| De ECL82 is een oudere type pentode die vaak in goedkopere platenspelers gebruikt werd (in single ended montage). De eindtrap kan ook in een push pull versterker gebruikt worden. |
-
De maximale dissipatie van de pentode bedraagt 7W en dit vermogen is reeds bereikt bij een anodestroom van 28mA. De voorloper, de ECL80 was ook een buis die zowel voor audiotoepassingen en als rastereindtrap gebruikt kon worden. Deze buis was te zwak van zodra men schemdiagonalen van meer dan 30cm ging gebruiken. En de ontwerpers hebben niets van hun fouten geleerd, want de ECL82 werd ook te zwak. De relatief grote triode van de ECL82 wijst in ieder geval op een mogelijk gebruik als blokeeroscillator in een rastereindtrap. Informatiepagina's over de ECL82/PCL82:
De buis is redelijk zeldzaam geworden, ze werd gebruikt in goedkopere platenspelers en deze toestellen werden niet bewaard als de platenspeler versleten was. De pentode heeft een beperkt rendement met een hoge schermroosterstroom die tot 30% van de cathodestroom opneemt. De meeste buizen zijn in feite tetrodes (met richtplaten in plaats van een keerrooster) maar in de praktijk is er geen verschil met een echte pentode omdat de wikkelingen van stuur- en schermrooster niet in elkaars verlengde zitten. De eigenschappen van de buis zijn niet optimaal, de buis heeft een duidelijke tetrodeknik, vandaar de ultralineair. Van zodra de diagonaal van televisies groter werd voldeed de buis niet meer: de buis was eigenlijk te zwak om gebruikt te worden als single ended audio eindtrap in televisies (en ook te zwak als rastereindtrap). Bij een relatief grote beelddiagonaal van 51cm verwachten de mensen een sterke klank.
Een buis die lang gewerkt heeft op hoog vermogen kan een stuurroostercontaminatie hebben (partikels uit de cathode kunnen terechtgekomen zijn op het stuurrooster). Een dergelijke buis kan niet meer gebruikt worden voor audiotoepassingen. De donkere sporen op het glas hebben dezelfde origine als de fluorescentie in de buis, maar dit effekt treed enkel op tijdens de werking van de buis, terwijl de sporen een gevolg zijn van een langdurende werking. Beide effekten hebben dus eenzelfde oorsprong, maar zijn niet noodzakelijk beide aanwezig: dit hangt af van de samenstelling van het glas. De ECL82 werd snel vervangen door een ECL86 PCL86 die geoptimaliseerd was voor audiotoepassingen, waarbij de buis zowel single ended gebruikt kon worden (met outputtransformator) en als onderste buis in een SRPP schakeling. En voor de rastereindtrap gebruikte men een PCL8(0)5 (die eigenlijk ook als audioversterker gebruikt kon worden). Deze twee buizen bleven lange tijd in gebruik omdat men niet over transistoren kon beschikken die voldoende betrouwbaar waren. Tot in de jaren 1970 was het goedkoper een eindtrap met buizen te maken (het hoger verbruik moest de klant er maar bijnemen). Ten gevolge van de seriekring van 300mA was men trouwens verplicht een minimum aan buizen te gebruiken. De ECL84/PCL84 is een buis uit dezelfde periode als de ECL82, maar deze buis werd specifiek ontworpen als video-versterker. Je kan die echter ook gebruiken in een audioversterker. |
Publicités - Reklame

