Buizenversterkers
Drivertraptrap
 

De drivertrap stuurt de eindbuizen en wordt geplaatst na de fase-omkeertrap. Een drivertrap is niet altijd nodig.
-

-

De fase-omkeertrap die nodig is bij push pull versterkers kan in sommige gevallen de eindtrappen niet direct aansturen. Dit is met name het geval als de versterker typische lijneindtrappen gebruikt zoals de PL504 en PL519 (en ook de EL509). Deze buizen hebben niet alléén een hoge swing nodig (spanningszwaai), maar hebben ook een redelijk hoge roostercapaciteit, waardoor ze aangestuurd moeten worden met een schakeling met een laagohmige uitgang.

De Williamsonschakeling (afbeelding rechts) is een fase-omkeertrap gevolgd door een drivertrap (en wordt beschreven op de pagina van de omkeertrappen). Dit is een schakeling die heel geschikt is om zwaardere buizen aan te sturen.

De schakeling recht bevat een versterkertrap (blauw), een cathodyne fase-omkeertrap (groen), gevolgd door een long-tail schakeling (rood). De cathodyne en de long tail vormen samen de Williamsonschakeling, waarbij de long tail de drivertrap vormt.

De cathodyne heeft een bootstrap met impedantiecorrectie, meer informatie op de pagina cathodyneschakeling (onderaan de pagina).

Als drivertrap wordt er gewoonlijk een ECC82 gebruikt (één triode om iedere eindtrap aan te sturen). Deze buis kan een wat hogere stroom leveren dan de ECC83 en is hier beter op zijn plaats. Hoewel de spanningsversterking van de buis lager is dan een ECC83, heeft de buis een hogere steilheid, resp. 1.5 en 2.5mA/V.

Met deze buis kan er ook een lokale tegenkoppeling toegepast worden, waardoor de muziek beter gedefinieerd klinkt (verlaging van de vervorming en verhoging van de demping). Dit gebeurt bij de tweede schakeling: de orange buis is de stuurtrap en krijgt een lokale tegenkoppeling op zijn cathode.

De grootste vervorming ontstaat op de eindtrap: het is dan ook heel nuttig om een lokale tegenkoppeling toe te passen op enkel de eindtrappen (of de eindtrap en de drivertrap).

Bij het bepalen van de totale versterking zorgt de drivertrap ook voor een versterking van het signaal. Doorgaans is de versterking niet zo hoog als bij een voortrap vanwege de lagere anodeweerstand. De versterking wordt nog lager bij het toepassen van de lokale tegenkoppeling.

Dit zijn de voordelen van een extra drivertrap, toe te passen zelfs bij buizen die geen extra drivertrap nodig hebben:

  • Hogere swing dan wat mogelijk is met een enkelvoudige fase-omkeertrap (minstens dubbel zo hoog)
  • Nauwelijks belasting van de fase-omkeertrap, waardoor die ook meer symmetrisch gaat werken.
  • » Lokale tegenkoppeling om de audio-eigenschappen van de schakeling te verbeteren, met name een betere demping (daar heeft een EL34-eindtrap baat bij).
    » Als er geen lokale tegenkoppeling toegepast wordt, gebruikt men vaak een Williamsonschakeling die een zeer symmetrische sturing mogelijk maakt.

Bij een sturing van de eindtrap op het schermrooster is een drivertrap noodzakelijk om het extra vermogen te leveren.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's

-