| Dit is mijn standaardschakeling die gebruikt wordt met een ECF80. De triode-pentode kan gebruikt worden als voorversterker (pentode) en cathodyne fasedraaier (triode). Deze schakeling wordt gebruikt om versterkerconfiguraties te testen. |
-
De schakeling rechts is mijn testschakeling die gebruikt wordt om versterkers te testen. De schakeling heeft een anti flashover diode die eigenlijk altijd nodig is als de hoogspanning aangelegd wordt maar de cathodes nog koud zijn. Het stuurrooster van de triode wordt namelijk naar de hoogspanning getrokken via de anodeweerstand van de pentode, terwijl de cathode naar de massa getrokken wordt door zijn cathodeweerstand. Daardoor ontstaat er een spanning van meer dan 300V tussen cathode en stuurrooster, en dit kan de triode beschadigen.
De spanningsversterking met ontkoppelde cathodeweerstand bedraagt ongeveer 650×, dit is te veel voor de meeste toepassingen. Verwijdert men de elko zoals op de figuur, dan heeft men een versterking van 125×. De algemene tegenkoppeling kan op de cathode terechtkomen. Door een gedeeltelijke ontkoppeling toe te passen kan men de versterking aanpassen. De wisselspanningen (in magenta aangegeven) zijn gemeten met de tegenkoppeling niet aangesloten. Het signaal op de uitgang bedraagt 14.1Veff (40Vpp). bij een voedingsspanning van 272V. Het maximum dat gehaald kan worden met een voedingsspanning van 350V is 18.5Veff, men kan niet meer bereiken met een cathodyneschakeling. Door de lage cathode en anodeweerstanden is de uitgangsimpedantie echter zeer laag. De amplitude van 40Vpp is voldoende om de meeste eindtrappen aan te sturen, maar de amplitude is te laag om het maximum vermogen uit een paar EL34, KT77 of EL509 te halen (cathodyneschakelingen zouden niet gebruikt mogen worden om buizen aan te sturen die een hoge spanningszwaai nodig hebben). Om een hoger vermogen te halen moet men overgaan op bijvoorbeeld een Williamson. De kleine condensator van 15pF is nodig om de buis stabiel te houden (deze zeer lage waarde heeft weinig invloed op de bandbreedte, zoals men uit de skoopbeelden zal zien). De condensator is nodig zelfs al wordt er geen tegenkoppeling toegepast.
De verschillende spanningsmetingen en skoopbeelden zijn uitgevoerd met de schakeling zoals getoond, dus zonder aangesloten tegenkoppeling. Het eerste skoopbeeld is met een ingangssignal van 150mV en een uitgangssignaal van 35V (top-top waarden). Deze meting werd uitgevoerd voor de optimalisatie (aanpassing van de verhouding van de schermroosterweerstanden). We zien dat de lineariteit heel goed is (frekwentie: 440Hz). De tweede meting gebeurt met een driehoeksignaal: met een dergelijk signaal kan men moeilijk berekeningen maken (bandbreedte), maar de vervormingen vallen des te meer op. Het signaal is 10kHz en de afgeplatte toppen zijn normaal. Je ziet ook dat er een lichte signaalvertraging is. De derde meting met een bloksignaal gebeurt met een frekwentie van 10kHz. Het verloop is zeer goed (zowel positief als negatief gaande). De hoge tonen worden nauwelijks beperkt en er zijn geen oscillaties. Een beter signaal kan je eigenlijk niet bereiken. Ik heb deze schakeling met PCF80 vergeleken met een cathodyne met transistoren. De schakeling met transistor kan een hogere sweep leveren omdat de saturatiespanning veel lager is bij transistoren. De transistoren kunnen nog perfect werken met een emitter-collectorspanning van 10V, wat niet het geval is met buizen. Aan de andere kant is de transistorschakeling beperkt tot een spanning van 250V.
Met een cathodyne met buizen kan je enkel kleinere eindtrappen direct aansturen (EL84, 6V6, EL508,...). Met een cathodyne met transistoren kan je bijna alle eindbuizen aansturen, behalve bijvoorbeeld de EL509/PL519 die een signaal van 40V nodig hebben om volledig uitgestuurd te worden. De spanningsversterking geeft geen zinnige informatie over de bruikbare versterking, want beide schakelingen zijn zo gebouwd dat de feedback signaal ook aangesloten moet worden. De maximale amplitude vooraleer vervorming optreedt verandert echter niet met de tegenkoppeling. De lampenschakeling geeft een perfect verloop van een blokgolf bij 10kHz. Bij de transistorschakeling is er een lichte overshoot. De meeste vervormingen treden echter op in de eindtrap en de outputtransformator, waarbij de lichte vervorming van de transistor niet meer relevant is in vergelijking met de sterkere vervorming van de eindtrap.
Het feedbacksignaal komt normaal toe op de cathode van de pentode, maar het is ook mogelijk de feedback te laten toekomen op het schermrooster (met omgekeerde polarisaten en grotere amplitude) zoals in mijn herstelde versterker met KT77. |
Publicités - Reklame
De schakeling rechts is mijn testschakeling die gebruikt wordt om versterkers te testen. De schakeling heeft een 




