| We stellen u voor: een ultra-lineair schakeling zonder aangepaste transformator met een eindtrap die zowel in classe A als in classe B werkt. |
-
|
distributed loading en ultra lineairschakelingen heeft men een aangepaste transformator nodig met extra aftappunten aan primaire kant. Deze twee aftakpunten voor de schermroosters zijn vast en bepalen de eigenschappen van de schakeling. Voor iedere buistype is er een ideale aftappunt.
Triode- en pentode-geschakelde eindtrap, parallel aangeslotenEen manier om een ultra lineaire schakeling te bouwen zonder speciale transfo is gebruikt te maken van twee beam tetrodes of pentodes die parallel geschakeld zijn, de blauwe tetrodes zijn triode-gekoppeld, terwijl de twee andere buizen pentode-geschakeld zijn (rood). Dit is een schakeling die gepropageerd werd door Igor S. Popovich. Om de lezing te vergemakkelijken noem ik "triode" de beam tetrodes die als triode gechakeld zijn, en "pentode" de tetrodes die als pentode geschakeld zijn.De UL schakeling gebruikt een spciale transfo om de voordelen van de triode te combineren met die van de pentode; dit is wat we hier gaan doen, maar zonder dure transfo. Zoals de ultra lineaire schakeling die een beter resultaat levert dan een pentode of triode schakeling, levert deze schakeling ook een beter resultaat, maar dat valt niet op als je oppervlakkig de schakeling bekijkt. Maar het is een schakeling die verschillende concepten combineert:
Polarisatie
Voor de triode-geschakelde eindtrap stellen we de ruststroom in zodat nagenoeg het maximaal toegelaten anodevermogen gedissipeerd wordt (maximum 60mA per triode voor een 6L6 bij een anodespanning van 450V), terwijl de pentode eindtrap een ruststroom heeft van 10mA. Omdat we met een gemeenschappelijke cathodeweerstand werken veranderen de ruststromen van beide tetrodes samen (maar in omgekeerde richting). Op een laag volume zijn het vooral de triodes die vermogen leveren: men heeft dus de goede eigenschappen van de triodes, eigenschappen die nog verbeterd worden door de werking in classe A. Een zuivere werking in classe A met zijn zeer laag rendement is hier mogelijk, omdat deze buizen vooral vermogen leveren op laag en gemiddeld volume. Door het verdringingseffect van de triodes is de versterking van de triodes beperkt (invloed van de variabele anodespanning op de electronenstroom). Bij een hogere uitsturing zijn het de pentodes die de overhand hebben omdat de veranderlijke anodespanning weinig invloed heeft op de electronenstroom. De versterker kan zo een hoog vermogen leveren, en toch klinken als een triode-versterker. Beam tetrodes zijn ideaal omdat de schermroosterspanning een grote invloed heeft op de anodestroom (en dus op het werkpunt van de betreffende buis). Deze schakeling is te gebruiken met stralenbundel tetrodes, en dan denk ik specifiek aan de 6L6 die oorspronkelijk nooit ontworpen werd als audio versterker, maar ook andere buizen zoals de 6V6, EL504, EL508, EL509 zijn goede kandidaten. Het vermogen ligt wat hoger dan een montage met enkel twee tetrodes, maar de vermogenswinst die door de triodes geleverd wordt is beperkt. Het is goed mogelijk andere buizen te gebruiken voor het triode en pentode deel. De triodes die in classe A werken moeten een hogere toelaatbare dissipatie hebben dan de pentodes, bijvoorbeeld: triode = EL504 en pentode = EL508 voor een audio vermogen van 30W met 350V hoogspanning, stroom in een triode van 40mA. De beste schakeling om een dergelijke eindtrap aan te sturen is de Williamsonschakeling met een ECC83 als voortrap en cathodyne en een ECC81 of ECC82 als drivertrap. Dit is minder het geval met de 6V6 die slechts een beperkt vermogen kan leveren. De Williamson schakeling heeft een hoge versterking, een relatief lage en constante uitgangsimpedantie op beide uitgangen en een hoge sweep. Daarmee compenseren we de beperkte versterking van bijvoorbeeld de PL504 beam tetrodes. Een andere schakeling die beter uitgewerkt is staat op de pagina over de werking in classe A + B. En er staat ook een transistorschakeling uitgelegd! |
Publicités - Reklame
