Televisie
Servers » TechTalk » Historisch perspectief » Open bedrijvendag
Bij een open bedrijvendag wordt het publiek tot de onderneming toegelaten. De bezoekers kunnen het productieproces meemaken. Het is een zeer succesvolle formule.
-

-

1

2

3

4

5

6


1
Een LCD scherm van Philips met ambilight. Dit is een led verlichting die naar achteren straalt en de kleur aanneemt van wat er op het scherm te zien is om de indruk te wekken dat het scherm groter is. Een Tektronic 310A skoop (die na 50 jaren nog perfect werkt), een DVD player/recorder en een televisie uit de jaren 1970. Dit was een van de eerste televisies die volledig getransistoriseerd waren.

De DVD recorder is er gekomen na de videorecorder, maar heeft enkel een paar jaren bestaan, ondanks zijn betere beeldkwaliteit. Mijn ouders en ik hadden allebei een videorecorder (eerst Betamax en dan VHS), terwijl de DVD recorder eigenlijk nooit populair is geworden vanwege de komst van de digitale programma's die niet opgenomen konden worden. Men moest een Telenet digicorder gebruiken die veel duurder was dan de standaard decoder. Daarbij had je nog het probleem dat de digicorder vaak defekt ging en je alle opgenomen programma's kwijt was (de programma's werden op harde schijf opgenomen).


De bedoeling van de open bedrijvendag is om de onderneming in de kijker te plaatsen: de produkten die vervaardigd worden worden getoond, het productieproces kan gevolgd worden. Vaak wordt de open bedrijvendag ook gebruikt om personeel te zoeken (zeker in West Vlaanderen). OBD is niet goedkoop voor de deelnemende ondernemingen: ze moeten een forse premie betalen aan JDE/OBD (Journée Découverte Entreprises / Open Bedrijvendag) en mogen het logo gebruiken. Ze krijgen dan promotiemateriaal, zoals affiches die alle deelnemende bedrijven in de streek vermelden. Ondanks de hoge kost zijn er veel bedrijven die aan OBD deelnemen, het is een vorm van public relation.

De kostprijs ligt zo hoog dat enkel de grootste bedrijven uit de regio kunnen deelnemen. Maar in 2012 heeft Verfaille Bauwens ook besloten om deel te nemen, en dit naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van de onderneming.


2
De achterkant van een platte televisie: in de jaren 2010 waren er verschillende modules: een schakelende voeding, een bronselectie, een decoder, een schermsturing, een voeding voor de backlight en voor de ambilight. Herstellen op componentniveau is doorgaans niet meer mogelijk (specifieke onderdelen zijn niet leverbaar), de herstelling moet op moduleniveau gebeuren. Door de hoge kostprijs en de snelle evolutie van de technieken is herstellen meestal niet aangeraden.

Verfaille Bauwens is een grote electro-winkel (de grootste uit de regio). Het is ook één van de weinige winkels die nog een eigen hersteldienst heeft (andere winkels maken een beroep op de importeur voor de dienst na-verkoop). En vaak wilt de importeur een nieuw toestel verkopen in plaats van de oude machine te herstellen. Daarom worden er voorrijkosten aangerekend: je moet betalen vooraleer de hersteller langskomt. Tegenwoordig zijn er weinig mensen die nog wasmachines of televisies kunnen herstellen: het is een zeer technisch vak (gespecialiseerd personeel nodig) en de winstmarges zijn laag, waardoor de lonen ook laag zijn. Deze techniekers kiezen snel om in een ander bedrijfstak te gaan werken.

In de winkel en de magazijn werd er besloten om een historisch overzicht te geven van alle producten die verkocht werden toen de winkel opgericht werd. In de jaren 1960 was men echt aan het begin van de electro winkels, dat was voor de tijd van de krote ketens zoals MediaMarkt. Ieder dorp had zijn bakker, maar ook een electricien die ook een klein electro winkel had. Het waren de Golden Sixties en de mensen begonnen electrotoestellen te kopen: een haardroger, een strijkijzer, een broodrooster, een radio, een televisie,... De eerste wasdmachines kwamen op de markt.


3
Verschillende modules van een LCD televisie. Het plasma scherm werd vervangen door een LCD scherm. Een plasmascherm gebruikt kleine glimlampjes (een soort neonlampjes) die een UV straling geven. De UV straling wordt omgezet in zichtbaar licht via kleine fosforpuntjes. Een plasmascherm had een beperkte levensduur (ondanks zijn zeer hoge prijs). Deze plasmaschermen waren een samenwerking van Philips met Pioneer.

Verfaillie Bauwens heeft kunnen groeien omdat het bedrijf buiten de bebouwde kom gelegen was. De winkel kon in oppervakte verdubbelen, en uiteindelijk werden de magazijnen aan de overkant van de straat gebouwd. Dit was ook een van de weinige winkels die van het begin de keuze heeft gemaakt om een eigen dienst na verkoop op te richten.

