Buizenversterkers
Voortrap en fase-omkeertrap
 

De williamsonschakeling bestaat uit een concertinaschakeling gevolgd door een long tail.
-

-


Williamson schakeling

De fasedraaier met concertinaschakeling kan gevolgd worden door een long tail schakeling. De concertineschakeling is een gewone fase-omkeertrap.

De trap die daarop volgt lijkt op een long tail schakeling met de gemeenschappelijke cathodeweerstand, behalve dat die zijn signaal op beide ingangen krijgt, waardoor we in feite te maken hebben met een differentiŽle versterker.

De differentiŽle trap is de drivertrap van de eindbuizen. Een drivertrap moet niet veel versterken, maar moet een voldoende vermogen kunnen leveren om de eindbuizen in classe AB2 aan te sturen. En hier is de ECC82 op zijn plaats: een buis die niet zo'n hoge versterking heeft, maar wel een hoge stroomversterking.

De complete schakeling heeft de voordelen van beide schakelingen maar niet de nadelen:

  • Het verschil in impedantie tussen anode en cathode van de fase-omkeertrap speelt geen rol, want de volgende trappen zijn hoogohmig. De twee triodes die volgen hebben geen hoge stuurstroom nodig.

  • De twee volgende triodes leveren een identiek signaal, omdat ze een identiek signaal ontvangen (maar in tegenfase). Dit was het nadeel van de long tail schakeling.

  • De twee triodes versterken het signaal zoals een normale ontkoppelde triode

  • De gemeenschappelijke cathodeweerstand verminderd de vervormingen, omdat als het signaal op ťťn tak stijgt, het signaal zwakker wordt op de andere tak. Een asymmetrie wordt daardoor onderdrukt.
Deze schakeling werd door de Williamson versterkers overgenomen. Deze versterker gebruikt voor de eerste keer een tegenkoppeling om de vervorming onder de 0.1% te krijgen (eind jaren 1940). Zelfs zonder tegenkoppeling heeft de versterker reeds uitstekende eigenschappen. Eigenlijk kan een tegenkoppeling enkel gebruikt worden om een goede versterker nog te verbeteren, een slechte versterker krijg je nooit goed met een tegenkoppeling, in tegendeel.

Een nadeel van deze schakeling is dat er een extra triode nodig is, maar daartegenover staat dat deze triodes het signaal versterken. Men zou de versterker dus kunnen laten beginnen met de fase-omkeertrap (zonder voortrap) gevolgd door de twee triodes en gevolgd door de eindtrap in push pull configuratie. Maar deze complexere schakeling wordt vooral gebruikt om zware eindbuizen met een hoge amplitude aan te sturen, zodat er toch een voortrap nodig is om een voldoende amplitude te bekomen. Omdat men een hoge verstreking heeft, kan men die wat verminderen door de anodeweerstanden in waarde te verlagen (zie getalwaarden bij de figuur rechts). De bandbreedte zal nog beter worden en de vervorming zal nog lager worden.

De complete versterker zou dus kunnen bestaan uit de volgende buizen: ECC83 (voortrap en fase-omkeertrap), ECC82 (faseversterker) en tweemaal PL519 (eindbuizen).

De versterker gebruikt koppelcondensatoren met een waarde van 0.22µF. Tegenwoordig kiest men de condensatorwaarden zodanig dat de voortrappen geen onnodige frekwenties versterkt, frekwenties die toch niet weergegeven kunnen worden, en die enkel voor oversturing kunnen zorgen. De betere waarden zijn:
Cx: 22nF — C19, C20: 47nF — C21, C22: 100nF
R17, R19: 33kΩ — R22, R23: 33kΩ

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's

-