Historisch
DVD spelers
CD

De DVD is nu ook al bijna geschiedenis. De norm werd ontworpen voor het videosignaal, zoals de Compact Disc ontworpen werd voor het audiosignaal. Nu dat alle nieuwe televisietoestellen HD zijn, is er een nieuwe norm nodig: Blu Ray.


Voor de ontwikkeling van de DVD norm hadden we twee formaten die op de CD-norm gebaseerd waren (gebruik makend van dezelfde leesapparatuur met een infra-rode straal):
  • De CD-Video (1987) combineert technieken die toegepast worden bij de laserdisc en de Compact Disc, dus digitaal geluid en analoog beeld. Er kon ongeveer 5 minuten video opgenomen worden. De bedoeling was de verspreiding van videoclips (MTV was juist ontstaan). Dit formaat had weinig succes. De plaatjes konden op de meest recente laserdisc spelers afgespeeld worden.

  • De Video-CD (let hoe verwarrend de benamingen zijn!) ontstond in 1990 en was totaal digitaal, maar dit leidde niet noodzakelijk tot betere beelden, in tegendeel. Vanwege de beperkte data-bandbreedte moesten de beelden gereduceerd worden tot 352 × 288 pixels en sterk gecomprimeerd worden. De beeldkwaliteit is vergelijkbaar met die van een oude VHS cassette. Men kan 74 minuten op een plaatje opnemen en films werden derdeeld in een box met twee plaatjes.
Men voelt heel duidelijk aan dat men niet verder kan met het CD formaat. De DVD gebruikt een rode straal (in plaats van een infra-rode straal). De kortere golflengte maakt het mogelijk meer gegevens op eenzelfde oppervlakte te proppen (ongeveer 4× meer). De ontwerpers zijn de fysische afmetingen van het CD formaat trouw gebleven, zodat een DVD speler ook CD plaatjes kan afspelen. In de tijd tussen de Video-CD en de DVD zijn er betere compressiemethodes ontstaan, zodat de kwaliteit van de opgenomen beelden goed was.

De DVD wordt op de markt gebracht vanaf 1995. De beeldkwaliteit is vergelijkbaar met die van een televisieprogramma uit die tijd, dus veel beter dan een VHS opname. Er is een zware anti-copieerbeveiliging ingebouwd, zodat de Majors hun films snel op DVD uitbrengen. Het is de hoeveelheid beschikbare films die uiteindelijk bepaalt hoe succesvol een formaat zal zijn.

De DVD-R[W] ontstaat enkele jaren jater, gevolgd door de DVD+R[W] waarbij men zelf programma's kan opnemen. Er zijn meer "-" spelers aanwezig op de markt omdat het formaat vroeger gelanceerd werd. Het "+" formaat is technisch een beetje beter, maar in de praktijk is daar niets van te merken. Er komt geen oorlog tussen "+" en "-" omdat de meer recentere toestellen zowel in "+" als in "-" kunnen opnemen naargelang het plaatje dat in het toestel gestoken wordt.

De beeldkwaliteit is uitstekend en men kan 1 tot 8 uur opnemen (met verminderde beeldkwaliteit). Maar veel recorders waren van bedenkelijke kwaliteit. Bij Philips hadden ze problemen met de BGA (Ball Grid Array, een soort IC met heel veel pootjes onderaan het IC). Het was ook de tijd dat de fabrikanten gedwongen werden over te schakelen op loodvrije soldeer, en bepaalde fabrikanten hadden hier duidelijk geen ervaring mee.

De DVD kan ook gebruikt worden voor data-opslag en heeft een capaciteit van 4.7GB (Cd: 650MB). De doorvoersnelheid is 1.05MB/seconde (150kB/seconde voor de CD). Een DVD schrijft dus 7× sneller dan een CD aan de basissnelheid (1×). Terwijl CD plaatjes gelezen kunnen worden aan 52×, is de maximale snelheid van een DVD beperkt tot 24× door de interface.

Maar voor HD opnames voldoet het formaat niet meer, men zit opnieuw met hetzelfde probleem. De Blu Ray heeft een nog hogere capaciteit omdat er een blauwe straal gebruikt wordt. Tussendoor werden er andere niet-compatibele formaten gelanceerd zoals de DVD-HD, maar die moest het onderspit delven.

Meer lagen

De laag van de moderne dragers zit dichter bij de aftastkant dan bij een CD (kortere geolflengte). Er is dus ruimte over achter de basislaag.

Men heeft voor het eerst met meerdere lagen gewerkt met de Super Audio CD. Dit werd geen succes (het verschil tussen een gewone CD was in de praktijk niet merkbaar), maar het heeft de fabrikanten aangezet om verder te experimenteren met multi-layer. De DVD-laag bevat de SACD muziekstroom.

De CD spelers kunnen enkel de onderste laag lezen, omdat de laserstraal enkel gefocust kan worden op die laag. De DVD spelers en SACD spelers lezen de DVD-laag. Alle DVD spelers kunnen de DVD laag lezen, maar de oudste toestellen kunnen de datastroom (SACD) niet verwerken.

Tegenwoordig gaat men meer en meer naar online content en opslag op een harde schijf (telenet recorder, enz). Er worden minder en minder recorders verkocht, omdat er zo veel verschillende manieren zijn om films en andere televiseprogramma's te bekijken: smartphone, tablet, computerscherm.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's