Bepaalde schakelingen die je in boeken of op het internet kan terugvinden zijn eigenlijk ontworpen voor gitaarversterkers, maar dat wordt niet specifiek gemeld bij de schakeling. Alle schakelingen op deze pagina's zijn voorzien voor hifi-weergave, behalve anders aangeduid. Maar wat maakt dat een versterker een gitaarversterker is, en geen hifi versterker?
De versterker rechts is duidelijk een gitaarversterker, dit merkt je als je aan de fase omkeertrap kijkt.
Maar hoe kan je dat weten?
Een fase-omkeertrap van het type parafase of long tail geeft verschillende uitgangsspanningen (bijvoorbeeld door gelijke anodeweerstanden te gebruiken bij een long tail zoals in het voorbeeld hier). Daardoor ontstaan er vervormingen (vooral even harmonischen) die zeer gewild zijn bij gitaarversterkers.
Maar zo weet je nog altijd niet waarom deze versterker specifiek een gitaarversterker is. Deze versterker heeft verschillende elementen die aantonen dat je te maken hebt met een gitaarversterker. We gaan van de meest belangrijke elementen voor de klank naar de minder belangrijke elementen.
- Fase omkeertrap
- De fase-omkeertrap is een tussenvorm paraphase/long tail, met zowel een sturing van het tweede rooster als een niet-ontkoppelde cathodeweerstand. Deze schakeling wordt vaak floating parafase genoemd en wordt gebruikt voor zowel hifi versterkers als gitaarversterkers. De omkeertrap gebruikt een 6SN7, een dubbele triode met een lage versterking van µ = 20. Bij zo'n lage waarde heb je zeker een verschillend signaal op de twee uitgangen. Bij een hifi versterker zou men een ECC83 gebruiken, die een betere gelijkloop kan garanderen. Hier kan men de mate van de vervorming veranderen door de waarde van de weerstand van 10kΩ te veranderen.
Ontwerpers gebruiken vaak deze manier om vervormingen te doen ontstaan want dergelijke schakelingen produceren een aangename gitaarklank (vooral even harmonischen). Daarbij is de vervorming slechts weinig afhankelijk van de amplitude van het signaal. De schakeling verbetert de klank van de electrische gitaar.
- Voortrap
- Een weggevertje: er staat aangegeven INSTRUMENTS. Een platenspeler of een radio-ontvanger is zeker geen "instrument"... Dit is dus een gitaarversterker.
Ontwerpers kunnen hier ook ingrijpen om de klank aan te passen, bijvoorbeeld door de voortrap verkeerd te polariseren, waardoor de buis in zijn niet-lineaire deel van de caracteristiek werkt. In dit voorbeeld kan men de buis laten werken in classe AB1 in plaats van A1 (met een te negatieve roostervoorspanning) zodat de sinus op de uitgang vervormd is. De polarisatie zal echter nooit zo negatief zijn dat de sinus zo sterk vervormd is als op de grafiek.
Deze ingreep wordt soms toegepast om de klank te vervormen. De klank is hier ook rijk aan harmonischen, maar in vergelijking met een ingreep in de fase-omkeertrap wordt de vervorming sterker bij een verhoogde volume. In sommige schakelingen wordt de voortrap bewust overstuurd (overdrive) om aan een typische metaalachtige klank te komen.
- Eindtrap
- De 6V6 is een relatief zwakke eindbuis voor een gitaarversterker: in een hifi versterker kan de buis een vermogen van 10W leveren. De buis geeft een lage demping, waardoor de eigen klank van de luidspreker ook aanwezig is (resonantiefrekwenties). De buis wordt graag gebruikt omdat die gemakkelijk overstuurd kan worden.
Bepaalde fabrikanten spelen gretig in op deze trend, door bepaalde buizen op de markt te brengen die gemakkelijk overstuurd kunnen worden zoals de EL844 van JJ Electronic. Het is een buis die gebruikt wordt in oefenversterkers, het is eigenlijk een EL84 met een lager vermogen.
De vervormingen die optreden bij een overstuurde eindtrap zijn van een andere aard dan de vervormingen die ontstaan door de fasedraaier of de voortrap: de vervormingen treden minder geleidelijk op en geven een veel hardere klank.
- Tegenkoppeling
- Wat altijd afwezig is bij een gitaarversterker is een tegenkoppeling. Bij een gitaarversterker gaat men juist de aangename vervormingen van een buizenversterker opdrijven. Het is dan niet de bedoeling deze te reduceren met een tegenkoppeling. Als een push pull schakeling geen tegenkoppeling heeft, dan kan je bijna zeker zijn dat het een gitaarversterker is.
Een tegenkoppling kan trouwens enkel gebruikt worden om een goede versterker (met weinig vervorming) nog te verbeteren. Wordt een tegenkoppeling gebruikt in een niet-geschikte versterker, dan wordt de klank onaangenaam: parasitaire oscillaties, onstabiliteit,...
Je zal nu hopelijk ondervonden hebben dat het bouwen van een gitaarversterker een kunst is. Een gitaarversterker is niet een mislukte hifi versterker! In de hoogdagen van de lampenversterker was er trouwens een duidelijk klankverschil tussen de europese (vooral engelse) versterkers en de amerikaanse.
|