|
-
De audioversterkers die rond zo'n buis gemaakt werden, gebruikten zo weinig mogelijk componenten om de prijs te drukken. De schakeling hier heeft tenminste nog een tegenkoppeling, die niet aanwezig is in de versterkers uit die tijd. De versterker wordt hier met een gestabiliseerde voeding gevoed, in de praktijk gebruikte men vaak een enkelzijdige gelijkrichting en een elko van 32 of 50µF.
Op de foto zie je dat er echt niet veel componenten nodig zijn om een volledige versterker te bouwen. Dit is zelfs meer dan het maximum dat een fabrikant aan componenten wou uitgeven (en hij gebruikte daarvoor geen dure tantalium elko's). De buis heeft dezelfde afmetingen als de PCL84 (die op deze pagina getest wordt met dezelfde versterker), en is zelfs wat kleiner. De PCL84 kon een vermogen van 1.15W leveren. Foto's van de ECL83 kan je hier vinden. De ECL83 is een echte audioversterker, in tegenstelling met bijvoorbeeld de PCF80 en de PCL84. De werkspanning van de ECL83 is 170V (200V maximaal), dat was de gelijkspanning die aanwezig was in een toestel in die tijd (er werden nog gelijkrichterbuizen gebruikt). De buis is voorzien voor een nominale stroom van 30mA, met een voedingsspanning van 170V hebben we een anodedissipatie van 5W, bijna het maximum dat toegelaten is. De PCL83 heeft een triode met een lagere versterking, de volledige versterker zal dus wat sterker aangestuurd moeten worden. De waarde van de cathodeweerstand zal ook verhoogd moeten worden zodat de anodespanning van de triode op ongeveer de helft van de voedingspanning komt te staan. Voor de rest zijn beide buizen identiek (gloeispanning van de PCL83 = 12.6V).
|
Publicités - Reklame

