Buizenversterkers
De eindtrap
PL504

De relatief lage uitgangsweerstand van de lijnbuizen maakt ze ideaal om 100V lijntransfos aan te sturen.
-

-

De eigenschappen van de 100V lijnversterkers worden hier uitgelegd.

Versterker met 100V lijntransfo

Een versterker die ontworpen is om met PL504 buizen te werken is de Voima R200W. Het is een opmerkelijke schakeling voor verschillende redenen: er worden PL504 buizen gebruikt in een speciale configuratie (cathodevolger) en er wordt een extra schakeling voorzien voor de instelling van de polarisatie van de eindtrappen.

De outputtransformator wordt op de cathode van de eindbuis aangesloten (de impedantie van de PL504 bedraagt dan 200Ω). Men gebruikt een speciale transformator voor 100V lijnen (beide eindbuizen hebben hun cathode verbonden met een uitgang van de 100V transfo). Deze ongewone combinatie (100V lijntransfo en PL504) is wel ideaal omdat de impedantie van de PL504 in cathodevolger overeenkomt met die van de 100V transfo (geschikt voor 200W).

Dergelijke transformatoren worden in public address versterkers gebruikt (geluid in zalen, sportstadia,...). Het is dus geen probleem om dergelijke transformatoren te vinden. Deze transformatoren mogen echter niet in de anodekring gebruikt worden, want de impedantie van de buis is dan hoger. De meeste transformatoren hebben ook een 4/8Ω spoel waarop gewone luidsprekers aangesloten kunnen worden.

De schakeling die hier getoond wordt heeft een dynamische instelling van de roosterspanning. De versterker is geschikt voor een vermogen van 200W, maar de buizen hebben een maximale dissipatie van 16W per buis (22W gedurende een 10-tal seconden). Als de amplitude van het signaal sterker wordt, dan wordt de negatieve polarisatie sterker, waardoor de versterker naar klasse B verschuift. Ik denk echter niet dat de schakeling effektief 200W kan leveren (zelfs als "muziekvermogen").

Ik beschik over de originele schakeling, maar ik heb die wat aangepast aan de huidige normen. Toen was de maximale capaciteit van een hoogspanningselko beperkt tot 100µF, waardoor een spoel nodig was om de brom te beperken. Zo'n versterker trekt immers bijna 1A bij maximaal vermogen.

De eerste trap bestaat uit een halve ECC81 (die vervangen kan worden door een ECC83, opgelet, de aansluitingen zijn niet identiek). De volgende trap is een gewone omkeertrap (cathodyne). Dan hebben we een symmetrische versterkertrap met gemeenschappelijke cathode waardoor een mogelijke asymmetrie volkomen onderdrukt wordt. Deze versterkertrap lijkt immers sterk op een long tail faseomkeertrap. De ECC81 kan door een ECC83 vervangen worden, ik heb de anodeweerstand reeds aangepast naar 100kΩ.

De volgende buis is een ECC82 die gebruikt wordt als drivertrap voor de eindtrap. We hebben hier ook een cathodevolger zodat de eindtrap aangestuurd kan worden door een laagohmige bron. Dit is nodig omdat de eindtrap in classe AB2 werkt, waardoor er vervormingen kunnen ontstaan als de stuurtrap de eindbuis onvoldoende kan uitsturen.

De cathode van de ECC82 is via een belastingsweerstand verbonden met de cathode van de PL504 waardoor de impedantie van de lijn hoger wordt. De condensatoren van 16µF zijn gemonteerd in "bootstrap" schakeling.

Indien je een vermogen van 200W wenst te halen, dan gebruik je beter PL509 of PL516 buizen die een hogere anodedissipatie hebben en tesamen een stroom van 1A kunnen leveren. De gloeispanning is 40V (in plaats van 27V). Het vermogen van 200W is wat overdreven voor een push pull met een paar PL504, maar je kan er twee in parallel gebruiken (dus 4 per kanaal).

Er dient gemeld te worden dat de eigenschappen van de PL509/PL519 minder lineair zijn ten overstaan van de PL504 die een zeer aangenaam geluid geeft met een minimale terugkoppeling.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's