2
3
4
2
3
4
2
3
4
5
6
7
8
9
|
|---|
De streek van het Nord/Pas-de-Calais ligt bezaaid met bunkers, meer dan andere streken van Frankrijk. Niet moeilijk te verklaren, de Duitsers dachten dat de invasie in die streek zou gebeuren, en niet in Bretagne. Door het constant bombarderen van de infrastructuur van de regio en het "lekken" van valse informatie werden de Duitsers op een vals spoor gezet.
Maar dit betekent ook dat deze streek zwaar getroffen werd tijdens de oorlog. De ganse kuststreek werd een militair domein dat bestuurd werd door de Duitse autoriteiten. Mensen werden verplicht te werken voor de OT (Organisation Todt).
je zal nog een aantal bunkers in de streek aantreffen, deze zijn nog goed te vinden in de streek Nord/Pas-de-Calais: door de erosie van de krijtrotsen door de zee komen een aantal bunkers en aangrenzende constructies bloot te staan. Normaal zakken de zware bunkers langzaam weg in de bodem, en aangezien ze al vanaf het begin half onder de grond gebouwd waren is er vaak niets meer te zien.
Blockhaus d'Audinghen
(Batterie Todt)
Een van de overgebleven bunkers is die van Audighen. De grote bunker werd ingericht als muzeum en je krijgt een heel goed beeld van het leven in een dergelijke bunker, met een geconstrueerde leefruimte waar de soldaten verbleven. Een paar honderd meter verder is er een tweede identieke bunker te zien, getroffen door een Engelse bom. Deze bunkers werden gebouwd in het bos van Haringzelle (als bescherming tegen luchtaanvallen, maar het mocht niet baten).
Deze bunkers waren uitgerust met enorme canons, die Engeland konden bereiken. Het beschieten van Engeland had eigenlijk weinig zin, want de streek tegenover Frankrijk was dunbevolkt. Het enige wat de Duitsers met de canonnen konden bereiken, was een controle over het Nauw van Calais. Tot op het einde van de oorlog werd het Nauw van Calais door de geällieerde schepen vermeden omdat ze daar een gemakkelijk doelwit vormden.
Foto 1 (hierboven): de reeks bunkers in Haringzelle kregen de naam “Batterie Todt” na de dood van Fritz Todt, de oprichter van de Organisation Todt die instond voor de bouw van de bunkers en andere infrastruktuurwerken.
Foto 2: Cherchez la faute... ou plutôt les fautes! Il est interdit de photographier dans le musée, mais je n'ai pas pû résister...
Foto 3 & 4: Een van de zwaarste duitse kanonnen, gemonteerd op rails. Deze konden Engeland treffen vanaf Frankrijk.
La Coupole
La Coupole nabij St.-Omer is waarschijnlijk de meest bekende bunker uit de tweede wereldoorlog, vanwege de metersdikke koepel die boven de bunker gebouwd werd. Na het bouwen van de koepel werden de werkplaatsen voor het monteren en bedrijfsklaar maken van de V2 raketten in de rotsen gehouwen. De lanceerbasis was echter niet op tijd klaar en werd nooit effektief gebruikt.
Het is een zeer opmerkelijke muzeum, waarschijnlijk het meest complete. Het geeft een beeld van het leven in dit deel van Frankrijk, maar ook een beeld van het leven in de concentratiekampen. De informatie over de V1 en V2 raakt daardoor een beetje in de verdrukking.
Foto 1 (hierboven): De "koepel" (6 meter gewapend beton) is goed zichtbaar. Links in beeld de verluchtingstoren: die was levensnoodzakelijk om de grote hoeveeheden giftige dampen af te voeren.
Foto 2: Een zicht binnenin de koepel, met de geschiedenis van de V1 en V2 (en dan van de volgende raketten tot aan de eerste man op de maan, ze hadden blijkbaar onvoldoende materiaal om zich te kunnen beperken tot de technologie van de III Reich).
Foto 3: De stuwmotor van de V2. De reservoir links in beeld is die van het waterstofperoxyde (T-Stoff). Waterstofperoxyde wordt door middel van perslucht gepompt naar een reaktiekamer waar warme kaliumpermanganaat zit (Z-Stoff). De hevige scheikundige reaktie drijft een turbopomp aan die methanol (B-Stoff) en vloeibare zuurstof (A-Stoff) naar de verbrandingskamers stuwt. Enkel de extreme exotherme reaktie van T-Stoff met Z-Stoff is sterk genoeg om de pomp aan te drijven: de raket werkt gedurende maximaal 65 seconden en in dit tijdstip worden 8000 liter brandstof en zuurstof verbrand. De koeling van de buitenmantel gebeurt door een methanolcirculatie. In dit kort tijdstip haalt de raket een snelheid van Mach 4.
Foto 4: In een deel dat eigenlijk niet toegangkelijk voor het publiek is ligt een stuk raketmotor te roesten.
De twee lanceerbasissen bleken allebei een mislukking te zijn: ze werden veelvuldig gebombardeerd en konden geen enkele raket afvuren. De eerste V1 kon trouwens pas gelanceerd worden één week na de landing in Normandië. De oorlog was toen eigenlijk al verloren, en de V1 en V2 konden daar niets meer aan veranderen. De V1 en V2 werden later gelanceerd vanaf mobiele lanceerplatforms.
Blockhaus d'Eperlecques

