Techniek
Herstellen vroeger en nu
Histechniek
Servers » TechTalk » Historisch perspectief » Herstellingen vroeger en nu

Technische informatie

Precisia, Anex, Carad, MBLE,… Jaren terug had ieder stad zijn eigen televisiefabriek (een televisie bouwen was niet zo moeilijk). Je kon toen zelfs boeken kopen "bouw uw eigen televisie".

Een van de eerste televisies die ik in grote aantallen heb hersteld is een type van Philips (die ook onder andere namen verkocht werd), chassis X24T725/00. De televisie gebruikte transistoren voor het laagvermogen gedeelte (audio AM (Frankrijk) en audio FM (Europa) en videodetectie), waarbij de voeding afkomstig was van de cathode van de rastereindtrap. Voor de rest gebruikte de televisie buizen: audio-versterking, video-versterking, raster en lijneindtrap. Ook voor het middenfrekwent-gedeelte werden buizen gebruikt, die een hoger rendement hadden.

In Belgi was een multistandard televisie de norm, anders raakte die niet verkocht. Het AM geluid had een aparte middenfrekwent gedeelte en eigen AGC (dit was ook nodig omdat het AM geluid anders zwaar vervormd werd). Het FM gedeelte gebruikte het interdraaggolf principe met extra versterking door de audio-eindtrap (reflex schakeling), waardoor er maar n transistor nodig was.

De problemen bij dit toestel waren de relaiscontacten voor de normomschakeling, de soldeer aan de buisvoeten van de vermogenbuizen en soms een defekte hoogspanningstransfo (als het toestel een winter in een koude chalet verbleef), maar anders waren het zeer betrouwbare toestellen die gemakkelijk meer dan 10 jaar bleven werken.

De komst van de kleurentelevisie betekende op termijn het einde van de kleine fabrikant. De sturing van een kleurenmasker beeldbuis was heelwat complexer. Enkel de groten bleven over: Barco en Philips.

Philips KM-1 chassis

Het was de tijd dat Plilips nog iets betekende. Een Philips televisietoestel was een wonder der techniek. De eerste kleurentelevisie die ik hersteld heb was een KM-1-chassis. Het toestel had twee lijnpenthodes (n was niet genoeg om voldoende stroom te leveren), en het hoogspanningscircuit was uitgerust met een merkwaardige buis, een PD500 (vermogenstriode). De bedoeling van deze buis was de hoogspanning te stabiliseren. Bij zwart/wit toestellen volstonden een paar VDR's in het roostercircuit van de lijneindtrap, bij een kleurentoestel was deze regeling onvoldoende. Als het beeld donkerder werd (minder straalstroom gevraagd), werd een deel van de hoogspanning opgesoupeerd door de buis, waarvan de anode roodgloeiend werd. De buis kon tot 30W opslorpen. Klasse A? Nooit van gehoord! (de eco-klasse, niet de eindtrap-instelling)

Philips televisie met teletekst printer

Later, toen de transistor de buis bijna totaal verdrongen had kwam de teletekst in voege. In de jaren '80 had je een print met tientallen IC's nodig om de teletekstinformatie te decoderen, nu heb je genoeg aan een halve IC om te surfen op het internet. Philips ontwikkelde een televisietoestel met een teletekstprinter, wat toen aangezien werd als een mirakel, het teken dat Philips ver voorop lag op zijn concurrenten. Het is trouwens geen "ouderwets kassabonnetje van 10 tekens per regel" zoals op een forum gemeld wordt, maar een echte grafische printer met thermisch papier. Nu betekent Philips Produkt Hopeloos, Ieder LCD Is Praktisch Stuk.

Deze foto is genomen bij mijn ouders in 1972 (uitzendingen in kleur bestonden reeds sinds 1969). De meeste mensen hadden toen nog een zwart-wit televisie (z/w televisies werden trouwens nog volop verkocht), maar een toestel uit de jaren 50 dat nog in de jaren '70 gebruikt werd was uitzonderlijk. Ik mocht naar "le jardin extraordinaire" met Arlette Vincent en Edgard Kesteloot kijken, en daarnaa naar bed.

Oorspronkelijk werd de televisie gehuurd (een soort Telefusion avant la lettre). Na de oorlog en tot in de jaren '70 hadden mijn ouders het niet breed. Let op de kleine vlinder-antenne en de extra luidspreker (een center speaker!). Nadien werd er een draaibare yagi-antenne in de zolder gemonteerd. Het verdraaien gebeurde met een stalen kabel dat door het plafond liep. De antenne was meestal naar het Atomium gericht (we waren omringd door hogere flatgebouwen, maar hadden zicht op het Atomium dat blijkbaar als reflektor fungeerde. De telefoon was gewoon een intercom naar de zolder.

Kan het nog ingewikkelder?

Als het slogan van de kleinhandel is: "Mag het iets meer zijn?", dan is de slogan van de hersteldienst: "Kan het ng ingewikkelder?". Toestellen worden ingewikkelder, de componenten kleiner (al geprobeerd een BGA met 160 "pootjes" te solderen?), onderdelen bestellen wordt complexer (exploded views worden niet meer beschikbaar gesteld), na een paar jaar zijn de wisselstukken niet meer leverbaar en de importeur heeft geen hulplijn voor dealers met technische problemen. In de witgoed-branche valt dit nog mee, maar voor hoelang nog?

Ook de RMA procedure (Return Material Authorisation) wordt met de dag ingewikkelder. Natuurlijk heeft ieder merk een eigen procedure, bij de ene moet je een formulier faxen, bij een andere moet je de herstelling aanmelden op een site, bij een derde moet je een formulier mailen. Foei als je een cijfertje verkeerd hebt, want je aanvraag wordt doorverwezen naar /dev/null/ Als er een nieuw formulier uitkomt en je gebruikt de oude versie: pech (je wordt natuurlijk niet op de hoogte gebracht dat je een nieuwe formulier moet gebruiken). Soms wordt de volledige procedure gewijzigd: je hangt dan 30 minuten aan de lijn (wachtmuziekje 50 eurocent per minuut) terwijl er niemand meer aanwezig is om de telefoon op te nemen. Een bandje om de nieuwe procedure uit te leggen is zeker teveel moeite.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's