Radio
Ontstaan van de radio 4: voorbeelden III
Historiek
Servers » TechTalk » Historisch perspectief » Audio » Radio » Voorbeelden III

De radio

Hier bespreken we enkele hybride toestellen (buizen en transistoren). De batterijgevoede (draagbare) radios met buizen worden hier besproken.
-

-

In alle schakelingen worden volgende kleuren gebruikt:

  • groen: HF (hoogfrekwent antennesignaal)
  • blauw: middenfrekwent signaal
  • rood: oscillator gedeelte
  • geel: automatische gain regeling
  • paars: audio gedeelte

Draagbare radio met buizen en transistoren
Er werden speciale batterijen gebouwd voor de hoogspanning: batterijen van 67.5V (45 cellen van 1.5V), 75V (50 cellen) en 90V (60 cellen). Het verbruik van de radios was bijzonder laag en de batterijen gingen lang mee.

De hoogspanningsbatterij werd vroeger "B" batterij genoemd: de "A" batterij was de batterij voor de gloeispanning. Bij de eerste radiotoestellen (voor de tweede wereldoorlog) gebruikte men soms een "C" batterij met verschillende aftappingen op 1.5V, 3V enz. Het vermogen dat deze batterij moest leveren was nijna nihil. Deze batterij werd gebruikt voor de polarisatie van de buizen, maar men zal snel verschillende methodes ontwikkelen om de buizen automatisch te polariseren.

De luchtzuurstofcel was eigenlijk een batterij waarbij lucht als depolarisator gebruikt werd in plaats van mangaandioxide. Deze batterijen werden gebruikt in toepassingen die een lage stroom nodig hadden gedurende een langen tijd, voornamelijk lichtsignalisatie.

Hybride ontvangers (transistoren en buizen)

De kwaliteit van de eerste transistoren was zo slecht dat men (in Europa tenminste) nog lang gewerkt heeft met radiotoestellen met buizen. De schakelingen met buizen werken goed, er is voldoende voorraad en de eigenschappen van de buizen zijn nauwkeurig gedefinieerd.

De transistoren werden enkel gebruikt in het laagfrekwent gedeelte, daar waar het rendement van de transistor belangrijk is (meer vermogen en lager verbruik). Alhoewel... de eerste radios met transistoren in de uitgang hadden een vermogen die beduidend lager lag dan het vermogen van een radio met buisuitgang.

De fabrikanten vertrouwden de eerste transistoren niet en er werden veel hybride toestellen gemaakt. De eerste transistoren hadden slechte hoogfrekwent eigenschappen.

We hebben een OC71 als voorversterker en twee OC72 als audio eindtrap. Er worden twee transfo's gebruikt, maar de volgende ontwerpen hadden slechts één transfo, met als gevolg een wat hoger rendement.

Het radio-gedeelte gebruikt een DK96 in standaard-configuratie, gevolgd door twee DF96 als middenfrekwent (de gevoeligheid van deze radio was uitstekend). De tweede MF trap is in reflex-configuratie, waarbij de buis zowel het MF signaal (blauw) versterkt als het gedetecteerd audiosignaal (paars).

De buizen uit de Dx96-reeks zijn voorzien voor serie of parallelbedrijf. Aangezien het transistorgedeelte niet genoeg had met een spanning van 1.5V, werden er 4 cellen gebruikt voor een laagspanning van 6V, en de buizen worden in serie gevoed. Er zit een weerstand van 68Ω in de keten om de spanning te beperken tot 4.5V. Het speciaal gloeicircuit is in het orange aangeduid.

De hoogspanning is beperkt tot 45V, dit verklaart de noodzaak van twee middenfrekwent buizen (de normale hoogspanning was 65 tot 90V).


Draagbare radio met buizen en transistoren en spanningsomvormer
Ondanks de naam "Transistor Boy" bevat de radio meer buizen dan transistoren. De radio gebruikt dezelfde buisconfiguratie maar heeft slechts één middenfrekwent trap. Ook heeft deze radio geen hoogspanningsbatterij, maar wordt de nodige hoogspanning gemaakt door een electronische omvormer die een transistor OC76. De wat hogere en meer stabile hoogspanning kan de ontbrekende nauwelijks middenfrekwent trap compenseren.

