Geschiedenis van de hoogovens en staalindustrie
aan de hand van het scheikunde-boek van mijn vader
Geschiedenis
Servers » Pictures » Urbex » Geschiedenis
Eťn van de boeken van mijn vader: een scheikunde-boek uit de jaren '50. Ideaal om u een kleine cursus geschiedenis te geven. De staalnijverheid is in die tijd namelijk sterk veranderd!

De eerste hoogovens werden opgericht nabij steenkoolmijnen. Deze ovens waren weinig efficiŽnt, waardoor er enorme hoeveelheden steenkool nodig waren (onder de vorm van cokes). Zo is de staalindustrie in het Luikse, rond Charleroi (Borinage) en in de Ruhrstreek begonnen.

De steenkoolmijnen in Limburg zijn relatief laat in gebruik genomen (toen de waalse industrie al volop aan het produceren was). De steenkool uit Limburg werd vooral in de waalse industrie gebruikt, want de waalse mijnen raakten langzaam uitgeput en de ontginning werd minder en minder renderend. De limburgse steenkoolmijnen waren in handen van waalse industrieŽlen.

Ijzererts kwam voornamelijk uit Lotharingen, maar men gebruikte later voornamelijk geÔmporteerde ijzerertsen die zuiverder waren. Daardoor verliep de zuivering meer efficient.

Scheikunde-boek

Het scheikunde-boek van mijn vader geeft een paternalistisch beeld van de staalindustrie en stinkt naar de kattepis. Toen werd de sterke waalse staalindustrie in detail besproken. Zouden ze nu het boek herschrijven, dan zou ik niet weten waarover ze het moeten hebben. BelgiŽ dat ťťn van de grootste staalproducenten van de wereld was produceert enkel nog NIEUW staal in Gent.

Het scheikunde-boek is een geschiedenis-boek geworden, niet enkel omdat de aangehaalde produktie-eenheden niet meer bestaan, maar ook omdat de processen volledig vernieuwd werden. Back in time (zet een plaat van de Golden Sixties op):

  • De hoogovens vormen de basis van de staalnijverheid. Ze zetten het ijzererts om in gietijzer. Gietijzer kan in die vorm gebruikt worden voor gietstukken (meestal wordt het gietijzer nog verder gezuiverd), of het kan omgezet worden in staal in een staalfabriek. De vraag naar staal is veel hoger dan de vraag naar gietijzer.

  • In een staalfabriek wordt het gietijzer omgevormd tot staal. We bespreken hier de puddeloven en de Bessemer en Thomas convertor die vanaf ongeveer 1850 de puddelovens hebben vervangen.

  • Een Siemens-Martin vlamoven is in staat een betere soort staal te produceren. Begin verleden eeuw werden er geen nieuwe Bessemer en Thomas convertoren meer gebouwd, maar men bouwde enkel nog Siemens-Martin ovens die hoogwaardig staal konden produceren.

  • Het vloeibaar staal moet nu bewerkt worden. Het staal werd in Blokken gegoten (blokgieten) zodat het kon stollen. Tegenwoordig wordt blokgieten enkel nog gebruikt voor speciale produkties. Het continu-gieten is veel efficienter.
Het betreft hier natuurlijk de historische processen. De moderne staalnijverheid wordt hier besproken.

Mijn scheikundeboek heeft het over “La Providence” ŗ Marchienne, de fabrieken van Ougrťe-Marihaye en van Cockerill. Echt een geschiedenisboek!

De derde foto komt uit een Oostenrijkse museum. Bij het drukken van mijn geschiedenisscheikundeboek in 1957 werd het LD proces meer en meer toegepast (oxystaal), maar het boek geeft daar geen melding van. De LD convertor staat rechts in beeld.

Deze foto is interessant omdat het de verschillende blokken toont. Het blokgieten kon aangepast worden aan de vraag: men kon namelijk blokken maken met verschillende legeringsmaterialen.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's