| Als audioversterker werd de 807 gebruikt om veel vermogen te leveren, de kwaliteit van het geluid was minder belangrijk (audiomodulator in AM zenders, public address toepassingen, enz). |
-
We hebben eerst een microfoonversterker met een 6J7G, gevolgd door een triode 6J5G. De tweede ingang (hoog niveau) schakelt de microfooningang uit als er een stekker ingeplugd wordt. De eerste buis van het versterkergedeelte is een 6SN7GT, een dubbele triode in octal behuizing. De buis is even bekend als de ECC83 bij ons, maar de buis heeft een lagere versterking en een hogere lineariteit. Je kan deze buis in bepaalde moderne versterkers terugvinden, de buis bestaat in verschillende (verbeterde) uitvoeringen, te zien aan de extra letters. De tweede triode is als cathodevolger geschakeld. De tweede buis is eveneens een 6SN7GT: de eerst triode is als versterker geschakeld en krijgt de tegenkoppeling op zijn cathode. De tweede triode is de fasedraaier, er wordt hier een standaard parafase gebruikt. Deze tweede triode heeft een versterking van -1×, de anodeweerstanden naar het rooster met een verschillende waarde zorgen voor een identiek signaal op de twee uitgangen. De drivertrap is als cathodevolger geschakeld en versterkt de amplitude van het signaal niet. Om een werking in classe AB2 mogelijk te maken moet de bron laagohmig zijn, omdat het rooster van de eindtrap positief kan worden. Enkel een triode in gemeenschappelijke anodeschakeling (= cathodevolger) kan de nodige stroom leveren. Als het stuurrooster positief is werkt het als een diode, waardoor er een sterkere stuursignaal nodig is. Indien de bron te hoogohmig is, dan is het uitangssignaal vervormd en wordt het nominaal vermogen niet gehaald.
Voeding De spanning van 240V dient voor de voorversterker. De stroom is hier constant want de buizen werken in classe A in het midden van hun caracteristiek. Transfo 2 × 260V, 20mA. De spanning van 300V is de schermroosterspanning en ook de spanning van de drivertrappen. De schermroosterspanning van de 807 moet beperkt worden tot 300V anders kunnen de buizen beschadigd worden. De stroom is hier variabel (17 - 43mA) en hangt af van het vermogen dat geleverd moet worden. Transfo 2 × 270V, 90mA De anodespanning voor de eindtrappen bedraagt 500V. Deze spanning wordt ook gebruikt voor de eerste versterkertrap en de parafase fasedraaier. De stroom kan sterk variëren ten gevolge van de werking in classe AB2 (100 - 265mA). Transfo 2 × 600V, 260mA. De spanningsstabilisatie gebeurt door een speciale smoorspoel, een zogenaamde "swinging choke" (let op de noodzakelijke afwezigheid van de eerste filterelko). Er is ook een negatieve spanning van 78V voor de roosterpolarisatie van de eindtrappen. De spanning kan ingesteld worden voor beide buizen terzelfdertijd. De laatste schakeling is enkel het vermogensgedeelte (zoals gebruikt in een andere versterker). De vervorming bedraagt 6.9% (tegenkoppeling op nul) à 3.3% (maximale tegenkoppeling van 8dB). De versterker heeft een stuurspanning nodig van 4V (geen tegenkoppeling) à 10V (maximale tegenkoppeling). De anodedissipatie van de eindtrappen bedraagt 25W per buis in rust, de maximale dissipatie wordt dus al bereikt in rust... Hier is nogmaals het verschil getoond tussen een transistor- en een lampenversterker: bij een transistorversterker mag de maximale dissipatie niet overschreden worden, bij buizenversterker geldt de waarde eerder als 'richtwaarde'.
De schakeling werd door radio-amateurs gebruikt (modulator), waarbij de geluidkwaliteit niet aan hoge eisen moet voldoen (AM modulatie). Het was de gewoonte een transfo te gebruiken als fase-omkeertrap, zo kon men een buis vermijden (die waren toen duurder dan transfo's). Deze extra transfo zorgde echter voor een verhoging van de vervorming.
Omdat er hier geen enkele vorm van tegenkoppeling wordt toegepast moet ver totale vervorming zeer hoog zijn. We hebben de 6L6 die een vermogen van 5.3W moet leveren (vervorming van meer dan 10%) en de eindtrap die in classe B2 gestuurd wordt (weinig lineair, veel overnamevervorming).
Voor een hoger zendvermogen wordt de modulatorbuis gevolgd door een aantal buizen die op zeer hoog vermogen werken (commerciële AM zenders).
De versterker is zo eenvoudig mogelijk gemaakt: dat merkt men aan de polarisatie door de cathodeweerstand, maar ook aan het ontbreken van ontkoppelelko's over de andere cathodeweerstanden.
De voeding van de voortrappen en de schermroosters van de eindtrappen wordt bekomen door een spanningsdeler waarover 90mA gedissipeerd wordt (goed voor 40W warmte ontwikkeling). Het is een typische amerikaanse versterker die zo goedkoop mogelijk gemaakt werd, maar die een hoog vermogen kon leveren ten koste van de geluidskwaliteit.
Zo'n ontwerp moet je niet nabouwen. Het is niet aangeraden om de eindtrappen direct te sturen uit de cathodyne. De weergavecurve is zeer krom en hangt af van de outputtransformator, want die is niet opgenomen in de tegenkoppeling.
|
Publicités - Reklame




