| Bij de Series Regulated Push Pull versterkers hebben de twee eindbuizen een verschillende cathodepotentiaal. Om problemen te vermijden is het aangeraden een voedingstransfo te gebruiken met twee gescheiden wikkelingen voor de gloeispanning. |
-
Voedingsspanning voor de gloeidraden bij single ended push pullGebruik je een complete SEPP schakeling (dus met een extra triode als fase-omkeertrap) dan zit de cathode van deze buis ook op een verhoogde spanning (richtwaarde 60V). Deze spanning zorgt doorgaans niet voor problemen. Bij een stereo versterker hebben we te maken met twee onafhankelijke wisselspanningen, maar het is een beetje zinloos om twee extra wikkelingen te voorzien voor de eindtrappen. De grootste amplitude zit in de lage tonen en deze verschillen niet veel van elkaar. Een betere oplossing is eindtrappen van de "P" reeks te gebruiken. Deze buizen zijn voorzien voor een gloeispanning die direct betrokken wordt uit de netspanning. De constructie van de gloeidraad is zodanig dat de spanning tussen gloeidraad en cathode 300V mag bedragen (dit is de piekspanning van 220V netspanning). Een kenmerk van de buizen uit de P-reeks is dat ze soms vreemde gloeispanningen nodig hebben (bijvoorbeeld 17V voor de PL508). Bij de buizen uit de P-reeks kies je best sweep tubes, die presteren het best bij SRPP schakelingen. Concentreer je enkel op de voedingspanning voor de gloeidraden. De PCL805 heeft een gloeispanning nodig van 15V op 300mA, dus 600mA voor twee buizen in parallel voor een stereo versterker.
De buizen die gebruikt kunnen worden in een serie regulated push pull versterker zijn bijvoorbeeld de PCL805 (met twee extra triodes). De eerste triode wordt gebruikt als voorversterker (in hetzelfde ballon zit de onderste tetrode). De tweede triode wordt als geboosterde cathodyne gebruikt (samen met de bovenste tetrode). Als je met een versterker wenst te experimenteren, begin dan met een schakeling met deze buizen. Je kan verschillende ontwerpen op deze site terugvinden. Dit is een mogelijke schakeling met PCL805. De EL86 is een buis die specifiek ontworpen is voor dergelijke versterkers en heeft een betere isolatie tussen gloeidraad en cathode. De eigenschappen van de buis zijn vergelijkbaar met die van de tetrode van de PCL805. Het beschikbaar vermogen is niet noemenswaardig hoger dan met de PCL805 die geöptimaliseerd is voor een hogere stroom bij een lagere spanning. Een andere mogelijkheid is de PL84. Deze buis is niet vergelijkbaar met de EL84, het is een buis die ontworpen is om te werken met een lagere voedingsspanning. Op de gloeispanning na is de buis vergelijkbaar met de EL86. De PL508 is een weinig bekende buis die zoals de PCL805 voor de verticale afbuiging in televisies gebruikt werd. Deze buizen zijn van oorsprong voorzien om een hoge stroom te leveren met een lage anodespanning. Deze buizen moeten ook lineair werken. De PL508 kan een wat hoger vermogen leveren dan de PCL805 of PL84, maar in de praktijk zal je daar niet veel van merken, behalve als je de hoogspanning naar de 400V kan brengen. De PL504 is een redelijk bekende buis, je zal die in verschillende projecten tegenkomen omdat de buis met een lage spanning kan werken (24V). Bij zo'n lage spanning levert de buis maximal een honderdtal mW, genoeg voor een kopetelefoon. Deze buis is dus ideaal in een single ended push pull versterker en kan voldoende vermogen leveren, zelfs als de hoogspanning wat aan de lagere kant ligt (280V). De buis heeft een anodeaansluiting boven de buis, wat de buis minder praktisch maakt. Voor de zekerheid moeten de buizen een aparte gloeidraadvoeding hebben (aparte transfowikkeling), zelfs al kunnen deze buizen de piekspanning verdragen. Voor deze enkelvoudige tetrodes en pentodes is een extra dubbele triode nodig om een complete versterker te bouwen (aangeraden: ECC81). Bepaalde amerikaanse buizen, en in het bijzonder sweep tubes kunnen hier ook gebruikt worden: op het einde van het buizentijdperk warden er vaak compactrons in televisies gebruikt, buizen die verschillende functies hadden (bijvoorbeeld triode + tetrode). Daardoor kon het aantal benodigde buizen beperkt worden. Door de grotere buis (vergelijkbaar met de europese magnoval) kunnen deze buizen een wat hoger vermogen leveren. Bepaalde amerikaanse buizen hebben echter een novar buisvoet: voor de compactrons en de novars zijn specifiieke buisvoeten nodig. |
Publicités - Reklame

