Historisch
televisienormen
Televisie

Geschiedenis van de televisie

Terwijl er bij radiouitzendingen redelijk snel normen zijn afgesproken, is dit niet het geval bij televisie, waarbij vooral het nationaal-protectionnistisch reflex speelde om de eigen markt af te schermen.
-

-

Tabel rechts:
P: beeldfrekwentie (p: picture)
De bandbreedte wordt aan één kant afgeknot, het is immers niet nodig beide banden door te sturen, want ze bevatten dezelfde informatie. Maar de draaggolf moet wel verstuurd worden om het beeld correct te kunnen weergeven. Het ideaal zou een filter zijn, die één zijband perfekt onderdrukt en de draaggolf ongemoeid laat, maar zo'n filter bestaat natuurlijk niet.

Met een restzijband die te groot is, bekomt men bij demodulatie een signaal dat te sterk is voor de "lage tonen": delen die weinig details vertonen krijgen teveel contrast, en dat wil men vermijden (dit is de orange curve bij de tweede afbeelding).

Om het beeld correct te kunnen weergeven moeten we een bandbreedte hebben die in de onderdrukte zijband (zijband "A" in het derde beeld) de informatie bevat die verloren is gegaan in zijband "B". Het flank dat zo ontstaat heet Nyquist flank. De breedte van die flank hangt af van de norm en bedraagt 0.75 à 1.5MHz. Het is belangrijk dat de draaggolffrekwentie op 50% wordt doorgelaten en dat de symmetrie ten opzichte van de draaggolf goed is.

Bij de detectie worden beide banden bij elkaar opgeteld. Grafisch komt dit overeen met het kantelen van de onderste zijband "A" ten opzichte van de draaggolf, en dan beide zijbanden optellen.

Dit modulatiesysteem heet restzijbandmodulatie (vestigal side band) en wordt bij alle analoge televisienormen toegepast. De eerste afbeelding (met de rode bandbreedtes) is dus geen correcte weergave.

De tweede tekening toont wat er gebeurt bij de detectie van het videosignaal met Nyquistflank: er blijft één zijband over met constante amplitude.

S: geluidsfrekwentie (S: sound)
Het geluid wordt afzonderlijk doorgestuurd met een tweede draaggolf die op een nauwkeurige afstand zit van de beeldfrekwentie. De benodigde bandbreedte is beperkt ten opzichte van de video-bandbreedte: 100kHz.

Dit zijn dus de meest voorkomende televisienormen in Europa na de tweede wereldoorlog:

  • 441 lijnen
    Dit systeem werd door de duitsers gebruikt vanaf 1938. Rasterfrekwentie van 50Hz, lijnfrekwentie van 11.025Hz, positieve modulatie voor het beeld en AM geluid. Indien ik deze norm vermeld, is omdat Frankrijk deze norm is gaan gebruiken, toen de duitsers uit het land trokken en hun installaties achterlieten. Dit systeem zal in gebruik blijven tot halverwege de jaren 1950. Er waren heelwat televisietoestellen en de eigen norm (819 lijnen) kwam maar niet van de grond. Er was één enkele frekwentie in gebruik, kanaal 1 van VHF band I.

  • A (405 lijnen)
    Deze norm werd door Engeland gebruikt, die zoals Frankrijk graag een eigen weg probeert te volgen. Deze norm was al in gebruik voor de tweede wereldoorlog (testuitzendingen vanaf 1936), maar de uitzendingen werden aan het begin van de oorlog stilgelegd.

    De effektieve beeldresolutie bedraagt 503 × 377 pixels, met een rasterfrekwentie van 50Hz en een lijnfrekwentie van 10.125Hz. De bandbreedte kon daardoor beperkt worden tot 3MHz en dit was toen een groot voordeel want dankzij een beperkte bandbreedte hadden de zenders een groter bereik. Er waren dus minder steunzenders nodig, en dit was belangrijk na de oorlog.

    Hier ook een positieve video-modulatie en AM geluid. Het systeem werd niet meer gebruikt vanaf 1985. Er waren nooit uitzendingen in kleur, maar er werden wel testen uitgevoerd.

    De toestellen die op het vasteland aanwezig waren waren niet geschikt om de engelse zenders te ontvangen, hoewel ze in het Noorden van Frankrijk en Belgie goed te ontvangen waren dankzij het uitstekend bereik.

  • B/G
    Deze standaard werd in de meeste europese landen gebruikt en was oorspronkelijk ook gekend onder de naar Gerber. De lijnfrekwentie bedraagt 15.625Hz. Het beeldsignaal wordt negatief gemoduleerd en het geluid is FM. Dit is de best uitgewerkte norm, die de nadelen van de andere normen kan omzeilen.

    Men gebruikt de naam "B" in VHF en "G" in UHF, het enig verschil was een grotere kanaalbreedte in de UHF band, maar er werd daar geen gebruik van gemaakt in de praktijk.

