Historisch
Techniek vroeger en nu
Helican scan

De videorecorder

De eerste videorecorders gebruikten het Quadruplex systeem van Ampex. Het helican scan systeem is echter een zodanige verbetering, dat de volledige produktie omgezet werd naar helican scan. Zowel studiorecorders als draagbare videocamera's gingen het helican scan toepassen.



Het helican scan systeem, waarop alle moderne videorecorders gebaseerd zijn.


Sony met helican scan “1 inch Type C”.
Opnametijd = 20 minuten (bandsnelheid 23.9 cm/sec)

Door de kop schuiner te plaatsen kon men langere sporen schrijven (helical scan). De drum moest niet meer zo snel draaien en men kon een volledig beeld (2 frames) opnemen met één rotatie van de drum.

Een eerste voordeel is dat een volledig beeld geschreven wordt: het toestel moet dus niet meer moeizaam afgeregeld worden om de stoorbalken te verminderen (bij de overgang van de ene kop op de andere). Van het Quadruplex systeem is geweten dat een opname maar goed afgespeeld kon worden op het toestel dat de opname gemaakt had.

Een bijkomend voordeel was stilstaand beeld en beeld bij het spoelen. Omdat de koppen niet dezelfde spoor kunnen volgen als de bandsnelheid niet dezelfde is als bij de opname zijn er ruisbanden in het beeld, maar voor montage-doeleinden was dit niet storend. Men kon snel een beeldfragment opzoeken.

Vanwege het feit dat er meer beeldinhoud op een spoor geschreven moest worden, waren de drums van de eerste videorecorders groter dan die van het quadruplex systeem. Door het gebruik van betere koppen met een fijnere luchtspleet, gekoppeld aan electronica die het zwakkere signaal konden verwerken is men er in geslaagd drums te maken die alsmaar kleiner werden.

Er zijn verschillende systemen in omloop geweest, bijvoorbeeld toestellen met een drum met slechts één kop (de band werd volledig rond de drum gewikkeld = 360°). Een kenmerk van deze toestellen is dat de twee spoelen vaak boven elkaar geplaatst werden. Er was een relatief lange signaalonderbreking als de enige kop van de ene stuk tape naar de andere ging, maar gelukkig gebeurde de overgang tijdens de rasterpuls of verticale terugslag (als er geen beeld te zien is). maar dit betekende wel dat deze toestellen noodgedwongen met een extra tijdbasis uitgerust moesten worden.

Terwijl de quadruplex een band van 2 inch gebruikte, had de helican scan genoeg aan een band van 1 inch (en later zullen er nog smallere banden gebruikt worden). De 1 inch “type C” werd vaak gebruikt in televisiestudios. De toestellen konden draagbaar gemaakt worden. De beeldkwaliteit van deze toestellen met helical scan was zeer goed, zelfs volgens de huidige normen. Men kon gerust spreken van broadcast kwaliteit.

Het systeem dat gestandardiseerd is geraakt heeft twee koppen, zodat de band slechts 180° rond de drum gewikkeld moet worden (zowel professionele apparaten als consumer-toestellen). Dit maakt het automatisch rijgen mogelijk. In plaats van open spoelen kon men daardoor cassettes gebruiken.

De koppen werden beter en beter, waardoor er hogere frekwenties opgenomen konden worden (kleinere luchtspleet). Maar men kon ook de drum kleiner maken, waardoor de toestellen draagbaar gemaakt konden worden. Een kleinere drum ging echter ten koste van de kwaliteit, waardoor de consumer toestellen nooit de broadcast-kwaliteit gehaald hebben. De Betamax die een betere video-kwaliteit heeft, gebruikt een grotere drum dan het VHS systeem.

Om de drum nog te kunnen verkleinen bij draagbare video-8, Hi-8 en miniDV toestellen kan men de band 270° rond de kop wikkelen. Er zijn dan 4 koppen op de drum nodig. Om een volledig beeld te schrijven moet de kop 540° afleggen (1.5 omwenteling). De kop draait dan ook sneller maar het systeem is 100% compatibel met toestellen met normale drum. De beeldkwaliteit was echter minder.

Op de volgende pagina bespreken we hoe het videosignaal effektief op de band gezet wordt: de video modulatie.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's