Historisch
Intermediate film system
Televisie
Servers » TechTalk » Historisch perspectief » Beeld » Televisie » Intermediate film system
Om de lage gevoeligheid van de televisiecamera's te compenseren werkte men voor de tweede wereldoorlog met een filmsysteem dat belicht, ter plaatse ontwikkeld en afgescand werd: het intermediate film system.
-

-


Op een vorige pagina hebben we de mechanische systemen besproken (Nipkov schijf). Hier tonen we de overgang naar een electronisch systeem.

Intermediate film system

De enige oplossing (die zeker voor buitenopnames gebruikt moet worden) is een normale filmcamera te gebruiken, het beeld te ontwikkelen, fixeren en drogen, en die dan laten lopen naar een Nipkow schijf die het licht van een beeldelement naar de fotocel laat gaan.

De afbeelding rechts komt uit een kinderboek uit de jaren 1930, maar geeft precies weer hoe zo'n systeem werkte.

Omdat de Nipkow schijf een lage beeldfrekwentie heeft kan ook de film trager lopen: in plaats van 24 beelden per seconde volstaan 5 Ó 10 beelden per seconde.

Dit systeem kan ingezet worden voor zowel binnen- als buitenopnames, en men kan beschikken over de relatief hoge gevoeligheid van de filmemulsie, gevoeligheid die nog verder opgevoerd kan worden door relatief lange sluitertijden te gebruiken van 1/10 van een seconde, de Nipkovschijf laat immers niet veel meer beelden per seconde toe.

Op lokatie wordt de film belicht en direct ontwikkeld in een vrachtwagen (zowel beeld als geluid). De beelden werden dan afgetast met een flying spot scanner en uitgezonden, er is een vertraging van hoogstens een minuut.

Maar het systeem gebruikt nog steeds een mechanisch element die de algemene kwaliteit van het systeem beperkt: de Nipkov schijf. De gaatjes kunnen niet onbeperkt klein gemaakt worden, waardoor het aantal lijnen van een dergelijk systeem altijd beperkt zal blijven.

Een ander probleem is de moeilijke synchronisatie van de ontvangers: de nipkov-schijf genereert eigenlijk geen echte sync-pulsen en aan de andere kant is de rotatiesnelheid van de schijf niet stabiel genoeg.

Televisie als spotgenerator

Er bestaan ondertussen al televisies: ze zijn ontstaan uit de oscilloscoop. Maar men kan de nipkovschijf ook vervangen door een kleine televisie die een fijne lichtbundel produceert. Men gebruikt een fosforsoort met korte persistentie.

De televisie geeft een egaal wit beeld, maar het is om de spot te doen: de bewegende heldere spot van de televisie wordt door een lenzenstelsel overgebracht op de afbeelding (filmbeeldje) die zo afgetast wordt. Hoe dat dit te werk gaat ziet u op de pagina van de flying spot generator.

Dankzij het gebruik van een kleine televisie die de spot genereert is men verlost van de beperkingen van het mechanisch systeem: zowel de aftast-televisie als de televisietoestellen die voor de weergave gebruikt worden kunnen gemakkelijk met elkaar gesynchroniseerd worden.

Het principe van de lichtstiptaftaster wordt nog in sommige filmscanners gebruikt. Ook de monoscope (een soort testbeelgenerator) bleef lang in gebruik omdat die gemakkelijker te realiseren was dan een televisiecamera.

Omdat men geen Nipkovschijf gebruikt (die meer dan 99% van het licht tegenhoudt) stijgt het rendement van het systeem en volstaat een aangepaste beeldbuis als lichtbron voor de lichtpuntaftaster. Het was een vernuftig systeem om de beperkingen van de electronica te omzeilen.

Zo beschikt men nog over live beelden van de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Normaal werd de opname niet meer gebruikt: er bestond zelfs een systeem om de oude gevoelige laag weg te halen, een nieuwe laag aan te brengen, die te belichten, te ontwikkelen, te scannen en opnieuw te gebruiken. Waarschijnlijk heeft men toen besloten om de opnames te bewaren voor een latere herhaling (FC de kampioenen avant la lettre). De beeldkwaliteit was natuurlijk uitstekend, want het was een directe opname op pellicule.

Televisieschermen bestonden dus al, maar het zou niet juist zijn dat er geen camera's waren. Er bestonden zelfs twee systemen: de image dissector en de iconoscoop. De image dissector die werkte zoals de Nipkow schijf (maar dan langs electronische weg) was zeer ongevoelig, en in de praktijk niet bruikbaar. De iconoscoop werd op zijn beurt beschermd door verschillende amerikaanse patenten en John Baird, die zijn eigen systeem wou promoten wou (en kon) de iconoscoop niet gebruiken.

De electronische systemen worden op een volgende pagina besproken. Hier gebruikt men eindelijk een echte televisiecamera.

Maar het is niet zo dat de intermediate film systeem zomaar verdwenen is. De naam werd niet meer gebruikt, maar veel reportages werden op 16mm film opgenomen, ontwikkeld en dan weergegeven via de telecinema. Dit gebeurde tot in de jaren 1980 want de kleurencamera's uit die tijd waren groot en complex terwijl een 16mm filmcamera handig in het gebruik was.


Intermediate film systeem
voor de projectie

Maar de intermediate film system komt weer tevoorschijn in de jaren 1950. De televisie zit in volle ontwikkeling, maar men zit nog altijd vast een de kleine televisieschermen. De beeldbuizen zijn rond met een diameter van 10 duim.

Om een groter beeld te bekomen gebruikt men een speciale beeldbuis die een zeer helder beeld geeft. Het licht wordt door een lenzenstelsel gevoerd en wordt op een half-doorschijnend scherm geprojecteerd (retro-projectie). Maar de schermen zijn niet optimaal en het aantal toestellen is eerder beperkt. Plilips zal in de jaren 1970 opnieuw op de markt komen met een dergelijk systeem (toen reeds in kleur).

Een andere oplossing is een bioscoopscherm te gebruiken, bepaalde bioscoopschermen halen een hoog rendement. Maar in die tijd is het rendement nog altijd te laag. Hier ook zullen een aantal fabrikanten (met name Barco) videoprojectie toestellen bouwen.

Maar in die tijd hebben de beeldbuizen een te laag rendement. De oplossing is hier ook weer via een tussenstap te werken: de film, die belicht wordt door een beeldbuis ontwikkeld wordt en direct op groot scherm wordt geprojecteerd.

Het systeem zal nooit toegepast worden in de prakrijk. De omweg via de film is te complex en de mensen zijn een betere beeldkwaliteit in de cnema ondertussen gewoon. Waarom zouden ze genoegen nemen met zwart-wit beelden op relatief lage resolutie, terwijl de reportages in de bioscoop in kleur zijn?

De televisie bracht toen geen live programm's, zelfs het nieuws bestond uit korte filmreportages. In de bioscoop kijken de mensen liever naar reportages in kleur, dan naar nieuwsuitzendingen in zwart-wit, met een zeer matige beeldkwaliteit. Waarom zouden de mensen naar de bioscoop gaan om televisiebeelden te bekijken?

Maar het systeem om electronische beelden op groot scherm te tonen zal verder ontwikkeld worden: de eidophore is een tussenvorm tussen een bioscoopprojector en een televisie. Het toestel is vooral geschikt om stilstaande beelden weer te geven (de eerste computerbeelden).

PublicitÚs - Reklame

-