Buizenversterkers
De eindtrap
EL34

Dit is de tweede pagina uit de eindtrappen-reeks. De EL34 is één van de buis die het meest gebruikt wordt voor audioversterkers.
-

-

Als men wat meer vermogen wenst, is de stap naar de EL34 snel gezet, in single ended eindtrap is dat 10W en in push pull kan het vermogen sterk oplopen, naargelang het maximaal niveau van vervorming dat je aanvaardbaar vindt.

Rechts de originele schakeling (1955) van een versterker met twee EL34 eindtrappen. De gelijkrichterbuis is een GZ84, de voorversterker een EF86, de "long tail" omkeertrap gebruikt ECC83 en de eindtrappen een paar EF34. Dezelfde opmerking als bij de EL84 is hier van toepassing wat betreft de cathodeweerstanden van de eindtrap. Het vermogen van de versterker bedraagt 20W met een vervorming lager dan 0.1% (lager dan 1% zonder terugkoppeling).

De EL34 wordt tegenwoordig nog steeds gefabriceerd door verschillende fabrikanten, maar de specificaties zijn niet noodzakelijk dezelfde als de oorspronkelijke buis. Het is daarom nodig 4 gepaarde buizen te kopen (bij dezelfde leverancier, natuurlijk!) anders mag je zeker zijn dat je enorm veel vervorming zal hebben.

Voor een goede werking moeten de schermroosters op dezelfde hoogte als de stuurroosters geplaatst worden (de schermroosters zitten in de electronenschaduw van de stuurroosters, zie eerste afbeelding). Het probleem is dat je dat niet kan achterhalen.

Zoals de EL84 heeft de EL34 nog gedeeltelijk de eigenschappen van een tetrode, namelijk de knik in de curve, waardoor de vervorming hoger is in penthodeschakeling dan in triodeschakeling, vooral als de buis sterk uitgestuurd wordt. Een EL34 penthode-configuratie moet een sterke tegenkoppeling hebben.

De EL34 kan ook in triodeschakeling werken, maar dan is het vermogen beperkt tot minder dan 10W.

De tetrode-knik ontstaat als de anodespanning lager komt dan de schermroosterspanning. De schermroosterspanning wordt meestal vast gehouden door een condensator. Als de anodespanning laag is ten opzichte van de schermroosterspanning, dan loopt er meer stroom naar het rooster dan naar de anode. De keerrooster kan het effekt niet 100% onderdrukken. Het effekt is vooral merkbaar bij een minder nauwkeurige buisconstructie.

Versterkers met EL34 buizen worden ofwel als hifi versterker gebruikt met een vermogen van 20W (en een classe-A instelling) of als PA versterker (met een classe AB en zelfs B-instelling). De vervorming is moeilijk beneden een bepaalde waarde te krijgen als de buis maximaal uitgestuurd wordt. Door de hoogspanning te verhogen kan men de impedantie van de balanstransformator verhogen, waardoor de vervorming daalt. Deze buizen zijn ideaal in gitaarversterkers.

Een andere mogelijkheid is de ultra-linear configuratie, waarbij de schermrooster op een aparte wikkeling van de balanstransformator geschakeld wordt. Men bereikt de beste audio-eigenschappen met een aftapping op 43% zoals bij de EL84. Daarbij wordt de buis "getemd", de vervorming daalt, maar ook het maximaal vermogen wordt wat lager.

De tweede schakeling rechts is typisch voor een buisversterker in classe AB (waarbij de negatieve roosterspanning vast ingesteld wordt). Een identieke stroom wordt ingesteld voor beide eindbuizen door de spanning over de twee weerstanden van 1Ω te meten en de trimmer in te stellen voor een cathodestroom van 35mA (35mV). Dit wordt bereikt bij een roosterspanning van ongeveer -30V (de cathodestroom is belangrijk, niet de roosterspanning!). De versterker levert dan 40W per kanaal (of 20W RMS per kanaal bij een lage vervorming).

De schakeling (overgenomen uit een vakblad en verbeterd) heeft nog één ontwerpfout: de voedingsdioden (vooral die van de hoogspanning) schakelen abrupt en veoorzaken een zeer typische ratel, veel storender dan een 100Hz brom. Door het abrupt schakelen ontstaat er een oscillatie in de voedingstransfo. De oscillatie heeft veel harmonischen (tot in de radioband) en komt terecht op de hoogohmige roosters van de buizen. De ratel kan onderdrukt worden door twee condensatoren van 10nF te plaatsen van de massa naar het secundair van de voedingstransfo (hoogspanning). De stroom die nodig is voor de negatieve polarisatie is bijna nul en veroorzaakt geen ratel maar een condensator kan geen kwaad.

Het is vreemd dat de ontwerpers extra condensatoren van 100nF voorzien in de gelijkgerichte voeding (daar waar hun effekt verwaarloosbaar is), maar geen condensatoren plaatsen op het secundair van de voeding. Waar de kleine condensatoren geplaatst moeten worden staat aangeduid met de rode stippen (aansluiten naar massa).

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's