Buizenversterkers
Outputtransformator
Piemme

In veel van mijn recente versterkers gebruik ik transformatoren van Piemme (voor de SRPP versterkers gebruik ik 100V sonorisatietransformatoren)
-

-

De outputtransformator dient om het vermogen over te brengen naar de luidsprekers. De transformator moet de relatief hoge inwendige weerstand van de eindbuizen aanpassen aan de lage impedantie van de luidsprekers. En dient eventueel ook om de gebruiker te isoleren van de zeer hoge spanningen die in de versterker aanwezig zijn.

Ik bestel mijn transformatoren direct bij de fabriek Piemme. Dit zijn twee transformatoren voor een vermogen van 25W en een primaire impedantie van 4 + 4kΩ ou 3.3 + 3.3kΩ. Het vermogen is voldoende voor thuisgebruik, de bandbreedte is uitgebreid en de prijs is aanvaardbaar.

Alle transformatoren uit deze reeks hebben identieke aansluitingen: aan primaire zijde de anodeaansluitingen A1 en A2 en de gemeenschappelijke aansluiting Va. Er is een extra aansluiting (niet gemerkt) die op ongeveer 50% van een van de wikkelingen afgetapt wordt. Het zou een aansluiting voor een ultra lineairschakeling kunnen zijn, maar er is slechts één uitgang.

Aan secundaire kant heeft men de verschillende luidsprekerimpedanties, maar dit zijn geen absolute waarden; ze dienen eerder om de impedantie die de outputbuizen zien te bepalen.

Men kan de 4Ω-uitgang gebruiken voor de tegenkoppeling als men een zwakke tegenkoppeling wenst en de uitgang 16Ω als men een sterke tegenkoppeling wenst, en dit onafhankelijk van de aansluitingen die men voor de luidsprekers gebruikt.

De transfo met een impedantie van 8k is eerder bedoelt voor buizen die nu als "laag vermogen" bestempeld worden (maximale anodedissipatie van ongeveer 10W, push pull vermogen van 10W of meer). We hebben het hier over de buizen 6AQ5, 6V6 et EL84. Aangezien de transfo voorzien is voor een vermogen van 25W zal de laagweergave uitstekend zijn (als de schakeling goed ontworpen is natuurlijk).

De transfo van 6.6k is eerder voorzien voor meer krachtige buizen zoals de 6L6, KT66 en eventueel EL34 (anodedissipatie van 20W en push pull vermogen van 20W of meer). In dit geval (en zeker indien men de KT66 of EL34 gebruikt) mogen de buizen slechts op een beperkt vermogen gebruikt worden (lagere hoogspanning). Als men in de buurt van 25W komt gaat de transfo progressief in saturatie met snel stijgende vervormingen.

In de praktijk kan de eerste transfo gebruikt worden voor piek anodestromen tot 65mA en de tweede transfo vanaf anodestromen van 60mA. Tussen 60 en 65mA kunnen beide transfo's gebruikt worden.

Buizen die in classe AB werken hebben een hogere uitgangsimpedantie dan versterkers die in classe A werken. In het laatste geval zijn de eindbuizen altijd in geleiding, wat praktisch overeenkomt met een parallelwerking van de twee eindtrappen. Het is dus moeilijk de impedantie van een eindtrap nauwkeurig te bepalen: de waarden die aangehaald worden zijn enkel geldig voor een welbepaalde instelling van de eindtrappen.

Een luidspreker heeft doorgaans een impedantie in de buurt van 6Ω. Men zal de luidspreker aansluiten op de 4 en op 8 Ω uitgang en nagaan welke aansluiting het hoogste vermogen levert (de vervorming controlleren met een skoop en ingeschakelde luidspreker). Een frekwentie van 55 à 110Hz gebruiken, het is de woofer die het meeste vermogen nodig heeft.

Voor laagvermogen versterkers (uitgerust met bijvoorbeeld een ECLL800, een paar ECL84 of ECL86) kan men ook kiezen voor een PP-EI60025F. Omdat de transfo kleiner is (minder ijzer) wordt de kern gemakkelijker gemagnetiseerd en gaat er minder vermogen verloren.

Publicités - Reklame

-