De videorecorder
Het eerste video-registratiesysteem dat bruikbaar was is het Quadruplex systeem van Ampex. Deze toestellen werden enkel in grote televisiestudios gebruikt vanwegen de afmetingen en de prijs. |
-
Vaak was men verplicht om hetzelfde toestel te gebruiken voor de weergave van de band. Of een opname "compatibel" was, wist men pas achteraf, want er speelden heel veel faktoren een rol: de omgevingstemperatuur en luchtvochtigheid, het soort band (nieuw of reeds gebruikt), of de mechaniek reeds warmgedraaid was of niet... De drum die voor de video-opnames zorgt is achter een zwarte klep gemonteerd, de drum zelf is langwerpig.
Transversale opnameDe videosporen worden transversaal opgenomen, dus loodrecht op de beweging van de band. De naam quadruplex komt van de vier videokoppen die op de drum gemonteerd zijn.
Bij het quadruplex systeem werden er verticale sporen geschreven op de 2 inch band, terwijl de band horizontaal bewoog (loodrechte opname). De band werd tegen de draaiende drum gedrukt door perslucht. De drum draaide heel snel: 15.000 toeren per minuut. De opname is gesegmenteerd: iedere kop schijft 1/16 van de volledige beeldinhoud en één frame wordt met 4 omwentelingen van de drum geschreven. Iedere kop moest precies ingesteld worden om eenzelfde beeldsignaal te geven en de timing was bijzonder kritisch. Het gebeurde niet zelden dan bepaalde banden enkel afgespeeld konden worden op het toestel waarop de band opgenomen werd.
De toestellen waren lomp en ten gevolge van de gesegmenteerde opname moest er altijd een tijdbasis correctie uitgevoerd worden. Met een gemiddeld verbruik van 3000W hadden deze eerste toestellen een driefasige netaansluiting nodig. Achteraf is men er in geslaagd draagbare toestellen te maken: één koffer voor de videomechaniek, één koffer voor de electronica (gelukkig getransistoriseerd) en één koffer voor het voedingsgedeelte. De drum die aan 15.000 toeren draaide had geen glijlager of kogellager, maar een luchtlager (een compresseur was dus òòk nodig!). Door speciale legeringen te gebruiken is men er uiteindelijk in geslaagd gewone lagers te gebruiken. Bij een montage-toestel (zie afbeelding rechts) was er geen stilstaand beeld en ook geen beeld bij het spoelen, aangezien de koppen onmogelijk de opeenvolgende segmenten konden lezen om een volledig beeld te geven. De monteur moest een cue-puls opnemen om posities te markeren (daarvoor was het toestel uitgerust met een extra kop).
Het quadruplex systeem werd later aangepast om ook te kunnen werken in Europa (50Hz, 625 lijnen) in plaats van 60Hz, 525 lijnen). In de laatste versies was ook kleur mogelijk. Het quadruplex werd snel verdrongen door het helican scan systeem dat tal van voordelen had. |
Publicités - Reklame