|
Radiofrekwente voorversterkerbuizen zijn ontworpen om met een relatief hoge stroom te werken zodat de signaal-ruisverhouding gunstiger zou zijn. Deze buizen kunnen (en werden) gebruikt als audio eindtrap in bepaalde radiotoestellen.
- EF80
- In de jaren 1950 wilden de fabrikanten de kosten van een televisie beperken. Het was immers een nieuw medium en er waren nog niet veel televisies. Om de kosten binnen de perken te houden was er één mogelijkheid: het aantal types buizen te beperken en de EF80 paste goed in die strategie. De buis kon in de tuner gebruikt worden (enkel VHF band I), middenfrekwent (tot 40MHz) en zelfs als video eindtrap en als audio eindtrap (in push pull configuratie). Een televisie kon heelwat EF80 buizen bevatten: 4 voor de MF, één buis voor de video eindtrap (soms vervangen door de ECL80 die niet veel beter was), één in het audio MF gedeelte en soms als synchronisatiescheider lijn en raster.
De buis was goedkoop omdat er grote aantallen gemaakt werden en werd ook in radiotoestellen gebruikt. In radio's werd de EF80 nadien vervangen door de EF89, een buis die speciaal voorzien was als middenfrekwent versterker voor AM en FM.
- EF91 en EF96
- Deze buis werd na de tweede wereldoorlog gebruikt, voornamelijk in Groot Brittanië, het is het engels equivalent van de EF80 die men in Europa in nagenoeg alle televisies uit die tijd kon terugvinden. Beide buizen hebben ongeveer dezelfde eigenschappen (de EF91 werkt beter op hoge frekwenties, maar dit is niet relevant voor audiotoepassingen). Beide buizen waren manusjes van alles en werden op meerdere plaatsen in de televisie gebruikt.
Als je genoegen neemt met een laag vermogen, dan is een versterker met EF91 (vergelijkbaar met EF80) of EF96 mogelijk. Er zijn zelfs radio's gemaakt met een single ended eindtrap met een dergelijke middenfrekwent pentode.
- DL94 en DL96
- Hoewel de buizen als eindtrappen gerekend worden ("L"), kunnen ze slechts een zeer beperkt vermogen leveren. Deze buizen werden in draagbare lanpenradio's gebruikt, waar het verbruik zo laag mogelijk moet zijn. De buizen hebben een direct verhitte cathode en de maximale anodespanning bedraagt doorgaans ongeveer 100V. De anodestroom is beperkt tot een tiental mA, niet meer dan radiofrekwente pentodes zoals de EF80.
- PCF80
-
Een multifunctionele buis die oorspronkelijk ontworpen werd als RF buis in televisies (mengtrap en middenfrekwent), maar later ook heel geschikt bleek als voortrap en faseomkeertrap in audioversterkers want de buis is een combinatiebuis triode-pentode. Je kan er zelfs een kleine versterker mee bouwen (single ended voor een vermogen van 500mW). Als eindtrap is de buis beter geschikt dan de EF80, maar het vermogen blijft beperkt
De EF86 is ook een voorversterkerpentode: het is zelfs een buis die specifiek ontworpen is als ruisarme audio voortrap. De buis kan echter niet als kleine eindtrap gebruikt worden omdat de anodestroom en maximale dissipatie zeer beperkt is.
Links: bovenaanzicht van een voorversterkerpentode. Er zijn meer afbeeldingen van gestripte buizen (voorversterker en eindbuizen) op deze indexpagina.
Rechts de voortrap van een televisie met de buizen die hier besproken werden: in die tijd werd enkel de VHF band I en band III gebruikt (band II is de FM band). Het omkaderd gedeelte is de tuner.
De eerste trap is een voorversterkertrap met een dubbele triode PCC84 in cascodeschakeling. Enkel een triode had een voldoende ruisfactor: de cascode heeft de voordelen van de triode en de pentode: de betere ruisafstand van de triode en de hoge versterking en scheiding tussen ingang en uitgang van de pentode. Goedkopere televisies die enkel geschikt waren voor lokale ontvangst hadden deze voortrap niet: er kon slechts één zender ontvangen worden: de BRT in België of de NOS in Nederland.
Dan hebben we de mengtrap en locale oscillator met PCF80, deze buis werd specifiek voor dit doel ontworpen. Na de voorversterker is het antennesignaal op een hoger niveau en speelt de slechtere ruisafstand van de pentode geen rol meer. De triode is de locale oscillator en het mengen gebeurt in de pentode door de instraling.
Dan volgt een aantal middenfrekwent trappen (meestal 4), allemaal met een EF80. Om een voldoende bandbreedte te bekomen werd iedere kring lichtjes verstemd en gedempt (weerstand van 2.2kΩ over de middenfrekwent trap). Daardoor is de versterking er trap relatief laag en zijn er zoveel middenfrekwent trappen nodig.
Er is een dubbele gainregeling (twee gele lijnen): een normale AVR en een vertraagde AVR. De normale AVR werkt op de middenfrekwent trappen en de vertraagde AVR op de voortrap: om een goede signaal/ruis verhouding te bewaren mag de versterking van de eerste trap slechts beperkt worden als er oversturing dreigt. Merk ook dat de vertraagde AVR ook werkt via het keerrooster van de EF80.
De volledige schakeling van deze Philips televisie is hier te vinden.
|