hadden ook aparte koppen voor opname en weergave. De kop van een harde schijf bestaat dus uit twee systemen: de originele kop met wikkeling voor de opname, en een magneto-resistief element voor de weergave. Een magneto-resistieve kop heeft als voordeel dat het een signaal aflevert dan minder onderhevig aan ruis omdat de kleinere kop het signaal beter kan opvangen. Dankzij natuurkundige fenomenen (kwantum mechanika) is een magnetoresistieve kop in staat een veel sterker signaal te leveren dan een electro-magnetische kop. Terwijl een electromagnetische kop een spanning aflevert, veranderd de weerstand van een magneto-resistieve kop naargelang de magnetisatie. De resistieve kop zit afgeschermd tussen de electromagnetische kop een een afschermplaatje.
NRZI en EFMBij de zeer hoge dichtheden dat toegepast wordt, kan men de data-bits zomaar niet op de schijf schrijven.
![]() Dit wordt ten eerste opgelost door EFM Eight to fourteen modulation en NRZI Non Return Zero Indication. Beide systemen werken samen zodat er veel hogere densiteiten bereikt kunnen worden.
Dit codeersysteem wordt toegepast bij alle systemen van digitale opslag zoals CD- en DVD-plaatjes, maar ook tape back-up systemen en harde schijven. NRZI en EFM zijn dan ook begrippen dat je vaak zal tegenkomen bij dergelijke toestellen. Dit skoopbeeld is afgetapt van een CD speler. De klokfrekwentie bedraagt 4.31Mhz (232ns), maar de hoogste frekwentie dat verwerkt moet kunnen worden is zesmaal lager omdat een "1" (polariteitswijziging) altijd gevolgd moet worden door minstens twee nullen. Men heeft dus voldoende aan een bandbreedte van minder dan 1MHz.
Bij harde schijven heeft men beide benamingen NRZI en EFM gecombineerd tot één begrip: RLL (run length limited). RLL wordt meestal gevolgd door twee cijfers, bijvoorbeeld RLL 2,7: na een 1 (polariteitswissel) mogen er minimaal 2 en maximaal 7 nullen volgen. Met minder dan twee nullen volgen de overgangen elkaar te snel op (intersymbol interference), met meer dan 7 nullen loop je de kans dat je de klok kwijt bent. |
Tracking
Men kan niet de signaalsterkte gebruiken om de juiste positie op het spoor te bepalen omdat deze informatie onbetrouwbaar is. De sporen worden tegen elkaar geschreven, waardoor je eigenlijk nooit een onbeschreven zone hebt. Een zwakker signaal wordt veroorzaakt door een verontreiniging, niet door de kop die naast het spoor zit! De gebruike methode wordt ook toegepast bij het V2000- en video-8 systeem: namelijk de overspraak van naburige sporen. De precieze methode varieert van fabrikant tot fabrikant en is een produktiegeheim, maar dit zijn de grote lijnen:
|





De eerste koppen waren vergelijkbaar met een electromagneet die de magnetische laag op die plaats volgens de ene of de andere richting magnetiseerde. Bij weergave werd er in de kop een zwak signaal geproduceerd dat dan verder versterkt en verwerkt kon worden. De opname op disk gebeurde longitudinaal, zoals bij een bandrecorder. De magnetische zones kunnen niet onbeperkt klein gemaakt worden, anders kan het magnetisme verdwijnen.


Dit codeersysteem wordt toegepast bij alle systemen van digitale opslag zoals CD- en DVD-plaatjes, maar ook tape back-up systemen en harde schijven. NRZI en EFM zijn dan ook begrippen dat je vaak zal tegenkomen bij dergelijke toestellen. Dit skoopbeeld is afgetapt van een CD speler. De klokfrekwentie bedraagt 4.31Mhz (232ns), maar de hoogste frekwentie dat verwerkt moet kunnen worden is zesmaal lager omdat een "1" (polariteitswijziging) altijd gevolgd moet worden door minstens twee nullen. Men heeft dus voldoende aan een bandbreedte van minder dan 1MHz.
