Buizenversterkers
De eindtrap
EL84

Met een eindtrap uitgerust met 2 EL84 (per kanaal) kan men een vermogen halen van meer dan 10W.
-

-

De EL84 is niet dezelfde buis als de PL84 (de PL84 is meer vergelijkbaar met de EL86). De verschillen zijn niet beperkt tot de gloeispanning/gloeistroom, maar de PL84 is eigenlijk ontworpen voor een lagere anodespanning (SRPP schakeling, zie een volgende pagina), maar als men niet het uiterste uit de buizen wilt halen kan men het ene type of het andere gebruiken (naargelang de gloeispanning, 6.3V voor een EL, 15V voor een PL). De UL84 (gebruikt in radio's zonder voedingstransfo en waarbij alle buizen in serie geplaatst worden) is dan weer wèl vergelijkbaar met de EL84, maar je zal die buis minder aantreffen.

Bij een PL buis is de gloeistroom gestandardiseerd op 300mA, bij een UL buis is dat 100mA (waarbij de benodigde spanning afhangt van het nodige gloeivermogen: 15V voor de PL84, 45V voor de UL84). Bij een EL buis is de spanning gestandardiseerd op 6.3V en de stroom hangt af van het nodige gloeivermogen. Sommige buizen uit de E reeks (zoals de ECL80, de EF80,...) hebben een gloeispanning van 6.3V en een gloeistroom van 300mA. Deze buizen kunnen zowel in serieschakelingen als in parallelschakelingen gebruikt worden.

De drie types buizen kunnen ongeveer eenzelfde vermogen leveren (de maximale anodedissipatie is identiek), maar de EL84/UL84 werkt op 300V (maximaal 70mA), terwijl de PL84 of EL86 is voorzien voor 220V (100mA).

Dit zijn buizen die ook als single ended eindtrap gebruikt worden, waar ze een vermogen van maximaal 4W kunnen leveren. Nagenoeg alle radio's uit de jaren 1950 werden uitgerust met een eindtrap met een EL84 of UL84. In push-pull configuratie stijgt het vermogen, maar vanwege het laag vermogen in classe A worden deze buizen eerder in classe AB gebruikt.

De schakeling rechts is het schoolvoorbeeld van een versterker, met een EF86 als voortrap, een ECC83 als fase-omkeertrap (waarbij echter geen rekening gehouden wordt met het feit dat beide uitgangen niet dezelfde wisselspanning voeren). De schakeling kan verbeterd worden door in serie met R10 (100kΩ) een instelbare weerstand van 10kΩ te plaatsen en die af te regelen zodat er op de stuurroosters van beide eindbuizen eenzelfde spanning aanwezig is.

De waarden van de tegenkoppeling moeten aangepast worden aan de uitgangsimpedantie, de gebruikte transfo, enz. De terugkoppelweerstand past men aan aan het signaal van de bron om de versterking in te stellen zodat de versterker zijn maximaal vermogen haalt bij de maximale ingangsspanning. De waarde van de condensator wordt bepaald met een frekwentiegenerator. Bij 20kHz moet de amplitude gemeten op de uitgang van een sinussignaal juist beginnen te verminderen.

Door de cathodepolarisatie werken de eindtrappen nagenoeg in classe A bij lage vermogens, om naar classe AB over te gaan bij sterkere vermogens (automatische verschuiving van het werkpunt). Men kan zowel één weerstand en één condensator gebruiken per buis, of één weerstand en één condensator voor beide buizen (de puristen raken maar niet akkoord welke schakeling beter is). De dubbele weerstand is beter voor de statische werking (betere stabilisatie van het werkpunt van de buizen), terwijl de enkele weerstand voor beide buizen beter is voor het dynamisch gedrag (lagere vervorming). We gebruiken hier het feit dat als de stroom in de ene buis stijgt, de stroom in de andere buis evenredig daalt. Bij versterkers die in zuivere classe A werken kan men één cathodeweerstand zonder elko gebruiken voor beide buizen.

Ik heb de eerste schakeling rechts aangepast om het beste van beide werelden te bekomen; de schakeling heeft aparte cathodeweerstanden, maar voor wisselspanning zijn beide cathodes doorverbonden, dit komt het dynamisch gedrag ten goede. De waarde van 4.7kΩ is niet kritisch, de weerstand dient enkel om de elko's correct te polariseren. De elko's moeten echter een hogere waarde hebben aangezien ze nu in serie staan voor de wisselspanning (250µF of meer gebruiken).

Bij ultralineair montage (vroeger "distributed loading" genaamd) heb je een aangepaste uitgangstransformator nodig, waarbij de aftappunt voor het keerrooster gelegen is op 43% (laagste vervorming met een vermogen van 11W) of op 20% (maximaal vermogen van 15W), gemeten met een voedingsspanning van 300V.

Voor huiskamergebruik is een stereo-versterker met 4 EL84 voldoende.

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's