Buizenversterkers
Van de voortrap tot de eindtrap
Inleiding

We leggen hier in het kort de verschillende buizen uit, met de klemtoon op de praktische toepassingen in audio-versterkers.
-

-

Deel I: de diode en de triode

In bepaalde versterkers worden er nog gelijkrichtdiodes gebruikt. Het gebruik van dergelijke diodes hebben in bepaalde gevallen voordelen, maar de buizen kunnen vervangen worden door solid state diodes (siliciumdiodes) als de schakeling gewijzigd wordt. Is de aanpassing correct gebeurd, dan gaat dit niet ten koste van de geluiskwaliteit.

De triode is de basis-buis van een versterker. We leggen op deze pagina eenvoudig uit hoe je het grafiek van een buis moet interpreteren en gebruiken om je eigen (voor)versterker te bouwen.

Deel II: de tetrode en de pentode

De tetrode vermindert bepaalde nadelen van de triode, maar creŰrt zelf nieuwe problemen. De tetrode in deze basis-uitvoering wordt dan ook niet meer gebruikt.

De pentode wordt als voorversterkerbuis en als eindtrap gebruikt. Het zijn natuurlijk anders geconstrueerde buizen!

  • Als voorversterker diende de buis voornamelijk om het microfoonsignaal te versterken; moderne buizenversterkers hebben geen microfooningang meer, waardoor een pentode niet meer nodig is.
  • Vanwege zijn hoger rendement wordt de pentode vooral als eindtrap gebruikt. Er zijn hier heel veel mogelijkheden: single ended eindtrap, balanseindtrap, classe A of classe AB, triode, pentode en ultra lineaischakeling,...
De beam tetrode is eigenlijk een tussenvorm van de tetrode en de pentode, waarbij de electronenstroom zelf zorgt voor een virtuele keerrooster. Deze buizen worden dan ook enkel in vermogenstoepssingen gebruikt, daar waar de electronenstroom voldoende sterk is om een ruimtelading op te bouwen.

Buizen met nog meer roosters

Er zijn buizen gebouwd met meer roosters. Deze buizen worden als vermenigvuldigers (mixers) gebruikt in modulatoren en frekwentieomzetters.

De meest gekende toepassing is de ECH81 (triode-heptode) waarbij het antennesignaal aan het eerste rooster aangelegd wordt en de oscillatorsignaal aan het derde rooster. Rooster 2 en 4 zijn schermroosters om onderlinge be´nvloeding tegen te gaan en rooster 5 is het normale keerrooster. Op de anode bekomt met het produkt van rooster1 × rooster3. De locale oscillator is de triode, waarbij de rooster van de triode verbonden is met rooster 3 van de heptode.

De oorspronkelijke heptode bestond uit een oscillator (rooster 1 en rooster 2 dat als anode fungeerde) en een antenneingang (rooster 4). De roosters 3 en 5 waren schermroosters. Dit was een zelfoscillerende mengtrap. De afbeelding rechts is eigenlijk een octode (met keerrooster), in Amerika gebruikte men heptodes.

De nonode heeft nog een rooster meer en werd gebruikt als FM discriminator in televisietoestellen, in continentaal Europa gebruikte men de EQ80, in Engeland eerder de EH90 (heptode)

Dergelijke buizen worden normaal niet in laagfrekwente audiotoepassingen gebruikt.

Links:

Het vervolg: de voortrap en fase-omkeertrap (praktische schakelingen)

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's

-