Buizenversterkers
De eindtrap
ECL83

De ECL83 is één van de buizen in de reeks ECL... De buis kwam op de markt in 1957, één jaar na de ECL82. Blijkbaar was het vermogen van de ECL82 te hoog...
-

-

Informatie over de ECL83/PCL83:

De ECL83 kan een vermogen van 2.5W leveren met een vervorming van 10% in een single ended versterker. Dit is minder dan het vermogen van de ECL82 (3.4W), die een jaar eerder op de markt gebracht werd. Op de eerste foto wordt de ECL83 vergeleken met een PCL84, een lamp die voor de video versterking gebruikt werd, maar ook in een klein versterker gebruikt kan worden. In een test ECL83 kon een versterker een vermogen van 860mW leveren.

Hoewel de anodeoppervlakte kleiner is kan de lampe een hoger vermogen dissiperen (5.4W in plaats van 4W), maar dit is een veel te hoge waarde voor een kleine lamp. In de hersterkkerdocumentatie kan je lezen dat de lamp regelmatig defekt gaat.

Het is een zeldzame buis die in weinig toestellen gebruikt werd, meestal de onderkant van de markt, daar waar een versterker met ECL82 nog te duur zou zijn geweest. Dergelijke toestellen werden niet bewaard. De buis zal men hoofdzakelijk in Groot Brittanië aantreffen onder de Mullard marknaam, terwijl men in continentaal Europa eerder de ECL82 gebruikte.

De ECL83 werd niet in Europa gebruikt en op ebay kan je enken verkopers uit Groot Brittanie vinden.

De lamp werd ontworpen om te werken met een voedingsspanning van 170V, dit was de normale hoogspanning in televisies uit de jaren 1950 die nog gelijkrichterbuizen gebruikten. De buis heeft een brede cathode om een voldoende stroom te kunnen leveren. De cathode is in ieder geval breder dan die van de ECL84/PCL84 die voorzien is voor een lagere stroom. We zien dat dit een echte pentode is, met drie roosters (de steunen zijn goed zichtbaar).

Op de twee afbeeldingen rechts ziet men links het triodegedeelte met een spanningsversterking van 50× met een anodeweerstand van 100kΩ. De eerste foto werd met een smartphone genomen, die een grotere scherptediepte heeft, maar waarvan de beelden minder scherp zijn. De tweede foto is met een reflex genomen die een zeer beperkte scherptediepte heeft, zelfs met een gesloten diafragma (ƒ/11).

De pentode heeft drie roosters:

  • Het stuurrooster heeft een normale spoed: de roosterpolarisatiespanning moet -13V bedragen (anodespanning van 200V in een single ended versterker). Vergelijk de spoed van het stuurrooster van de pentode met die van de triode.

  • Het schermrooster heeft eel lossere spoed die niet overeenkomt met die van het stuurrooster. Het schermrooster vangt ongeveer 15% van de cathodestroom.

  • Het keerrooster heeft een zeer losse spoed, behalve aan de uiteinden van de lamp. Het rooster is niet goed zichtbaar (we zien slechts twee wikkelingen door de opening), maar de bevestiging van het rooster op de steunen is goed zichtbaar.


De PCL83 versie is wat afwijkend. De lamp werd voorzien om gebruikt te worden in de televisies van toen (gloeidraadcircuit van 300mA). De versterkingsfactor van de triode is lager (µ = 17), wat normaal is voor het gebruik als rasteroscillator. De versterkingsfactor van de ECL83 bedraagt 85, wat compatibel is met de strakke spoed van de triode op de foto's. De andere eigenschappen van de buis zijn identiek.

Brimar was gespecialiseerd in amerikaanse buizen en ik begrijp niet waarom de firma een europese buis heeft gemaakt.

De lamp werd voorzien om gebruikt te worden in de verticale magnetische afbuiging in de televisies. Waarschijnlijk werd de lamp enkel gebruikt in de allereerste televisies met klein beeldscherm (ongeveer 20cm), want de lamp is ondergedimensioneerd. Men is snel overgestapt op een PCL82 en dan een PCL85.

Ik heb de meeste combi-buizen triode-pentode getest in een standaard single ended versterker, en daar merk je dat de vermogens die door de fabrikanten aangehaald worden niet gehaald worden. Maar ik doe mijn metingen met een vervorming van maximaal 1%, terwijl de fabrikanten een vervorming van 10% hanteren. De test van de ECL83 in een SE schakeling staat hier.

Publicités - Reklame

-