Aan de ingang van het muzeum is er een plaats voor herdenking.
De blockhaus van Eperlecques was bedoelt als lanceerbasis voor V2 raketten naar Engeland. Veel raketten zal deze basis niet gelanceerd hebben, het werd getroffen door een aantal bommen nog voor het volledig klaar en operationeel was. Na één bombardement werd er beslist dat de enorme compressoren voor de aanmaak van vloeibare zuurstof een tweede bombardement niet zouden overleven en werden ze afgevoerd naar een andere site.
De blockhaus d'Eperlecques is eveneens ingericht als muzeum, met een grote gedeelte in de open lucht. Je krijgt er basisinformatie over de tweede wereldoorlog met specifiek een deel over de V1 en V2.

De oproep van Charles de Gaule aan de franse bevolking (hij zat toen veilig in Engeland): “De oorlog is niet voorbij! Strijd u maar verder!”.
Foto 2: La croix de Lorraine, symbool van het Franse verzet. Men zou denken dat Frankrijk zich en masse verzet heeft tegen de Duitse invansie, maar niets in minder waar. Het voornaamste exportprodukt van Frankrijk in de eerste jaren van de oorlog waren de Joden (doe maar een google op rafle du Vel' d'Hiv). De Fransen waren al even antisemiet als de Duitsers.
Foto 3: De bunker die zelfs nog niet volledig afgewerkt was (de binnendecoratie en de Bose surround ontbraken nog) werd niet meer gebruikt na de bombardementen.
Foto 4 & 5: Lanceerplatform voor V1. Nadat de straalmotor gestart werd, werd het vliegtuig gecatapulteerd. Zonder deze extra duw had het vliegtuig te weinig snelheid om van de grond te geraken.
Foto 6: Wat er overblijft in de compressorkamer van de blockhaus d'Eperlecques. Op deze plaats werd de vloeibare zuurstof aangemaakt voor de V2 raketten, maar na de bombardementen werd besloten de compressoren op een veiligere plaats te onderbrengen.
V1
De V1 is eigenlijk een automatisch bestuurde vliegtuig. Eenmaal gelanceerd werd dezelfde koers gehouden dankzij een gyroscoop, totdat een teller aangaf dat het doel bereikt was. Het vliegtuig was uitgerust met een pulsoreactor, een eenvoudige straalmotor. Vanwege de relatief lage stuwkracht werd het vliegtuig de lucht in getatapulteerd door middel van een schuin opgestelde lanceerplatform. De straalmotor die op gewone kerosine werkte werd opgestart, en als de temperatuur voldoende gestegen was werd het vliegtuig gelaceerd.
De vliegende bom was niet nauwkeurig en kon enkel ingezet worden om grote stedelijke gebieden te bombarderen (zoals Londen en later Antwerpen). Het had daardoor weinig effekt op het verloop van de oorlog.

De officiële benaming van de V1 was “Flak Ziel gerä”t of "Doelwit voor luchtverdediging" om de geällieerden op een vals spoor te zetten. De V1 is nooit bedoeld geweest als schietschijf voor militairen in opleiding: ze hadden genoeg echte doelwitten om op te schieten!
V2
In tegenstelling met de V2 die een vliegtuig was, was de V2 een raket. Aan boord heeft het zowel brandstof (methanol) als vloeibare zuurstof. In tegenstelling met de V1 die slechts aan 650km/u vliegt haalt de V2 supersonische snelheden en kan daardoor niet neergeschoten worden (op het einde van de oorlog werd 75% van de V1 die op Londen gericht waren in de lucht neergehaald). De raket wordt slechts 65 seconden aangedreven en voert dan een supersonische ballistische vlucht naar zijn doel. Vanwege de lange, ongecontroleerde duikvlucht is de nauwkeurigheid nog minder dan die van de V1.
De laatste 3 foto's rechts:
- De reactor van een V2 met bovenaan de mengkamers. Een deel van de methanol werd direct in de verbrandingskamer ingespoten voor de afkoeling van de buitenmantel.
- De V2 gebruikte een gyrocompas voor het bepalen van de vliegrichting. Dit was toen een van de meest gesofisticeerde ontwerpen.
- Reconstructie van het startensklaar maken van een V2:
- de reservoir met methanol wordt gevuld (vrachtwagen vooraan),
- dan die met vloeibare zuurstof (speciale vrachtwagen rechts),
- dan de reagenten voor de turbopomp (kaliumpermenganaat en waterstof peroxyde) worden ingebracht.
Na het vullen van de tank met vloeibare zuurstof moest de raket binnen het uur gelanceerd worden om te vermijden dat de kleppen bevroren.
De bouw van een V2 was heel complex en gebruikte een groot deel van de weinige overgebleven rijkdommen van het land. Terwijl kerosine voor de V1 gemakkelijk aangemaakt kon worden uit steenkool (Fischer-Tropsch proces), moest men 10 ton aardappelen vergisten om één V2 van brandstof te voorzien (75% zuivere methanol). De kostprijs van een V2 oversteeg die van een viermotorige bommenwerper (dat minstens tweemaal meer bommen kon afwerpen en hergebruikt worden).
Zie ook de Atlantikwall (Openluchtmuseum Raversijde).
|