Een nieuw bezoek in 2020, juist na de "blijf in uw kot!"-periode. De afbraakwerken zijn nu echt begonnen. Het is meer dan 10 jaar geleden dat de installaties stilgelegd werden.
Een opschrift op één van de muren: "Pas de nouvel Athus Tous à Bruxelles le 20...". De hoogovens van Athus werden al in 1977 gesloten. Dit was één van de eerste sluitingen van hoogovens. De hoogovens werden gebouwd om gebruik te maken van lokale grondstoffen, maar die voldeden niet om hoogwaardige staalsoorten te maken. Men kon enkel basisprodukten maken met weinig toegevoegde waarde maken (staven, poutrellen, rails,...) De fabrieken waren te klein en niet meer rendabel. Carsid heeft het wat langer volgehouden, en na de sluiting (rond de crisis van 2008) dacht men echt dat men de site weer zou opstarten. De hoogoven werd immers pas volledig vernieuwd
De derde foto rechts toont ons twee elementen die toen samengingen: een gasleiding en hoogspanningskabels. De hoogovengassen die koolmonoxide bevatten, en de gassen van de cokesfabriek aan de overkant van de Sambre werden als brandstof gebruikt in de electriciteitsfabriek van Monceau sur Sambre. Toen de hoogoven stilgelegd werd (de cokesfabriek werkte toen al niet meer) werd de electriciteitscentrale ook stilgelegd. De centrale kon indien nodig ook gestookt worden met steenkool, maar toen al probeerde men de CO2-uitstoot te beperken, en een centrale die op steenkool gestookt werd produceert grote hoeveelheden CO2.
Op de vierde foto zie je een typisch beeld van Charleroi en de Borinage: de afval langs de wegen en kanalen. Er zijn een paar vissers langs het kanaal, maar als ze naar huis gaan laten ze hun afval achter. Precies dezelfde beelden heb ik genomen in de buurt van Farciennes (steenkoolmijn Roton). Om de toekomst van een regio te bepalen moet je enkel de afval op straat meten. Dit is een zeer betrouwbare waardemeter. Als de mensen te lui zijn om hun rommel op te ruimen, dan is het zeer slecht gesteld met de toekomst van de streek.
Het kanaal van Antwerpen naar Charleroi over Brussel start eigenlijk aan de hoogovens van Charleroi. De bedoeling was de grondstoffen (ijzererts en steenkool) te kunnen aanvoeren via een zeehaven. Het Albertkanaal had dezelfde funktie, maar dan voor de industrie in het Luikse. Maar uiteindelijk was het niet meer rendabel om grondstoffen te brengen tot in Charleroi. Het kanaal maakt eveneens een verbinding met het centrumkanaal in Seneffe. Via dit kanaal die een verbinding maakte tussen het Scheldebekken en het Maasbekken kon er steenkool aangevoerd worden uit de Borinage.
De site van Carsid (nu Duferco) is enorm groot. De afbraakwerken zijn aan de gang, maar alles gebeurt op z'n gemak. Er is wel volk aanwezig op de site, zelfs op een zondag. Op de voormalige site van de Forges de Clabecq (ook eigendom van Duferco) weet men al wat men met de terreinen gaat doen: appartementen en bureaus plaatsen. Daar is de site volledig afgebroken, behalve een kleine hoogoven, twee cowpers en een watertoren.
In Charleroi weet men nog niet goed wat men van de enorme site zal doen. Het is niet direct een buurt om appartementen neer te poten, bureaus kunnen eventueel wel. Er is nog heelwat industrie in de streek: een electriciteitscentrale (op aardgas) die enorm veel lawaai maakt, recuperatie van oude metalen. De site van Arcelor-Mittal (Industeel) is nog in aktiviteit.
Eigenlijk zou de site van de hoogoven omgevormd moeten worden tot een openlucht museum zoals Duisburg. Maar ik denk niet dat dat de plannen van Duferco zijn. Om de site en de hoogoven toegankelijk te maken voor het publiek moet de hoogoven beveiligd worden, wat heelwat kosten met zich meebrengt. Charleroi heeft geen geld meer en zonder extra middelen zal de hoogoven niet bewaard worden. In Clabecq is er een klein hoogoventje bewaard gebleven (Duferco had dat toen beloofd), maar het is enkel een monument zonder nut geworden: je kan het ding enkel vanop afstand bekijken.
De cokesfabriek in de buurt wordt eveneens afgebroken, maar hier gebeurt alles op een zeer laag tempo. De cokesfabriek is in beton en er valt niets te verdienen, er is nauwelijks staal en andere metalen die gerecupereerd kunnen worden.
De premetro van Charleroi naar Anderlues (die een tijd stilgelegd werd) is opnieuw in gebruik. De stations werden vernieuwd met nieuwe betaalautomaten en er komt zelfs muzak uit de luidsprekers. De lijn loopt boven de grond en je hebt een goed zicht op de verschillende industriele sites.
Er zijn nog een paar foto's onderaan: de hoogoven gefotografieerd vanop een nabijgelegen terril, wat er overblijft van de cokesfabriek en de installatiesq rond de hoogoven. Van een aantal gebouwen blijft er enkel nog een buitengeraamte over, alles wat enige waarde heeft is weggehaald. Van het gebouw aan de straatkant blijft enkel de facade over, het is een bioscoopdecor geworden.
Als laatste een krantenknipsel van voor mijn bezoek. De hoogoven, eigendom van Duferco, is tijdelijk beschermd tot april 2020 en mag in die periode niet vernietigd worden. Maar om een definitieve bescherming te garanderen moet er een degelijk project ingediend worden bij het waals gewest. Tot nu toe beweegt er niets en de voorzitter van het comité ter bescherming van de hooghoven vraagt dat er dringend werk gemaakt wordt van een project om de hoogoven definiteif te beschermen. Maar er gebeurt niets en dan zal plots de hoogoven met een gecontroleerde ontploffing vernietigd worden, en dan zal het te laat zijn om nog een project om de hoogoven te classeren in te dienen.
Van de nabijgelegen staalfabriek bestaat enkel nog de stuktuur van het gebouw. Het was een OBM staalfabriek (Oxygen Bodemblase Maxhutte), het was een procédé die voor het eerst gebruikt werd in Maxhutte Sulzbach Rosenberg gebruikt werd. Door zuurstof te gebruiken in plaats van lucht zakt de temperatuur niet. Er lost ook geen stikstof in het staal (wat het continu goeten moeilijk maakt). De temperatuur in de inspuitstukken wordt plaatselijk verminderd door een inspuiting van een kleine hoeveelheid koolwaterstoffen.
Dit procédé werd meestal vervangen door het LD procédé met een verticale inspuiting van zuurstof en een inspuiting onderaan van argon om het staal te roeren (basic oxygen furnace).
|