  • 819 lijnen (E/F)
    Dit is de franse standaard, waarbij 737 lijnen effektief gebruikt werden voor het videosignaal. De lijnfrekwentie bedraagt 20.475Hz.

    De originele norm is "E", enkel gebruikt door de franse ORTF (en later TF1). De bandbreedte bedroeg 14MHz. De "F" norm werd in België en Luxemburg gebruikt voor de verdeling van het franse programma, want deze landen gebruikten de smallere europese kanaalindeling. Bij de F-norm was het beeld minder scherp in horizontale richting, maar de andere parameters bleven dezelfde.

    Er zijn nooit kleurprogramma's geweest met deze norm.

  • L (625 lijnen)
    De franse versie van de 625 lijnen, met positieve beeldmodulatie en AM geluid. Deze norm werd tot in 2011 gebruikt (overschakeling naar digitaal). Deze norm was technisch achterhaald toen die gelanceerd werd, maar moest voorkomen dat Frankrijk bedolven zou worden onder de televisies gemaakt in Nederland en Duitsland.

  • I (625 lijnen)
    Toen de Engelsen in 625 lijnen gingen uitzenden, gebruikten ze enkel de UHF band, de VHF band bleef in gebruik voor de 405 programma's. Maar de bandbreedte van een UHF kanaal is 8MHz in plaats van 7MHz. De engelse I-norm maakt daar gebruik van door het videosignaal verder te laten lopen, tot 5.5MHz in plaats van 5MHz (het beeld is wat scherper). Ook is de Nyquist flank minder steil, waardoor kleine fouten in de afstemming niet opvallen. Deze norm maakt optimaal gebruik van de grotere bandbreedkte van de UHF kanalen.

    Een televisiesignaal volgens de I norm kon op een B/G toestel weergegeven worden (en omgekeerd), maar zonder geluid omdat de geluidsdraaggolf op 6MHz staat in plaats van 5.5MHz. De FM audio kringen van de televisie moeten gewoon bijgesteld worden.

België wilt zo compatibel mogelijk zijn, met als gevolg dat het land twee normen heeft, die met niets compatibel zijn. België wilt bij Frankrijk aanleunen (met hun "high definition" op 819 lijnen), maar niet teveel, want ze willen een europese kanaalindeling zodat er heelwat meer zenders mogelijk zijn op een bepaalde plaats. Men gebruikt dus 819 lijnen, maar met een beperkte bandbreedte van 7MHz. Dit is voor Wallonie. In Vlaanderen zijn ze een beetje minder francofoon, en kiezen slechts beperkt voor het frans systeem, dus enkel de modulatie (positief) en het geluid (AM).

De tabel rechts onderaan toont de verschillende normen die een multistandard televisietoestel kon ontvangen (benamingen uit de jaren '70). De overeenkomstige CCIR-benaming staat ernaast.
E
Dit komt overeen met de CCIR B/G norm die in bijna alle europese landen werd gebruikt. Met dit systeem is ook kleur en stereo mogelijk.

B
Dit systeem werd enkele jaren in nederlandstalig België gebruikt, het was een compromis tussen de europese norm en de franse norm (CCIR norm C)

F1N
Werd nooit effektief gebruikt. Toestellen waren er wel op voorzien, voor in het geval de fransen zouden overschakelen op nog een andere norm.

F2
De franse CCIR norm E die voor Antenne-2 en France-3 gebruikt werd. Kleur is mogelijk, maar het geluid zal altijd mono blijven.

F1
De franse CCIR norm L enkel gebruikt voor TF1. Om kleur mogelijk te maken werd de F2 norm gebruikt. Je kon dus TF1 ontvangen in 819 lijnen zwart/wit en 625 lijnen kleur. Eenmaal dat TF1 overschakelde naar kleur werd het signaal op 819 lijnen gerealiseerd door upsampling. Men gebruikte dus niet meer de mogelijkheden van het 819 systeem.

F1B
Dit is een versie van de F1 norm die de standaard-kanaalindeling gebruikte, met dus een beperktere bandbreedte, gebruikt in franstalig België en Luxemburg (VHF)

F1R
Vergelijkbaar met F1B, maar met een wat grotere bandbreedte voor UHF. Deze twee laatste normen zijn slechts heel beperkt gebruikt geweest.

En hetzelfde spelletje gebeurde bij het overschakelen naar kleur: iedereen in Europa was niet te vinden om het minderwaardig NTSC systeem te gebruiken, maar hier ook hadden de fransen een systeem ontworpen die niet compatibel was: SECAM, terwijl de rest van Europa PAL gebruikte.

Een tabel van de frekwentiekanalen in de VHF-I en VHF-III band staat aangeduid op de pagina over DAB radio (de UHF band werd nog niet gebruikt bij het begin van de televisie). DAB gebruikt namelijk de band die vroeger gebruikt werd voor televisieuitzendingen. En wat had je nodig als je een televisie had? Juist, ja: een antenne op het dak. Het is bijna valzelfsprekend dat de ontvangst van DAB radio zo slecht is.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's