De Quiescent Push Pull werkingsclasse is een commerciële naam van de werkingsclasse AB met een lage ruststroom. |
-
De toestellen werkten op batterijen, want het electriciteitsnet was eerder beperkt. Het gebruik van het electriciteitsnet was problematisch want er was nog geen standardisatie: men had gelijkspanningsnetten en wisselspanningsnetten en de spanning was ook niet gestandardiseerd. Normaal had je drie batterijen in een radiotoestel: een batterij voor de gloeistroom, deze batterij werd vaak batterij A genoemd. De gloeispanning bedroeg toen 4V (dat is de letter A in de lampenkode) of 2V (lampenkode met letter K). Nadien is men overgestapt op 6.3V (lampenkode E) voor lampen die zowel op gelijkspanning of wisselspanning gevoed konden worden (enkel indirect verhitte cathodes). Men gebruikte een loodbatterij met 1, 2 of 3 cellen die opnieuw geladen konden worden bij de garagist in het dorp. Gewone zink-koolstof batterijen konden de hoge stroom niet leveren (doorgaans 1A per lamp). Na de tweede wereldoorlog heeft men speciale lampen gebouwd voor draagbare radio's. De gloeispanning bedroeg toen 1.2 à 1.4V (spanning van een zink-koolstof batterij). Dat waren lampen met kode D. De batterij voor hoogspanning wordt batterij B genoemd. Daarom zie je nog op bepaalde oude schema's (vooral amerikaanse) de aanduiding B+ voor de hoogspanning, zelfs voor netgevoede toestellen. Hier ook is er geen gestandardiseerde spanning, maar in die tijd was de spanning vaak 135V. De batteij bestond uit talrijke 1.5V zink-koolspof elementen. De speciale buizen die na de oorlog op de markt zijn gekomen hadden genoeg met een hoogspanning van 90 of 67V. De batterij C zorgt voor de polarisatie van de verschillend etrappen. Polarisatie door een cathodeweerstand werd toen niet gebruikt en was trouwens moeilijk te realiseren met direct verhitte cathodes. De C batterij had meerdere uitgangen voor de verschillende trappen van de ontvanger. Na de tweede wereldoorlog is men gestopt met het gebruik van de polarisatiebatterij. Er werd een spaciale techniek toegepast om de negatieve voorspanning te voorzien in toestellen die lampen met direct verhitte cathodes hadden. Uitleg daarover kan u hier vinden: draagbare radio's met lampen. Maar we zouden het hebben over radio's met Quiescent Push Pull. Maar wat is het probleem dat dit systeem probeert op te lossen? De accus voor de gloeispanning vomen niet het probleem: ze kunnen gemakkelijk weer opgeladen worden in een garage. De polarisatie batterij vormt ook geen probleem, die batterijen worden niet belast en gaan zeer lang mee. Het probleem was de dure hoogspanningsbatterij die maar een beperkte capaciteit had (ongeveer 140mA). Men kon ongeveer 10 uur naar de radio luisteren.
Maar om een luidspreker aan te sturen heeft men een hogere anodestroom nodig, zelfs als men naar de radio luistert op laag volume (eindtrap in classe A). De oplossing (tot aan de oorlog...) was het gebruik van twee pentodes in push pull met een zo laag mogelijke ruststroom. Om een aanvaardbare werking te hebben werden de twee pentodes in één glazen ballon gemonteerd, zodat men zeker was van twee pentodes met nagenoeg identieke eigenschappen te hebben. Dit is de KLL32 geworden, met de volgende werkingparameters: (er zijn ook andere types op de markt gebracht)
Zoals alle buizen die op batterijspanning werken zijn de cathodes direct verhit (0.3A) Dit is een standaardschakeling van een ontvanger uit die tijd. Het waren toestellen die in kleine reeksen gemaakt werden (of gemonteerd werden door amateurs).
Het radiofrekwent component wordt verwijderd door de condensator en het signaal gaat naar naar de eerste transformator die de twee fasen maakt en de amplitude wat verhoogt. De eindversterker is een push pull in zijn meest eenvoudige gedaante. Men gebruikt hier een negatieve voorspanning. De C batterij had meerdere aansluitingen zodat iedere trap van de radio de juiste voorspanning kreeg. Hier moest de voorspanning ongeveer -11.3V bedragen (dus 7 of 8 elementen) om een werking te bekomen die dicht bij de klasse B zat. In de tijdschriften uit die tijd kon men lezen dat de kwaliteit 'aanvaardbaar' was. De algemene kwaliteit van de ontvangers uit die tijd, zelfs als ze uit het net gevoed worden was eerder beperkt (rechtuit ontvangers en rooster of plaatdetectie). De luidsprekers waren van het electrodynamische type, dus met een extra spoel om het magnetisch veld op te wekken want de magneten uit die tijd waren te zwak. Ontvangers op batterijen hadden die extra spoel natuurlijk niet en moesten magneten gebruiken om het veld op te wekken. Het geluid was zwak en van slechte kwaliteit. Tijdens de oorlog luisterde men niet zoveel naar de radio, maar na de oorlog werd de QPP schakeling nooit meer gebruikt. Men had krachtigere magneten zodat men een hogere volume kon produceren met een lager vermogen. Men gebruikte geen push pull eindtrappen meer, maar een single ended schakeling. Indien de radio's van voor de oolog op batterijen werkten, was het omdat er een netspanning voorhanden was. Na de oorlog is het de bedoeling dat de radiotoestellen op batterijen draagbaar worden. |
Publicités - Reklame