Hoofdindex » Pictures » Oorlogen » Electronica » Wetenschap
Tweede wereldoorlog
Invloed van de wetenschap
 
Een interessant boek is “The effect of science on the second world war”. Dit boek handelt niet over de verschillende uitvindingen, maar onderzoekt hoe de legertop omgaat met nieuwe uitvindingen. Tijdens de tweede wereldoorlog hebben we twee verschillende denkwijzen tegenover elkaar.


De duitse manier is volledig "top down": de militairen leggen de normen vast: wat het toestel moet doen en hoe, en de wetenschappers moeten maar hun plan trekken.

Dankzij de motivatie van een aantal onderzoekers vòòr de tweede wereldoorlog was Duitsland zeer ver vooruit ten overstaan van andere landen. Er waren verschillende bedrijven bezig met onderzoek voor de oorlog. Ze hadden bijvoorbeeld een televisiesysteem die bleef werken gedurende de tweede wereldoorlog (wel in Parijs en niet in Berlijn). Na de bevrijding werd het systeem gewoon overgenomen door de fransen en nog jaren gebruikt, tot een brand in het gebouw de installaties onklaar maakte.

Een voordeel van het duits systeem is de verregaande standardisatie van de modules, die gemakkelijk vervangen konden worden bij defekt en waarvan de herstelling redelijk eenvoudig kon gebeuren. Ook aanpassingen aan bestaande systemen kunnen gemakkelijk doorgevoerd worden door het vervangen van één module, bijvoorbeeld om het radarsysteem minder gevoelig te maken voor chaff (metalen strips die uit de vliegtuigen gelost worden).

Er zijn onafhankelijke bedrijven die componenten leveren, modules bouwen en uiteindelijk het volledig apparaat afleveren. Als een fabriek gebombardeerd wordt, kan de produktie overgenomen worden door een andere fabriek. Zo kon het leger over wisselstukken beschikken tot op het einde van de oorlog, ondanks de schrijnende tekorten. Maar er was ook concurrentie tussen de verschillende legers (luchtmacht, landmacht, SS, enz) en de bijhorende bedrijven die ieder voor één component van het leger werkten.

De duitse manier van doen heeft wel een groot nadeel: het is moeilijk een nieuw systeem te ontwerpen. Er is nauwelijks communicatie tussen het leger en de bedrijven. Het leger merkt wel dat er iets niet meer werkt, maar de communicatie naar de wetenschappers die het probleem moeten oplossen loopt stroef. De wetenschappers hebben geen toegang tot het front, ze verkrijgen geen ruwe data, enkel een samenvatting waarmee ze niets kunnen aanvangen.

Bestaande schakelingen worden aangepast om rekening te houden met de maatregelen van de geällieerden. De duitsers hebben zo maar twee radarsystemen gehad, die tot op het uiterste doorontwikkeld werden. Op het einde van de oorlog was de radar wel voorbijgestreefd door de komst van de magnetron.

Bepaande nieuwe wapens worden ontwikkeld, en dan laat men de boel liggen, om dan het systeem verder te ontwikkelen, naargelang de goesting van Hitler. Een voorbeeld is de raket A4 (die uiteindelijk de V2 zou worden). De SSers hebben meermaals geprobeerd de controle te krijgen over de ontwikkeling van de raket (die tot nu toe gebeurde zonder teveel inmenging van het leger). Dat lukte eerst niet, maar na het bombardement op Peenemunde in 1943 hebben de SSers hun kans gegrepen. De raket was ondertussen technisch klaar, er moesten enkel nog details betreffende de produktie geregeld worden.

Een ander voorbeeld is de eerste straaljager: Duitsland was ver voorop op de engelsen, maar de ontwikkeling werd meermalen onderbroken door onenigheid tussen de legerstaffs. Toen de straaljager eindelijk ingezet kon worden, kon hij in de lucht alle vliegtuigen verslaan, maar toen was de oorlog nagenoeg verloren. De straaljagers werden getroffen toen ze aan de grond waren, want éénmaal in de lucht waren ze niet te verslaan.

