Basisinformatie RAID
De gebruikte kleurkodes
| Fysische disk |
| Logische disk |
| Partitie |
| Stripe |
- Fysische disk
- Deze disks zijn aangesloten op het moederbord (geïntegreerde controller), soms via een controller dat ingeplugd wordt in één van de sloten. Op het moederbord van een consumer PC kunnen er 4 harde schijven aangesloten worden. Bij een normale PC kan je RAID implementeren door een extra controller en extra schijven in te bouwen.
- Logische disk
- De logische disks zijn wat het operating system ziet. Een RAID controller vormt een buffer tussen de schijven en het operating system. Het operating system kan de individuele schijven niet meer aanspreken. Een logische disk wordt vaak container genoemd.
- Partitie
- Het operating system kan de logische disks in partities onderverdelen. De partities worden dan geformateerd (schrijven van de nodige data-strukturen) en er onstaan volumes.
- Stripe
- De stripe is de data-eenheid van de RAID array. Een stripe wordt altijd in zijn geheel gelezen of geschreven (te vergelijken met de sector van een fysische disk). Vaak is een stripe 4k groot.
De raid-kaart voert alle opdrachten uit om de correcte schijf aan te spreken. Met een raid-controller kan je een hogere betrouwbaarheid bekomen, en/of snelheidswinst boeken. Hoe dit gebeurt hangt af van het raid-type.
- Eenvoudige RAID
- JBOD
- Concatenated array
- RAID-0
- RAID-1 en RAID-1E
- RAID-01 en RAID-10
- Complexe RAID
- RAID-2, RAID-3, RAID-4
- RAID-5
- RAID-6
- Matrix RAID
- Dit is een pseudo-raid (geen echte hardware raid). De RAID-funktie gebeurt door software (driver).
Software raid
Windows (server versies) ondersteunt software raid (raid-0, raid-1 en raid-5), dat wil zeggen dat de raid-funkties uitgevoerd worden door de software, en niet meer door de hardware.
Dit heeft een groot voordeel, namelijk dat de controle over de raid funkties vanaf het operating system zelf kan gebeuren (via de disk management console). Bij een hardware raid ziet het operating system de originele schijven niet meer. De configuratie van de hardware raid moet vaak via een dos utility gebeuren, voordat windows opgestart kan worden.
Een nadeel is dat processor-rekenkracht gebruikt moet worden voor de raid-funkties (vooral merkbaar bij schrijfopdrachten op raid-5).
Basic disk en dynamic disk
Om raid mogelijk te maken moeten de harde schijven omgezet worden van basic disk (de normale disk-indeling met partities) naar dynamic disk. Bij een dynamic disk zit de partitie-info in een ongebruikte deel van de schijf (8 MB op het einde van de schijf). In die 8MB kan er heelwat meer informatie opgeslagen worden dan in een partitietabel in de master boot record: informatie over de volledige bestandsstruktuur van het computersysteem wordt er in opgenomen (normale partities, raid partities, OEM restore partities, en dergelijke). Deze informatie wordt geduplicieerd op alle dynamische schijven van het systeem.
Omdat de klassieke indeling in partities niet meer bestaat bij een dynamic disk, kunnen dergelijke schijven ook niet meer betrouwbaar gelezen worden op systemen die dynamische disks niet ondersteunen. Windows gebruikt niet de laatste 8MB van een schijf (voor het geval een schijf zou omgezet worden naar dynamisch), dit is ook het geval voor de niet-server versies van windows. Andere systemen zoals Linux kunnen die 8MB (die als "ongebruikt" gemarkeerd staan) echter wel gebruiken. Linux kan een windows NTFS partitie maken, en die tot op het einde van de schijf laten lopen.
|