Hoofdindex » Pictures » Belgische kust » Toerisme
Belgische kust
Toerisme
Fotografie

Bij de onafhankelijkheid van België kregen we een koning die zeer engelsgezind was (we hebben hem eigenlijk moeten halen, want hij wou eerst niet). In Engeland was het toen volop de mode van het zomertoerisme aan de kust (Brighton was een belangrijke trekpleister). De Engelsen trokken ook naar België en namen hun toeristische gewoontes mee.

Na 1815 was Oostende de uitvalsbasis voor veel Engelsen die het slagveld van Waterloo gingen bezoeken. Het fenomeen herhaalde zich kort na de eerste wereldoorlog, waarbij hele families de Westhoek gingen bezoeken.

De eerste reizigers kwamen aan in Oostende met de maalboot of met de trein. Ze werden met paardenkoetsen naar de verblijfplaats vervoerd. Bepaalde kleine ondernemingen specialiseerden zich in taxidiensten voor de toeristen. De rijke toeristen verbleven vaak een maand of meer aan de kust, en men voorzag in voldoende amusement zoals kuuroorden en casinos (vandaar de naam "Casino-Kursaal"). Het was een hele verhuis van het binnenland naar de kust. “Les domestiques” werden vaak meegenomen.

Heel vlug was er een noodzaak om een verbinding aan te leggen tussen de verschillende kustgemeenten. Tramlijnen werden opgericht met als centraal punt Oostende met zijn treinstation. Er reden soms twee lijnen nagenoeg parallel aan elkaar, één die de kust volgde, en één die de meer in het binnenland gelegen dorpen aandeed. Er waren paardentrams, stoomtrams en uiteindelijk electrische trams.

In het interbellum kwam het kusttoerisme op kruissnelheid. De rijke families konden zich een automobiel veroorloven en gingen in villegiatuur aan de kust en de anderen namen de trein. De slimme ondernemers pasten zich aan aan de nieuwe trend: pensions en hotels, garages, taxidiensten, fotografen. Bepaalde grote ondernemingen die in deze tijden grote winsten hebben gebeoekt bestaan nog steeds. De vissers maakten houten bootjes voor de kinderen en verkochten die in bazars. Grote brusselse winkelketens openden een succursale in Oostende, want de rijke klanten waren hun traditionele winkel gewoon. Vaak verhuisde een deel van het winkelpersoneel naar de kust. Betaald verlof bestond er toen nog niet.

De kustbaan, de koninlijke baan, verbond de verschillende kustdorpen en was ook aangelegd op vraag van de toenmalige koning. Eerst was het een rijbaan in dubbele richting, maar na de tweede wereldoorlog werd er al spoedig een parallelweg gebouwd, de Rijkweg. Beide banen waren tweevaksbanen en de snelheid was er niet beperkt.

De lokale bevolking bekeek de rijke toeristen met gemengde gevoelens. Zij konden nooit op vakantie gaan en moesten vaak 6 dagen op 7 werken (en de zondag verplicht naar de mis). Het was een bron van inkomsten in de zomermaanden, maar in de winter moesten ze rondkomen met een beetje visserij en een beetje landbouw. Schapen werden te grazen gezet in de duinen en zorgden voor een kleine extra in de wintermaanden.

Het Vlaams-nationalisme dat onderhuids aanwezig was bij de lokale bevolking kreeg scherpere kantjes na de eerste wereldoorlog. De officieren waren allemaal franstalig en de gewone vlaamse soldaten werden in het frans aangesproken. Zelfs ten opzichte van de waalse soldaten waren de vlaamse soldaten een minderwaardige ras, het waren als het ware tweederangs duitsers die men niet mocht vertrouwen.

De eerste wereldoorlog heeft diepe wonden geslagen, en die zijn tot op heden niet geheeld. Als voorbeeld, de tekst "PUBLIC" die van het toerismemuseum in Middelkerke gehaald werd (foto 4). En dit voor een museum die speciaal opgericht werd om de geschiedenis van het toerisme aan de vlaamse kust te tonen. Het is alsof ze daar liever gehad hadden dat er geen franstalige toeristen waren geweest. Veel geclasserde historische gebouwen hebben hun franstalige naam op de gevel verloren (terwijl men wettelijk geen wijzigingen aan de gevel mag aanbrengen...)

Bij de tweede wereldoorlog was het weer prijs, en de vlamingen werden opnieuw aangezien als de facto collaborateurs (alhoewel er waarschijnlijk evenveel collaborateurs waren in Brussel en Wallonië).

Tegenwoordig is het toerisme een industrie geworden, met grote bouwfirma's die lelijke luxe appartementen overal neerpoten. Buiten het seizoen zijn deze plaatsen volledig verlaten. Mensen gaan naar de kust voor één dag en zitten de helft van de tijd in files naar en van de kust. De zeedijk lijkt meer op een moderne versie van de Atlantikwall.

De meeste foto's zijn in Middelkerke genomen (vooral bekend vanwege zijn skyline...) en in het toerismemuseum.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's