Staalnijverheid
Ijmuiden: Koninklijke hoogovens
Siderurgie
Servers » Pictures » Hoogovens » Lokaties » Ijmuiden » Koninklijke Hoogovens
-

-
Het uitgieten van de convertorslakken, op de achtergrond de staalfabriek.


De Koninklijke Hoogovens vanaf de duinen, met links de staalfabriek, in het midden de hoogovens en rechts de cokesfabriek

Koninklijke Hoogovens

Nederland heeft nauwelijks ijzererts of steenkool in de bodem, daardoor is men pas relatief laat begonnen met staalnijverheid (na de eerste wereldoorlog). Men wilde toen onafhankelijk zijn van de staalimport. Men heeft gekozen voor een lokatie aan de zee zodat de grondstoffen gemakkelijk aangevoerd kunnen worden. De uiteindelijke keuze viel op Ijmuiden en niet op Rotterdam omdat men in Ijmuiden over voldoende gronden van goede kwaliteit kon beschikken. Het logo van het bedrijf (een gesymboliseerde zeester) toont het maritiem karakter van de Koninklijke Hoogovens aan.


De zeester van de Koninklijke hoogovens:
De 5 continenten en het oceaan
(naar Oceanië werd er toen niet geleverd)


Een slakkenpan is ongeveer 3 meter hoog en kan honderd ton slakken bevatten.
Omdat de pannen voor de slakken en voor het staal andere afmetingen hebben bestaat er een tussenstuk zodat beide pannen met eenzelfde kraan gehesen kunnen worden.
Het uitgieten van de convertorslakken ziet u op de eerste foto bovenaan de pagina.


Besturing van de oxystaal machine

Reeds enkele jaren na de bouw kon men efficienter staal maken dan de andere hoogovens omdat men niet gebonden was aan de lokale ijzererts, maar men de beste ertsen kon gebruiken. Een hoogoven kon daardoor bijna dubbel zoveel gietijzer produceren als aanvankelijk berekend was. Tegenwoordig is deze lokatie nog steeds ideaal: continentale hoogovens zoals in Wallonië of in het Ruhrgebied zijn allemaal gedoofd: enkel de maritieme hoogovens houden stand.

Siemens-Martin vlamoven

In Nederland heeft men het Siemens-Martin procédé gekozen voor de omzetting van gietijzer in staal, in plaats van het vaker toegepaste Bessemer en Thomas procédé. De lagere capaciteit van een dergelijke oven werd opgevangen door verschillende ovens te bouwen. Een probleem met de SM-ovens is het tekort aan schroot op de nederlandse markt, waardoor het systeem minder rendabel werd.

Na de tweede wereldoorlog is men overgestapt op het oxystaal systeem (OSF: OxyStaal Fabriek). Die is niet alléén nòg sneller dan het toen gangbare Thomas convertor, maar er worden minder gassen in het ijzer opgelost (vooral stikstof). De convertorgassen zijn energierijk (meer dan het hoogovengas) en kunnen gebruikt worden op verschillende werkplaatsen, bijvoorbeeld om de staalplakken te verwarmen voor het walsen. Het besturingspaneel van de oxystaal machine is rechts te zien. De kuip waarin de reakties gebeuren is zo'n 10 meter hoog.

De Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken zijn overgegaan in de Koninklijke Hoogovens (na verschillende fusies en defusies) om in 1999 te fuseren met British Steel en Corus te vormen. De samenwerking verloopt niet ideaal, de Engelse staalbedrijven zijn verouderd en zien de Koninklijke Hoogovens vooral als een manier om brits staal naar het vasteland te kunnen exporteren. Bij de fusie wordt de naam “British Steel” zo vlug mogelijk verwijderd: een enquete gaf aan dat British Steel (BS = Bull S...) een negatieve bijklant had bij 60% van de mogelijke afnemers, maar ook de zeester moet verdwijnen en wordt vervangen door het rode Corus-logo.

In 2007 koopt Tata Steel (een kleine onderneming, maar met veel geldmiddelen uit de Tata Groep) Corus op. Het voordeel van de Tata-groep is dat het totaal verschillende produkten levert en dus in mindere mate onderhevig is aan de economische crisissen en cyclische schommelingen. Tata maakt thee, tafels, telefoons, tatamobielen,...

De hoogovens van Ijmuiden zijn een volledige fabricagesite, uit ijzererts en steenkool maken ze verschillende soorten ijzerprodukten (stalen platen, buizen, draden, enz). Cokes worden ter plaatse gemaakt. Er is een kleine chemische installatie voor de verwerking van de cokesgassen, maar in het algemeen is er weinig geïntegreerde scheikundige nijverheid.

In de duinen dicht bij de zee zijn er verschillende opslagplaatsen voor de ertsten, steenkool en cokes: deze zijn enorm groot (een deel van de opslag is zelfs overwoekerd door de begroeing). De voorraden zijn voldoende voor een paar maanden. Om een constante kwaliteit te bereiken worden de leveringen over een breed gebied uitgesmeerd, maar de afname gebeurt door afgraven, waarbij men de verschillende lagen door elkaar haalt om grondstoffen te bekomen die zo homogeen mogelijk zijn. Dit is nodig om een stabiele werking van de hoogovens te garanderen.

Aan de ingang van de fabrieken is het Hoogovens Museum gelegen. Na een bezoek aan het museum heb ik de streek (Wijk-aan-Zee) bezocht.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's

-