Het verbruik van de omvormer (45mA) moet opgeteld worden bij het verbruik van de lampen (gloeistroom: 25mA) en de eindtrappen (5mA in rust ongeveer). Omdat de gloeidraden van de direct verhitte buizen in serie staan heeft men het probleem van de verschillende kathodespanning, die opgelost wordt door de roosterspanning te betrekken bij de direct verhitte cathode zelf.

De audio stuurtrap wordt gevormd door een triode, de DC96 (eigenlijk een radiofrekwente buis), de reden kan te vinden zijn in de zeer hoge uitgangsweerstand van de eerste audiobuis DAF96. De configuratie is normaal, zonder reflex schakeling.

De voeding gebeurt door een oplaadbare batterij DEAC 5/900 (5 cellen, 900mAh) die geladen wordt met een ingebouwde voeding. Er is geen hoogspanningsbatterij nodig en de oplaadbare batterij kan de radio van stroom voorzien gedurende ongeveer 10 uur.


Voorbeeld van een autoradio met buizen en transistoren

Tot aan de tweede wereldoorlog gebruikten de autoradios een spanning van 6.3V voor de gloeidraad en een triller om de hoogspanning te maken. In de jaren 1950 werden er specifieke buizen gemaakt die gevoed konden worden op batterijspanning, zowel 6.3 als 12.6V. De maximale spanning van deze buizen is beperkt tot ongeveer 40V, je kan ze dus niet gebruiken in gewone netgevoede radiotoestllen.

Deze autoradios hadden normaal geen FM band (en ook geen RDS, trouwens!). Om de FM band te ontvangen was er een extra buis nodig, een ECC86, vergelijkbaar met de ECC85, maar werkend op een lagere spanning. De ECC86 had electrodes die zeer dicht bij elkaar geplaatst waren en ten gevolge van fabricagetoleranties moest de FM trap opnieuw afgeregeld worden na het vervangen van de buis.

De radio gebruikt een EF97 voor de hoogfrekwente versterking. Dit is een algemene buis die ook voor de middenfrekwent trappen gebruikt wordt. Een sterke filtering is nodig om de storingen te onderdrukken en de autoradio heeft dan ook drie afgstemde kringen (2 hoogfrekwent en 1 osc).

De mengtrap is een ECH83, die overeenkomt met de bekende ECH81. De laatste middenfrekwent trap bestaat uit een EBF83 met een dubbeldiode voor de detectie en de automatische volumeregeling.

De eerste audiotrap gebruikt een EF98 die een OC30 stuurt. De eindtrap gebruikt twee OC30 in push pull schakeling. Dit is wel nodig om een voldoende vermogen te bekomen in de wagen. Deze transistor heeft een TO3 behuizing, dezelfde behuizing die later door nagenoeg alle vermogenstransitoren gebruikt zal worden. De transitofrekwentie van de transistor is 9kHz (!), juist voldoende voor een AM-radio, waarvan de audio-bandbreedte niet boven de 4.5kHz gaat.

De autoradio heeft verschillende bruggen die gelegd moeten worden naargelang de radio op 6.3 of 12.6V met positieve of negatieve massa moet werken.

De buizen die bij deze radio gebruikt worden zijn zeer specifiek en kunnen niet op een hogere spanning gebruikt worden (overslag).

Er zijn geen buizen ontworpen die op lage batterijspanning konden werken zowel voor de gloeispanning als de anodespanning. Er is 1.5V nodig voor de gloeispanning (de cathode moet altijd direct verhit zijn om een betere emissie te hebben) en men heeft een hogere spanning nodig voor de anode. Men kon dan evengoed een hoogspanning van 45, 65 of 90V gebruiken, waarbij het rendement hoger was en men dus één buis kon uitsparen.

Maar uiteindelijk wordt er toch overgegaan op transistorradio's (radio's met enkel transistoren). Op de algemene informatiepagina radios zijn er verschillende links naar pagina's waar extra informatie gegeven wordt (reflexontvangers, stereo, SCA,...)

Links to relevant pages - Liens vers d'autres pages au contenu similaire - Links naar gelijkaardige pagina's