Het duits systeem waarbij de lagere echelons zelf beslissingen konden nemen heeft een aantal voordelen: systemen worden ontworpen en ontwikkeld tot aan de laatste dagen van de oorlog. Sommige systemen zijn nuttig, zoals het Kurier systeem om een morse bericht in minder dan een seconde te versturen en het Klein-Heidelberg radarsysteem (de eerste echte bistatische radar die de engelse radarsignalen voor eigen doel gebruikte). Soms werden er ook electronische systemen en wapens ontwikkeld die nutteloos waren en de beperkte beschikbare middelen gebruikten. Indien er een betere feedback zou zijn geweest, dan zouden er enkel bruikbare systemen ontwikkeld worden.

De duitsers zijn begonnen met het onderzoek naar de magnetron en cm-golven om in de radar te gebruiken, maar de onderzoeken werden stilgelegd omdat ze "defensief" bedoeld waren (en dat moest Hitler niet hebben) en omdat de ontwikkeling te lang zou duren. Ze zijn pas op het laatste de magnetron gaan gebruiken, als ze een exemplaar hadden aangetroffen in een neergestortte vliegtuig. Maar toen hadden de duitsers een achterstand die niet meer in te halen was.


Oorspronkelijk hadden de engelsen een nog meer ouderwetse geestesinstelling dan de duitsers. Ze waren echt blijven steken in de eerste wereldoorlog. Ze wisten niet wat er ging gebeuren. De engelsen hadden ook geen grote electronica concerns zoals de duitsers. De nederlanders van Philips Eindhoven hebben de engelsen moeten helpen om een degelijke produktie op te starten aan het begin van de tweede wereldoorlog.

Het belangrijkste was de grote steden en de havens te beschermen tegen de duitse aanvallen. Het leger heeft een beroep moeten doen op vorsers van buiten het leger. Gedurende gans de oorlog waren er wetenschappers die in contact bleven met het legerstaff.

De engelsen hebben niet alléén een radarsysteem ontwikkeld (Chain Home), maar ze hebben ook de procedures vastgelegd wat te doen in geval van een aanval. De gegevens worden doorgestuurd van de radarstations naar een aantal coördinatiecentra, die dan de opdracht doorgaven aan de piloten. De vliegtuigen konden aan de grond blijven en de piloten konden uitrusten totdat er een aanval van de duitsers gebeurde. Dankzij de radar waren de engelsen ruim op tijd verwittigd van een aanval.

Na de aanval op Polen wisten de engelsen dat ze de volgende in de rij waren. Ze hebben de verschillende procedures uitgetest en verfijnd, en toen de aanval tegen Engeland begon waren alle procedures ingeoeffend.

De militairen hebben nochtans operaties uitgevoerd zonder ondersteuning door wetenschappers of zonder feed back, maar achteraf zijn ze wel op hun stappen teruggekeerd toen ze met de harde realiteit geconfronteerd werden. Duitse steden werden maanden aan een stuk gebombardeerd, maar blijkbaar zonder resultaat. Het is pas later, toen er luchtfoto's van voor en na de bombardementen werden vergeleken, dat de engelsen opmerkten dat de bombardementen weinig doeltreffend waren. Het navigatiesysteem van de engelsen was niets waard. De engelsen hebben snel een beter systeem moeten ontwikkelen, dit zou het Cat and Mouse systeem worden.

Een ander voorbeeld van operationeel onderzoek is de vraag wat bombarderen ter voorbereiding van de landing in Normandië. De bedoeling was de tanks in het Noorden van Frankrijk te blokkeren zodat ze niet konden gebruikt worden om de geällieerden te verslaan als ze voet aan land zouden zetten. De engelsen waren van plan de spoorwegen te bombarderen (op zich een goed idee), maar de wetenschappers die de luchtfoto's bestudeerd hadden hebben aangetoont dat een beschadigde spoorweg in een paar dagen volledig weer operationeel kan zijn. Het "rendement" van een bombardement op de spoorwegen was onvoldoende.

