Buizenversterkers
Outputtransformator
 

De ouptuttransformator is een zeer belangrijk onderdeel van de buizenversterker. Maar je kan reeds goede resultaten bekomen met een gewone vermogenstransformator.
-

-

De outputtransformator dient om het vermogen over te brengen naar de luidsprekers. De transformator dient om de relatief hoge inwendige weerstand van de eindbuizen aan te passen aan de lage impedantie van de luidsprekers. En dient eventueel ook om de gebruiker te isoleren van de zeer hoge spanningen die in de versterker aanwezig zijn.


Eerste skoopbeeld met een beltransformator,
Tweede skoopbeeld met een aangepaste ringkerntransfo

Aangepaste transformator

Indien je over een aangepaste transformator beschikt moet je die gebruiken. Vergeet niet dat je twee uitgangstransfos nodig hebt voor een stereoversterker). Indien de transformatie gemaakt is voor een andere buistype, dan kan je misschien de werkingsparameters van de vermogensbuizen aanpassen. Dit gaat gemakkelijker met een reeks PL504 die zowel met een hoge spanning van meer dan 300V (en een lagere stroom) kan werken, als een lagere spanning en een hogere stroom (en dus een lagere inwendige weerstand).

Bepaalde buizen werken beter in ultralinearschakeling (zoals de EL34), maar dan is er een aangepaste transformator nodig met extra aansluitingen. Een eindtrap met een reeks PL504 heeft geen ultralinearschakeling nodig, maar ik heb geen testen uitgevoerd met alle mogelijke combinaties. Indien je de werkingscurves bekijkt en je merkt de typische tetrodeknik, dan is de unltralinearschakeling meer aangewezen.

De transformatoren voor ultralinearmontage hebben een extra aansluiting op 20% en/of 43% (de anode zijnde 100% en de voeding 0%). De aansluiting op 43% geeft de minste vervorming en de aansluiting op 20% het hoogste vermogen.

Een aansluiting op 100% (eigenlijk een triodemontage) geeft een nog lagere vervorming, maar met een laag vermogen. Wens je een hoger vermogen, dan stijgt de vervorming plots en wordt hoger dan met de andere montages (pentode en ultralinear).

Transformator voor 100V lijn

Deze transformatoren zijn bedoelt voor audiotoepassingen en kunnen dus zeker gebruikt worden. De transfos hebben meestal een secundaire aansluiting op 4/8/16Ω. De primaire impedantie van deze transformatoren is eerder aan de lage kant en ze worden dus best gebruikt bij buizen die stevig kunnen doorblazen. Sluit de luidsprekers aan op de 4Ω uitgang, zelfs al hebben de luidsprekers een impedantie van 8Ω.

De transformatoren die zeer interessant zijn, zijn de transformatoren met twee 100V wikkelingen (dus aangeduid 100V + 100V). Ze kunnen gebruikt worden in de anodekring van een paar PL504 op 250V (instelling met wat hogere stroom en lagere inwendige weerstand) of een paar PL519.

Indien de transformator slechts één 100V wikkeling heeft (dus aansluitingen op 0V, 50V, 70V en 100V), dan kan de transformator gebruikt worden in de cathodekring van de eindtrappen. De 0-50V wikkeling moet dezelfde eigenschappen hebben als de 50-100V wikkeling en de massa wordt met de 50V aansluiting verbonden.

Voedingstransformator

Een alternatieve oplossing is gebruik te maken van een voedingstransfo (het vermogen van de transfo moet ongeveer het dubbele zijn van het vermogen van de luidsprekers). Je hebt een transformator met twee 110V wikkelingen nodig (dus 110V + 110V) en de transformatorverhouding moet 20:1 zijn, dus 110V+110V naar 12V 100VA voor een paar PL504. Al de testen die ik uitgevoerd heb zijn gebeurd met deze combinatie. Het is niet perfekt (de bandbreedte op -6dB loopt van 30 tit 15kHz), maar beter dan ik verwacht hebt. Het is de oplossing om verschillende combinaties uit te proberen.

Gebruik je een voedingstransformator, dan moet je een push-pull montage gebruiken zodat de constante stroom door één wikkeling de constante stroom in de andere wikkeling tegenwerkt, zodat er geen constant magnetisch veld ontstaat die de transfo zou kunnen satureren.

Ringkerntransfo

Indien je de mogelijkheid hebt, gebruik een paar ringkerntransfos: ze hebben een hoger rendement (kortere spoelen en dus minder koperverliezen) en een betere magnetische koppeling tussen primair en secundair (betere dempingsfactor en vermogensoverdracht).

Indien je het beste wenst, bespaar niet op de outputtransformatoren, maar koop ringkerntransformatoren die aangepast zijn aan de gebrukte outputbuizen (of koop aangepaste vermogensbuizen).

Iedere transformator heeft een kenmerkende primaire impedantie (opgelet: die wordt ook door de impedantie van de luidspreker meebepaald). Kijk naar de eigenschappen van de buizen om de uitgangsimpedantie te achterhalen, de impedantie hangt af van de anodestroom en de spanning op g1 en g2.

De eigenschappen van de buis (waaronder zijn impedantie) zijn beschikbaar op de site die de buizen verkopen (nieuw gefabriceerde buizen). Hierboven zie je de eigenschappen van de EL509 die door Svetlana gemaakt worden. De buis kan in pentode-modus werken, in normale triode-modus (anode en g2 samen verbonden), maar ook in een alternatieve triode-modus (g1 en g2 samen).

Spijtig genoeg wordt er niet aangegeven bij welke stroom de impedantie geldt. Dit is totaal verschillend van de documentatie die je kon krijgen van de originele buisfabrikanten (Philips en Mullard). Daar staan alle parameters vermeld, en ook de beste parameters voor een bepaalde combinatie. Je weet dus diret welke instelling de buis moet hebben.

Buizenversterkers, dat is geen rocket science. De buisparameters kunnen verlopen (ouderdom van de buis), maar er kunnen ook sterke verschillen zijn tussen de opeenvolgende productieruns. Maar een buizenversterker kan probleemloos werken met buizen die niet 100% volgens de norm werken, je moet enkel de instellingen controleren voor de versterker in gebruik genomen wordt.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's

-