Buizenversterkers
De eindtrap
Schema's6L6

De 6L6 is een veel voorkomende amerikaanse vermogensbuis die je in bepaalde versterkers zal aantreffen. De lamp is uitstekend bruikbaar in een gitaarversterker vanwege zijn eigenklankkleur. Zonder tegenkoppeling is de vervorming relatief hoog.
-

-

De algemene informatiepagina over de 6L6 staat hier.

Een complete versterker met ECF80 als voorversterker en fase omkeertrap en 6L6 als eindtrappen staat hier. Daarmee combineert men de hoge versterking van een pentode met de lage inwendige weerstand van de triode in één enkele combi buis.

6L6 in Self Inverting Push Pull

Deze schakeling is een SIPP configuratie (self inverting push pull), de 6L6 kan echt voor alles gebruikt worden. Na de tweede wereldoorlog had men een enorme voorraad 6L6 over omdat de buis voor veel toepassingen gebruikt werd. De buis was goedkoper dan speciale audiobuizen zoals de KT66. De SIPP schakeling is vooral een goedkoper alternatief op de echte push pull en daar hoort ook een buis die relatief goedkoop gemaakt werd.

Met de self inverting push pull schakeling kan men een hoger vermogen halen, zonder dat men extra onderdelen nodig heeft (behalve een tweede eindbuis). Het stuursignal voor de tweede eindpentode komt via de gemeenschappelijke, niet-ontkoppelde cathodeweerstand. Er is een andere mogelijkheid om een SIPP te maken op de pagina, zie link boven.

De 6L6 heeft een relatief hoog vermogen in single ended configuratie en dat is nodig omdat een SIPP schakeling niet kan werken in classe AB. Een vervorming die door de eerste (aangestuurde) buis opgewekt wordt, wordt overgedragen naar de andere buis.
Men haalt een dubbel vermogen ten opzichte van een SE-ontwerp. Met dezelfde werkingsparameters (voedingsspanning en vervorming) bekomt men een vermogen van 5W in single ended, 10W in SIPP en 20W met een push pull met omkeertrap.

Ik vraag mij soms af waarom deze buis nog steeds in audio versterkers gebruikt wordt, terwijl de buis nog steeds de kenmerkende tetrodeknik heeft. De kode met één letter geeft aan dat dit een zeer oud ontwerp is en er bestaan buizen die veel betere eigenschappen hebben. Maar de buis is zeer geliefd bij musikanten die gitaarversterkers gebruiken. Modernere uitvoeringen (cylindrische vorm) verschillen echter weinig van de KT77 die een buis is voor audiotoepassingen.

Standaard versterker met ultra lineaire uitgang

De schakeling heeft een floating parafase fasedraaier als ingangstrap, gevolgd door een long tail (mullard) met een laagohmige cathodeweerstand. Er is een tegenkoppeling voorzien van de secundaire wikkeling van de output transformator naar de cathode van de ingangstriode. De schakeling levert een vermogen van 20W met een vervorming van minder dan 1%.

Men kan gerust een moderne versterker bouwen op basis van deze schakeling. Wenst men een wat hoger vermogen, dan kan men de polarisatie van de eindtrappen door een cathodeweerstand vervangen door een vaste negatieve voorspanning (instelbaar per buis) en de anodestroom per buis instellen op 35mA in rust.

De ultra lineaire schakeling heeft weinig pluspunten bij een eindtrap met beam tetrodes. Men kan de extra kost van een UL transfo besparen door de schermroosterspanning vast te zetten op 270V.

Een kenmerk van de ultra lineaire schakeling is dat men de vervormingen van de pentode vermindert door die te combineren met die van een triode. Dit werkt heel goed, maar enkel als de verhoudingen kloppen. De schermroosters van een stralenbundel tetrode hebben een sterke invloed, en gebruikt men toch een UL schakeling, dan moet men het signaal voor de schermroosters op 15% aftappen (geen transfo voor EL34 gebruiken!).

Versterker van Elektuur

De eerste triode van de ECC83 is de voorversterkerbuis en krijgt ook de tegenkoppeling op zijn cathode terwijl de tweede triode een cathodyne fase-omkeertrap is. De tweede buis is een 12BH7, een buis die men kan plaatsen tussen de ECC81 en ECC82 maar een hogere dissipatie heeft. Beide triodes dienen als driver voor de eindtrap. De anodespanning is bijzonder hoog zodat een voldoende sweep mogelijk wordt.

Men zou denken dat we hier te maken hebben met een Williamson, maar de drivertrap is geen long tail maar krijgt een lokale tegenkoppeling op zijn cathode.

Waarom is dat goed? De eindtrappen zijn in triode geschakeld, waardoor een veel sterkere drive spanning nodig is. Dat is ook de reden van de anodespanning van 495V voor de drivertrap. De sweep is zelfs zo hoog geworden dat de drivertrap ook sterk bijdraagt tot de vervormingen. Door een extra lokale tegenkoppeling toe te voegen kan men de vervorming van de stuurtrap en eindtrap beperken zonder dat de stabiliteit van de versterker in het gedrang komt.

Maar de 6L6 is een straalbundel tetrode die niet goed presteert in triode-schakeling (geen enkele beam tetrode is eigenlijk geschikt om in triode mosus gebruikt te worden). Door de plaatsing van de wikkelingen van het schermrooster in het verlengde van die van het stuurrooster is de invloed van het schermrooster zeer sterk. De 6L6 gedraagt zich hier als een zuivere triode (er zijn mensen die de klank van een triode prefereren).

De 6L6 wordt hier niet optimaal gebruikt, met een schermroosterspanning die in rust al veel te hoog is, en die tijdens de muziekpieken een waarde van meer dan 800V kan bereiken. Persoonlijk zou ik de schermroosters aansluiten op een gestabiliseerde spanning van 250V.

Publicités - Reklame

-