Buizenversterkers
De eindtrap
ECL82

De ECL82 is een oudere type pentode die in goedkopere platenspelers gebruikt werd (in single ended montage).
-

-

De ECL82 is een buis die in de jaren 1950 ontworpen werd om gebruikt te worden in platenspelers. Het vermogen bedraagt dan 3.5W met een vervorming van 10%. De makers wisten eigenlijk niet goed of ze een buis zouden ontwerpen als rastereindtrap of als audioversterker, en eigelijk is de buis eerder minderwaardig in beide taken.

De voorloper, de ECL80 was ook een buis die zowel voor audiotoepassingen en als rastereindtrap gebruikt kon worden. Deze buis was te zwak van zodra men schemdiagonalen van meer dan 30cm ging gebruiken. En de ontwerpers hebben niets van hun fouten geleerd, want de ECL82 werd ook snel te zwak. De relatief grote triode van de ECL82 wijst in ieder geval op een mogelijk gebruik als blokeeroscillator in een rastereindtrap.

De buis is redelijk zeldzaam geworden, ze werd gebruikt in goedkopere platenspelers en deze toestellen werden niet bewaard als de platenspeler versleten was. De pentode heeft een beperkt rendement met een hoge schermroosterstroom die 30% van de cathodestroom opneemt. De versie van Mullard en Philips is een standard pentode, de versie van Brimar is een beam tetrode met betere eigenschappen (maar heel moeilijk te vinden).

De schakeling is een stereo versterker waarbij men een voorversterkerbuis ECC83 gebruikt (één helft voor ieder kanaal). Door een extra triode te gebruiken is de totale versterking zeer hoog en kan men een voldoende tegenkoppeling toepassen om de eigenschappen van de buis te verbeteren. De triode ECC83 versterkt ongeveer 70× en de triode uit de ECL82 50× (totale versterking: 3500×) terwijl een versterking van 100× voldoende is.

Er is een filter die de hoge tonen onderdrukt (2200pF) om de versterker stabiel te houden ondanks de sterke tegenkoppeling, maar anderzijds wordt het gebrek aan hoge tonen verdoezeld door een filter die de mids en hoge tonen versterkt (koppelcondensator van 2nF). De bedoeling hier is duidelijk een versterker die goed in de oren klinkt, met niet teveel bassen (die teveel vermogen vragen). De gebruikte luidsprekerkasten hadden een breedbandluidspreker die de laagste en de hoogste tonen niet goed kon weergeven: dus waarom deze frekwenties versterken?

We hebben vervolgens een typische parafase schakeling als omkeertrap. De triode van de eindbuis wordt daarvoor gebruikt.

De eindtrap gebruikt een ultralineair uitgangstransformator. Dit is hier gedaan om de vervorming te verminderen, maar ook om de schermroosterstroom te benutten. De eindtrap werkt in low loading met een cathodeweerstand van 680Ω. De cathodestroom bedraagt dan 25mA bij een hoogspanning van 300V.

De eigenschappen van de buis zijn niet optimaal, de buis heeft een duidelijke tetrodeknik, vandaar de ultralineair. Van zodra de diagonaal van televisies groter werd voldeed de buis niet meer: de buis was eigenlijk te zwak om gebruikt te worden als audio eindtrap in televisies (en ook te zwak als rastereindtrap). Bij een relatief grote beelddiagonaal van 51cm verwachten de mensen een sterke klank.

De ECL82 werd snel vervangen door een ECL86 PCL86 die geoptimaliseerd was voor audiotoepassingen, waarbij de buis zowel single ended gebruikt kon worden (met outputtransformator) en als onderste buis in een SRPP schakeling. En voor de rastereindtrap gebruikte men een PCL8(0)5 (die eigenlijk ook als audioversterker gebruikt kon worden). Deze twee buizen bleven lange tijd in gebruik omdat men niet over transistoren kon beschikken die voldoende betrouwbaar waren. Tot in de jaren 1970 was het goedkoper een eindtrap met buizen te maken (het hoger verbruik moest de klant er maar bijnemen). Ten gevolge van de seriekring van 300mA was men trouwens verplicht een minimum aan buizen te gebruiken.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's

-