Buizenversterkers
De eindtrap
6V6 6L6

De 6L6 en 6V6 zijn amerikaanse vermogensbuizen die je in bepaalde versterkers zal aantreffen.
-

-

De amerikaanse vermogensbuizen 6V6 en 6L6 zijn beam tetrodes en geen pentodes zoals in Europa (EL84 en EL34). Dit komt door een brevet van Philips, Philips had namelijk de vermogenspentode (met drie roosters) gebreveteerd. De amerikanen moesten noodgedwongen met een ander ontwerp komen, dit werd dan de tetrode met een extra set stuurplaten (beam forming plates).

Een beam tetrode heeft een hoger rendement dan een pentode, er loopt minder stroom door het schermrooster, een waarde van 2.2mA is normaal bij beam tetrodes. Door het redelijk hoog rendement was het mogelijk draagbare radio's te bouwen met gewone buizen, terwijl men in Europa speciale buizen met direct verhitte cathodes ging gebruiken.

6V6

De eigenschappen van de buis zijn de volgende (6V6GT = glass tube):
  • Single ended:
    Maximale spanning: 285V, anodestroom: 35mA, dissipatie op de anode: 12W, roostervoorspanning: -13V, audio vermogen: 5W met een vervorming van 5%.

  • Push pull:
    Maximale spanning: 285V, anodestroom: 35 - 45mA, roostervoorspanning: -19V, audio vermogen 14W met een vervorming van 3.5%.
Men heeft snel opgemerkt dat de buis met een hogere roosterspanning kon werken, als g2 beperkt bleef tot 285V. Men verliest daardoor wel de mogelijkheid om een ultra-lineaire schakeling toe te passen, maar die werd sowiezo zeer weinig gebruikt in Amerika.

Hoewel de buis niet specifiek voor audio-toepassingen ontworpen werd, werd de buis standaard als audio eindtrap in radiotoestellen en televisies gebruikt (single ended). Een europees equivalent is de EL90, een buis die zeer weinig gebruikt werd, men gebruikte hier vaker een EL41 en dan een EL84. Op maximaal vermogen werd de glazen kolf van de buis zeer warm.

In televisietoestellen gebruikte men eerder een 5AQ5, een buis met een gloeistroom van 600mA. In de Verenigde Staten bedraagt de netspanning 115V en men heeft daarom besloten een seriekring van 600mA te maken, terwijl men in Europa een kring van 300mA had (buizen van de "P" reeks). De typering van de amerikaanse buizen maakt het onmogelijk om de algemene eigenschappen van de buis te achterhalen.

De eerste schakeling toont een typische push pull schakeling. De voortrap en omkeertrap zijn een paraphase schakeling. De tweede schakeling wordt verder op de parafase-pagina besproken.

De versterker kan een vermogen van 12 15W leveren naargelang de gebruikte buizen (wat minder vermogen in de eerste schakeling die een ultra-lineaire audiotransformator gebruikt). Dittype buis was wijdverspreid en er waren lokale verschillen. Tegenwoordig kan men zelfs chinese versies van de buis terugvinden.

Men kan de voortrappen vervangen door een ECC83 en de eindtrappen door een paar EL84 zonder dat de schakeling gewijzigd hoeft te worden. De aansluitingen zijn natuurlijk anders. De EL84 werken hier onder hun liemieten en leveren een zeer lage vervorming van minder dan 1% in ultra lineaire schakeling.

6L6

Deze buis werd op hetzelfde ogenblik op de markt gebracht als de 6V6, rond 1935. De 807 heeft nagenoeg dezelfde eigenschappen, maar was voorzien als lijneindtrap in televisies, met een anodeaansluiting boven de buis. De 807 werd eveneens gebruikt inamateur radiozenders (zoals de europese PL504), door de aansluiting op de buis werd terugkoppeling vermeden. Een europees equivalent was de EL37, de voorloper van de welbekende EL34.

De 6V6 was een buis voor algemeen gebruik en niet specifiek voorzien voor hifi weergave. De buis had trouwens een merkbare tetrodeknik, minder dan een oude tetrode, maar meer dan een pentode. De KT66 werd op basis van de 6L6 ontworpen, maar men had als doel de tetrodeknik sterk te verminderen ("KT" staat voor "kinkless tetrode"). Om dat te bereiken moest de anode verder geplaatst worden, waardoor de buizen een dikker uitzicht hebben. Tegenwoordig hebben beide buizen nagenoeg dezelfd eeigenschappen en je zal meer verschillen (op audio weergave) opmerken tussen twee 6L6 buizen van twee verschillende fabrikanten, dan tussen een 6L6 en een KT66. Ik geef de eigenschappen van de buizen niet weer, er zijn teveel verschillen tussen de fabrikanten. Ook het schema speelt natuurlijk een rol.

Vaak zal men tegenwoordig een 6L6GC aantreffen, dit is de aanduiding voor een glazen buis. De schakeling is niet zo verschillend, maar de faseomkeertrap heeft verschillende waarden voor de anodeweerstand om een betere gelijkloop te hebben. Hier is een tweede trap in mullard-configuratie nodig om tot een voldoende amplitude te komen, want men gebruikt hier tegenkoppeling. De schakeling levert een vermogen van 20% met een vervorming van minder dan 1%. Door de spanning te verhogen kan men meer vermogen uit de buis halen, maar dan verliest men de ultra-lineaire schakeling.

We hebben dan een schakeling in SIPP configuratie (self inverting push pull), de 6L6 kan echt voor alles gebruikt worden. Na de tweede wereldoorlog had men een enorme voorraad 6L6 over en de buis werd veelvuldig gebruikt. Met deze schakeling kan men een hoger vermogen halen, zonder dat men extra onderdelen ndog heeft (behalve een tweede eindbuis).

De 6L6 heeft een relatief hoog vermogen in single ended configuratie en dat is nodig omdat een SIPP schakeling niet kan werken in classe AB. Een vervorming die door de eerste (aangestuurde) buis opgewekt wordt, wordt overgedragen naar de andere buis. Men haalt een dubbel vermogen ten opzichte van een SE-ontwerp. Met dezelfde werkingsparameters (voedingsspanning en vervorming) bekomt men ene vermogen van 5W in single ended, 10W in SIPP en 20W met een push pull met omkeertrap.

De buizen KT66, KT88,... werden specifiek ontworpen als audiobuizen.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's

-