Tegenwoordig is het bijna niet meer mogelijk om zelf een soortgelijke winkel op te starten. Men moet de concurrentie aangaan met de grote ketens (deze grote ketens zijn doorgaans niet goedkoper, in tegendeel, maar ze kunnen meer reklame maken).

De produkten die door MediaMarkt aangeboden worden zijn basisproducten, bijvoorbeeld een digital fototoestel dat zelfs niet in Europa verkocht wordt, maar enkel in Afrika). Er wordt volop reklamen gemaakt voor dit toestel (publiekstrekker): het toestel wordt enkele euro's goedkoper verkocht dan gelijkaardige toestellen, maar een vergelijking is moeilijk te doen, want het toestel wordt verder niet verdeeld bij ons. De sensor heeft minder pixels of een kleiner ISO bereik, de lens is minder goed (cfr. de welbekende kitlenzen 18-55mm),... Andere toestellen zijn doorgaans niet goedkoper dan bij een kleine electrowinkel.


4
In de magazijnen: een reeks historische toestellen: oude wasmachines, oude televisietoestellen, radiotoestellen,...

Om de concurrentie te kunnen aangaan met de ketens zoals MediaMarkt hebben de kleinere winkels zich gegroepeerd in aankoopcentrales zoals Exellent, Selexion,... Verfaille Bauwens is uiteindelijk ook in zee gegaan met Selexion. Een aankoopcentrale zorgt niet enkel voor de aankoop van de producten, maar verzorgt ook de reklame van alle winkels van de groepering. De winkel aan zijn kant moet de kleuren van de aankoopcentrale gebruiken.


5
Een draadrecorder die op de markt gebracht werd voor de komst van de bandrecorder (dat was in de jaren 1950). Specifieke toestellen werden gebouwd als dictafoon, maar bij ons werden deze toestellen vaak gebruikt als combitoestel met een platenspeler (78 toeren) en radio. Een van de meest bekende merken bij ons was Sonofil gebouwd door de ACEC (Ateliers de Constructions Electriques de Charleroi).

Een van de minpunten van de aankoopcentrale is dat de winkel verplicht is zijn producten te kopen via de aankoopgroepering. De winkel kan geen eigen producten verkopen. De producten die door de aankoopcentrale aangeboden worden zijn redelijk algemeen, zodat ze door de meeste mensen gekocht kunnen worden. Minder bekende merken worden niet opgenomen in de catalogus. Je hebt bijvoorbeeld computers van HP/Compaq, Acer,... Maar je kan geen computer op maat laten maken. Vaak moet de winkelier een lot kopen met verschillende producten, die missdchien niet allemaal even vlot verkopen. Er is dus weinig verschil in het gamma van de winkels van een bepaalde aankoopgroepering: je kan dus even goed bij een grote keten gaan kopen.


6
Een compacte bandrecorder van telefunken. Let op de afwerking van het toestel (Telefunken was toen een "high end" merk). De micro had een ingebouwde VU-meter (ideaal voor reportages op de baan). Het toestel staat tussen twee bandrecorders. De geluidskwaliteit van bandrecorders was beter dan die van de cassetterecorders, maar de bandrecorder is altijd een nicheproduct gebleven.

Tegenwoordig hebben de electrowinkels vooral een concurrentie van de online winkels zoals bol.com, coolblue,... In het buitenland hadden de webwinkels al een groot marktaandeel, maar de belg bleef zijn fysische winkel trouw. Het is pas met de coronacrisis dat de mensen online zijn gaan kopen. Bij een online winkel is er zelfs geen dienst na-verkoop: is het toestel defekt tijdens de waarborgperiode, dan stuur je het toestel op en krijg je een nieuw toestel. Buiten de waarborgperiode moet je vooraf betalen om een herstelling aan te vragen.



Het is ook zo dat meer een meer toestellen niet ontworpen zijn om hersteld te worden. De toestellen hebben meer en meer funkties, wisselstukken zijn duur of niet beschikbaar. Om de kosten te beperken worden er goedkope onderdelen gebruikt: als een onderdeel defekt gaat, dan is de rest van het toestel meestal ook zodanig versleten dat herstellen weinig zin heeft. De technieken evolueren zo snel dat een toestel (bijvoorbeeld een televisie) na twee jaar achterhaald is.

Oude toestellen waren doorgaans veel steviger gebouwd. Zelfs de goedkope reeksen waren gebaseerd op duurdere toestellen (maar met minder mogelijkheden). Een televisie werd ontworpen om 10 jaar mee te gaan en de evolutie van de technieken was veel trager. De zwart-wit televisie kwam op de markt in de jaren 1950, de kleurentelevisie in de jaren 1970 en de digitale norm is pas halverwege in de jaren 1990 ontstaan.

Er waren toen nog lokale producenten zoals Precisia, Novak, SBR, ACEC,... die de kleinere apparaten zelf bouwden (radiotoestellen, klein electro). Grote toestellen zoals televisies kochten ze in batch bij Plilips en deden aan rebranding.

Publicités - Reklame

-