Het is enkel door het vernietigen van doelen die moeilijk te herstellen zijn, dat men de tanks effektief in het Noorden zou kunnen blokkeren. Men heeft daarom rangeerstations, werkplaatsen en grote knooppunten gebombardeerd. Het resultaat was dat slechts 20% capaciteit beschikbaar was ten opzichte van voor de bombardementen. De tanks moesten van de wagons gehaald worden voordat ze het front konden bereiken. De tanks moesten dan in colonne naar het front trekken, wat ze kwetsbaar maakten, maar ook de indivuduele verplaatsingen van de tanks verbruikten grote hoeveelheden brandstof.

Andere problemen van wetenschappelijke aard werden ook onderzocht, bijvoorbeeld hoe groot moet een convooi van vaartuigen zijn bij de doortocht tussen Amerika en Engeland. Het was oorspronkelijk zeer moeilijk om aan de gegevens te geraken (het is nooit leuk om te moeten vertellen hoeveel schepen er gezonden zijn gedurende de overtocht), maar uiteindelijk was de conclusie glashelder: het maakte niet veel uit hoe groot het convooi was, iedere keer werden er gemiddeld evenveel schepen tot zinken gebracht. Men ging uiteindelijk werken met colonnes van 60 schepen, dit vormde een goed compromis.


Het boek heeft één groot nadeel, het is geschreven door de engelsen. Het lijkt wel alsof zij de oorlog op hun eentje gewonnen hebben. Er wordt niet gemeld dat de engelsen nergens stonden een paar jaar voor de oorlog (ze hebben deftige middenfrekwent buizen van Philips Eindhoven ontvangen juist voor de oorlog, samen met de machines om ze te bouwen). Foto rechts is de bekende nederlandse EF50 die in Engeland werd nagebouwd op nederlandse machines.

Er wordt niet vermeld dat het Chain Home systeem technisch verouderd was nog voor het in gebruik werd genomen en dat het zoeken naar vliegtuigen zeer arbeidsintensief was. De gebruikte frekwentieband was veel te laag om een nauwkeurige meting mogelijk te maken, daarom dat er samenwerking tussen verschillende radarstations absoluut noodzakelijk was.

Bij het begin van de oorlog hadden de duitsers trouwens geen enkele idee waarvoor die antennes wel zouden kunnen dienen, de gebruikte frekwentie was veel te laag om nauwkeurig te kunnen peilen. Het is pas toen de duitsers gemerkt hadden dat Chain Home eigenlijk een radarsysteem was, dat ze die voor hun eigen profijt hebben gebruikt. De straal wordt namelijk over een breed gebied uitgestraald, en alle vliegtuigen worden gedetecteerd. het weergekaatst signaal kan ook door duitse ontvangers opgevangen worden (Klein-Heidelberg of heidelberg Parasit).

Het is een opmerkelijk feit uit de oorlog dat de duitsers hun Freya radarsysteem niet meer effektief konden gebruiken wegens de metalen strips die uit vliegtuigen gegooid werden en het beeld verstoorde, maar dat ze wel een bruikbaar signaal konden ontvangen van de engelse radars (Klein heidelberg Parasit). De engelsen hebben slechts via indirecte methodes (Enigma) ontdekt dat de duitsers hun eigen radar gebruikten.

Ondanks hun vermeende "superioriteit" hebben de engelsen niets uitgevonden. De Duitsers hadden oplossingen voor verschillende problemen in de oorlog: Hellschreiber, Kurier systeem om morse-boodschappen in minder dan een seconde te versturen, verschillende soorten radars, enz. Het is ook opmerkelijk dat Duitsland er veel sneller weer bovenop is geraakt dan Engeland (nochtans een bondgenoot van de Verenigde Staten). En kom niet af met het feit dat Engeland volledig platgebombardeerd werd: er werden veel meer bommen over Duitsland gegooid dan over Engeland.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's